Onze voorouders deden het met Jan en alleman: ook jij bent van de melkboer

Alleen Homo sapiens is over, maar 40.000 jaar geleden leefden we zij aan zij met andere soorten mensen, met wie we ons mengden. Nieuw onderzoek wijst uit dat de eerste moderne mensen veel meer van elkaar verschilden dan wij.

Shutterstock & Kennis & Kennis

Nog één keer borstelt Émile Ennouchi zijn vondst goed af, waarna hij hem optilt in de felle Afrikaanse zon. Door de duizenden jaren in de grond is de schedel wat vervormd, maar verder is hij nog in goede staat.

Ennouchi draait hem rond en bekijkt de vondst van alle kanten, terwijl hij zijn vingers over het verdikte bot boven de oogkassen laat glijden.

In 1961 leidde de antropoloog Ennouchi de archeologische opgravingen bij Jebel Irhoud, 80 kilometer ten noordwesten van Marrakesh in Marokko. De goed bewaard gebleven vondst werd eerst beschouwd als rest van een Neanderthaler, maar er kwamen later zoveel overeenkomsten met onze eigen soort aan het licht dat hij geclassificeerd werd als vroege Homo sapiens.

De mens heeft een hoger voorhoofd en een smallere kaak dan onze naaste verwant, de Neanderthaler.

Schedel is herkenningspunt

De schedel is cruciaal om vast te stellen of een vondst een moderne mens betreft. Maar er is geen specifiek kenmerk dat Homo sapiens onderscheidt van Neanderthaler en andere verwanten. Daarom kijken de onderzoekers naar verschillende kenmerken die samen de mens zijn karakteristieke uiterlijk geven.

De ouderdom werd geschat op 160.000 jaar, dus de schedel paste goed in de theorie over de menselijke oorsprong. Volgens deze theorie is Homo sapiens 200.000 jaar terug ontstaan in Oost-Afrika, waarna deze superieure moderne mens zich 60.000 jaar geleden verspreidde over de hele aardbol.

Maar in 2017 wisten onderzoekers Jebel Irhoud preciezer te dateren: de schedel is niet 160.000 jaar oud, maar 315.000 jaar. Onze soort, Homo sapiens, is dus op slag zon 100.000 jaar ouder geworden.

De schedel van Jebel Irhoud verschuift niet alleen de tijd waarin de moderne mens opkwam, maar ook onze wieg, want als die in Oost-Afrika stond, hoe kan de oudste Homo sapiens dan 6000 kilometer verderop – in Marokko – te vinden zijn?

Misschien bevat de schedel zelf wel een deel van het antwoord. Hoewel het onmiskenbaar om een Homo sapiens gaat, vertoont hij trekken van oudere mensensoorten, en ook andere vondsten dragen zowel moderne als vroege kenmerken.

Onze voorouders vormden blijkbaar eerder een grote, bonte familie met veel mengvormen dan maar één soort.

Sapiens ontstond in heel Afrika

Na de vondst van de oudste Homo sapiens ver van waar de wieg van de mens gestaan zou hebben in Oost-Afrika is de oude theorie vervangen door een geheel nieuwe.

In 2018 presenteerde een team van antropologen onder leiding van Eleanor Scerri van de Britse universiteit van Oxford de theorie van een ‘Afrikaans multiregionalisme’. Die stelt dat de specifieke kenmerken die de Homo sapiens van tegenwoordig tezamen definiëren, gedurende honderdduizenden jaren geleidelijk zijn ontstaan bij groepjes mensen in bijna heel Afrika.

Het samenraapsel 'mens'

De moderne mens ontstond niet alleen in Oost-Afrika, zoals wetenschappers eerder dachten. De eigenschappen die hedendaagse mensen typeren, doken een voor een op in heel Afrika over een periode van honderdduizenden jaren.

Oliver Larsen

400.000 jaar: Vondst verlegt de soortengrens

Een schedel van bij het Ndutu­-meer in Tanzania vertoont al moderne kenmerken. Het achterhoofd heeft nog de sterke spieraanhechting, kenmerkend voor onze voorouder Homo heidelbergensis, en dit kan het verschil met Homo sapiens zijn.

Museo Arqueológico de Regional de Madrid

315.000 jaar: Plat gezicht ontstond in Marokko

De Jebel Irhoud-schedel is de oudst bekende Homo sapiens-vondst. Hij heeft een modern plat gezicht, maar is ovaler en heeft een forsere wenkbrauwboog dan de moderne Homo sapiens.

NHM

259.000 jaar: Homo sapiens trok het hele continent over

Een 295.000 jaar oude schedel uit Florisbad in Zuid-Afrika duidt erop dat Homo sapiens al vroeg in het hele continent zat. Het gezicht heeft de moderne platte vorm.

Ryan Somma/Occoquan

195.000 jaar: Eigenschappen komen naast elkaar voor

Twee schedels uit Omo in Ethiopië wijzen uit dat anatomisch moderne en anatomisch oudere Homo sapiens samenleefden. De ene heeft het hoge voorhoofd al, de andere heeft nog een ovalere schedel en een plat voorhoofd.

SPL

160.000 jaar: Ronde schedel komt uit Ethiopië

De twee Herto-schedels uit Ethiopië hebben voor het eerst de ronde vorm van Homo sapiens. De gezichten zijn plat, maar toch krachtiger dan het gezicht van de moderne Homo sapiens.

AGE/ImageSelect

13.000 jaar: Primitieve kenmerken hielden vol in Nigeria

De Iwo Eleru-schedel toont aan dat oorspronkelijke kenmerken verrassend lang in stand bleven. De schedel is ovaal en heeft een zware wenkbrauwboog. Op grond van de primitieve kenmerken werd hij op 140.000 jaar gedateerd, maar hij blijkt slechts 13.000 jaar oud te zijn.

Jonathan Jackson/NHM

De eerste Homo sapiens verschilden veel sterker van elkaar dan huidige mensen, ondanks onze variatie in onder meer lengte en huidskleur. De grootste verschillen werden veroorzaakt doordat al deze groepen zich gedurende perioden van tienduizenden jaren hebben ontwikkeld, zonder contact met elkaar.

Als we terug in de tijd konden reizen om ze allemaal een bezoek te brengen, zouden we zien dat geen van de mensen precies op ons leek.

Sommigen hadden stevige kaken en tanden, anderen een flinke knobbel in de nek met massieve nekspieren eraan, en weer anderen hadden een schuin voorhoofd en een forse boog boven de ogen, die we wel kennen van vroege voorouders.

Niettemin beschouwen de onderzoekers hen als Homo sapiens omdat ze ook diverse trekken van de huidige mens hadden, zoals een flink stel hersenen in een ronde schedel, een smal bekken en een iel gebit in een smalle kaak.

Afrikaans multiregionalisme verklaart volgens veel wetenschappers goed waarom de 315.000 jaar oude Jebel Irhoud-mens en andere bijna even oude Afrikaanse vondsten moderne anatomische kenmerken hebben, terwijl dezelfde eigenschappen afwezig zijn bij sommige veel jongere vondsten.

Klimaat creëerde meer mensensoorten

De vroege Homo sapiens zag het Afrikaanse klimaat geregeld veranderen. Perioden van droogte dreven de stammen uit elkaar, waardoor ze zich afzonderlijk ontwikkelden, terwijl ze elkaar weer opzochten in betere tijden.

130.000 jaar terug: Vochtig en vruchtbaar

Bij vlagen regende het in Afrika meer dan nu, zoals circa 130.000 jaar geleden. Grote delen van het continent waren bedekt met bos of savanne, waardoor groepen mensen bijna overal konden komen en zich met elkaar mengden.

25.000 jaar terug: Droog en dor

Soms was het echter droger dan nu, zoals 25.000 jaar geleden. Grote gebieden waren woestijnen, en er was maar weinig bos. Gedurende die perioden raakten groepen mensen van elkaar geïsoleerd en ontwikkelden ze specifieke kenmerken.

De theorie maakt tegelijkertijd een einde aan het zoeken naar wat de onderzoekers een autapomorfie van de moderne mens noemen: één enkele eigenschap waarmee we in termen van ‘wij’ en ‘zij’ kunnen
spreken, omdat die bij alle moderne mensen voorkomt maar niet bij de soorten waarmee we het meest verwant zijn.

Zo’n eigenschap bestaat niet wanneer Homo sapiens zich zo heeft ontwikkeld, meent Eleanor Scerri. We kunnen dan ook niet precies bepalen waar de grens loopt tussen onze eigen soort en de soort waaruit we zijn voortgekomen, waarschijnlijk Afrikanen van de soort Homo heidelbergensis.

Dat moet ergens tussen de 315.000 en 400.000 jaar geleden zijn, want vondsten van vóór die tijd hebben slechts sporen van moderne eigenschappen.

De mens ging al vroeg naar China

Met dit nieuwe verhaal van Homo sapiens in het achterhoofd gaan de onderzoekers nu nog eens goed na hoe onze voorouders zich vanuit hun geboorteland verspreidden over grote delen van de wereld.

Tot voor kort werd deze ontwikkeling gedateerd op 60.000 jaar geleden, maar in 2015 vonden onderzoekers in een grot in Zuid-China 47 gebitselementen die onmiskenbaar van Homo sapiens afkomstig waren. De tanden zelf konden niet worden gedateerd, maar de aardlaag eromheen bleek 80.000 jaar oud te zijn.

Fossiele botten van olifant, hyena en panda in die aardlagen zijn zelfs op 120.000 jaar ouderdom gedateerd. Hoewel de marge waarin de anatomisch moderne mensen in de grot leefden breed is, moeten ze Afrika meer dan 60.000 jaar terug hebben verlaten.

We veroverden de aarde met steen, been en letters

Werktuigen waren de sleutel tot het succes van onze voorouders. Door zijn vindingrijkheid kon Homo sapiens overleven in de ruige natuur, van het hete Afrika tot het Europa van de ijstijd, en kon onze soort de wereld veroveren.

  • 500.000 jaar terug: Stenen voor de jacht

    Al 500.000 jaar geleden gebruikten de voorouders van Homo sapiens stenen punten. Krassen op spitse stenen in Zuid-Afrika duiden erop dat ze werden gebruikt om te steken, maar ook aan een stok waren bevestigd. Dat vergrootte de jachtmogelijkheden aanzienlijk.

  • 350.000 jaar terug: Stenen bijgehakt tot werktuig

    De technologie maakte een sprong toen onze voorouders, en later ook de Neanderthalers, niet alleen de bijgehakte stenen maar ook de afgehakte scherven gingen gebruiken. Zo konden ze verfijnde werktuigen maken om te steken, snijden en schrapen.

  • NIEUWE VONDST

    320.000 jaar terug: Glas als ruilmiddel

    Bij opgravingen in Kenia zijn stenen werktuigen van zwart vulkanisch glas (obsidiaan)opgedoken, dat scherpe randen heeft. Omdat obsidiaan daar van nature niet voorkomt, denken de onderzoekers dat de stenen de vroegste aanwijzing zijn van de ruilhandel tussen mensen.

  • 100.000 jaar terug: Kralen maken

    Al zo'n 100.000 jaar geleden tooiden mensen zich met halskettingen, blijkt uit vondsten van doorboorde schelpen van zeeslakken in Marokko, Algerije, Israël en Zuid-Afrika. De kralen werden kennelijk veel gedragen en mogelijk ook gebruikt als handelswaar.

  • 90.000 jaar terug Messen uit botten

    Mensen langs de kust van Marokko maakten lichte, puntige en scherpe messen door ribben van grote hoefdieren te slijpen. De messen waren heel geschikt om vis mee schoon te maken, een belangrijk deel van het menu, en waren sterk genoeg om leer mee te snijden.

  • 90.000 jaar terug: Harpoenpunt om te vissen

    Bij de rivier de Semliki in DR Congo is een harpoen van bot gevonden, waarmee je een meerval tot 70 kilo kon spietsen. Analyses van de botten van Neanderthalers duiden erop dat zij, in tegenstelling tot Homo sapiens, geen vis aten.

  • NIEUWE VONDST

    73.000 jaar terug: Tekenen met oker

    Okerstrepen op een wand in de Blombosgrot in Zuid-Afrika bewijzen dat mensen al vroeg schrijfgerei gebruikten. Met een 1-3 millimeter dunne pen van oker schreven onze voorouders een soort hashtag. De vondst is bovendien de oudst bekende grotschildering.

  • $Vezels werden gebruikt om stukken leer aan elkaar te naaien tot kleding – hier een muts.

    34.000 jaar terug: Stof en wol verven

    Vlasvezels uit een grot in Georgië bevatten resten van verf en werden waarschijnlijk gebruikt voor kleding. Sommige vezels waren gevlochten, en dienden mogelijk om stukken leer aan elkaar te naaien. Neanderthalers hadden overigens ook mantels van leer.

  • 11.700 jaar terug: Komst van landbouw

    De eerste sporen van landbouw duiken op net als de ijstijd circa 11.700 jaar geleden eindigt. Aanvankelijk vulden de gewassen de jachtbuit aan, maar naarmate veredelingstechnieken meer graan en vlees opleverden, begonnen mensen zich ook te vestigen als echte boeren.

  • Jiahu-teken

    8600 jaar terug: Kennis bewaren

    Een belangrijk werktuig dat Homo sapiens ontwikkelde, is het schrift, waarmee kennis voor het eerst los van plaats en tijd doorgegeven kon worden. Het oudst bekende schrift bestaat uit 16 Jiahu-tekens uit China van 8600 jaar oud. Met het schrift begint de historische tijd.

Bij nader onderzoek is echter gebleken dat de gebitselementen op dezelfde manier zijn gesleten als hedendaagse tanden, en sommige onderzoekers betwijfelen of ze zo oud zijn. Er is zelfs geopperd dat er iets is misgegaan tijdens de opgraving, waardoor de vondsten door elkaar zijn geraakt.

Toch kreeg de theorie dat de mens veel vroeger uit Afrika vertrok dan gedacht, in 2018 bijval. In de Misliya-grot in Noord-Israël vond een groep onderzoekers onder leiding van professor Israel Hershkovitz van de universiteit van Tel Aviv een bovenkaak met acht tanden die duidelijk in de mond van een Homo sapiens hebben gezeten.

De vondst bleek tussen de 177.000 en 185.000 jaar oud te zijn, dus nu is het vrijwel zeker dat Homo sapiens Afrika verliet lang vóór de grote emigratiegolven van 60.000 jaar terug.

Hoe ver de eerste moderne emigranten kwamen en of er nu nog nakomelingen van zijn, is onbekend, maar naast het gebit in Zuid-China zijn er meer aanwijzingen dat hun reis niet in Israël is geëindigd.

In 2018 dook er in Saudi-Arabië bijvoorbeeld een vingerkootje van een vroege Homo sapiens op. Het is 88.000 jaar oud, wat erop duidt dat onze voorouders zich minstens hebben verspreid naar het Arabisch Schiereiland, dat toen veel vruchtbaarder was dan nu.

We hebben meer mensen in ons

Als Homo sapiens misschien wel 200.000 jaar geleden buiten Afrika leefde, duurde de overlapping van onze voorouders en andere soorten mensen veel langer dan gedacht.

Homo heidelbergensis

De soort is waarschijnlijk de directe voorouder van zowel Homo sapiens als de Neanderthaler, en heeft veel kenmerken gemeen met de laatste, zoals een geringe herseninhoud. Homo heidelbergensis ontstond 800.000 jaar geleden en leefde waarschijnlijk tot 120.000 jaar terug.

SPL

Homo floresiensis

De soort is gevonden op het eiland Flores in Indonesië, en omdat hij klein van stuk is – zo’n 110 centimeter – wordt hij ook ‘hobbit’ genoemd. Homo floresiensis was mogelijk de laatste afstammeling van Homo erectus. Uit recente analyses blijkt dat hij 50.000 jaar terug verdween.

Mosgaard/Kennis & Kennis

Neanderthaler

De gedrongen mensensoort kwam voor in Europa en Azië. Toen Homo sapiens 45.000 jaar geleden in Europa aankwam, leefden de twee soorten 5000 jaar zij aan zij. De Neanderthalers bezweken uiteindelijk, mogelijk aan onze wapens of onze ziekten.

Kennis & Kennis

Denisova-mens

De Denisova-mens was waarschijnlijk even gedrongen en koubestendig als de Neanderthaler, en de twee soorten waren dan ook nauw verwant. De Denisova is alleen bekend van wat tanden en vingerkootjes uit een grot in Siberië, dus we weten niet hoe hij eruitzag.

Oliver Larsen

Al jaren weten de onderzoekers dat moderne mensen tussen de 40.000 en 45.000 jaar geleden in dezelfde delen van Europa voorkwamen als de Neanderthaler. Maar met een vroege emigratie uit Afrika hebben onze voorouders zeker een of meer van de andere mensensoorten ontmoet die toen al grote delen van de wereld bewoonden.

Niet alleen leefden onze voorouders in dezelfde gebieden als andere mensen, ze moeten het ook met elkaar gedaan hebben en samen kinderen hebben gekregen, blijkt uit DNA-analyses van huidige mensen.

Zo is 1 tot 4 procent van het DNA van moderne Europeanen afkomstig van de Neanderthaler, en her en der in Oceanië en Zuidoost-Azië hebben mensen tot 5 procent DNA van de Denisova-mens, een soort die is benoemd op grond van enkele botvondsten in een grot in het Altaigebergte in Siberië.

We deden het met iedereen

Onze voorouders leefden samen met – minstens – vier andere soorten mensen. Nieuw onderzoek wijst uit dat allerlei soorten samen kinderen kregen, en de Neanderthaler en Denisova leven verder in onze genen.

1. Vroegmoderne mensen en oosterse Neanderthalers

Uit DNA-analyses blijkt dat vroegmoderne mensen 100.000 jaar geleden paarden met oosterse Neanderthalers, mogelijk in het Midden-Oosten. We weten niet of er nu nog afstammelingen van dit menstype zijn.

2. Moderne Europeanen en westerse Neanderthalers

60.000 jaar geleden wisselden moderne Europeanen genen uit met westerse Neanderthalers, mogelijk in het Midden-Oosten. De band bleef bestaan, dus de huidige Europeanen hebben 1 à 4 procent Neanderthaler-DNA.

3. Moderne Aziaten en Denisova-mensen

In 2012 toonden onderzoekers aan dat het DNA van de Denisova verder leeft in de bewoners van Oceanië, Australië en Oost-Azië, die tot 5 procent Denisova-genen hebben. Waar en hoe de ontmoeting plaatsvond, is niet bekend.

4. Oosterse Neanderthalers en Denisova-mensen

In 2013 bewees een fossiel uit de grot waar de Denisova is gevonden dat de soort ook intiem was met de Neanderthaler: het individu in de grot had 17 procent Neanderthaler-DNA. Ze troffen elkaar 50.000 jaar terug, mogelijk in Azië.

5. Denisova-mensen en onbekende Homo-soort

Genen van de Denisova bevatten ook onbekend DNA, bleek in 2013 uit onderzoek. Misschien is het afkomstig van onze directe voorouder Homo heidelbergensis of de nog vroegere voorouder van de mens, Homo erectus.

6. Moderne Afrikanen en onbekende Homo-soort

In 2018 doken er aanwijzingen op dat moderne Afrikanen – nakomelingen van de Homo sapiens die in Afrika bleef – genen met een andere mensensoort hebben uitgewisseld. De soort is nog niet geïdentificeerd.

Wolven temmen was een voordeel

De ontdekking dat Homo sapiens kinderen kreeg met andere mensensoorten maakt het verdwijnen van de laatste raadselachtiger. De onderzoekers hebben echter wel een idee wat er kan hebben plaatsgevonden.
Misschien ontvingen we die soorten met open armen – en bezweken zij aan onze ziekten waar ze geen weerstand tegen hadden.

Of wie weet hadden onze voorouders bij de jacht zo’n groot voordeel van hun getemde wolven dat andere soorten het tegen hen aflegden, zoals onlangs is geopperd door de Amerikaanse antropoloog Pat Shipman.

Of mogelijk zijn ze door een natuurramp verdwenen.

Een van de allerzwaarste vulkaanuitbarstingen in de geschiedenis van Europa, die de supervulkaan Campi Flegrei in Italië met de grond gelijkmaakte, vond zo’n 39.300 jaar geleden plaats – en daar verliezen we ook het spoor van de westerse Neanderthalers.

Neanderthaler haalt de moderne mens in

In sociaal en cultureel opzicht sprong Homo sapiens eruit ten opzichte van andere mensensoorten die in de tijd van onze voorouders leefden. Maar de grens tussen de soorten blijkt vaag: de Neanderthaler deed vaak niet voor Homo sapiens onder.

  • Door samenwerking kon de mens op groot wild jagen, maar dat kon de Neanderthaler net zo goed.

    Jagen op groot wild

    Circa 400.000 jaar geleden begonnen de eerste Homo sapiens of hun directe voorouders op groot wild te jagen. Daar was een uitgebreide samenwerking tussen jagers voor nodig, en dus communicatie en waarschijnlijk ook taalvaardigheid. Die eigenschappen dichtten we tot voor kort alleen de mens toe, maar in 2016 werd ontdekt dat ook de Neanderthalers groot wild achtervolgden met verfijnde strategieën. Onze zustersoort
    dreef bizons, paarden en oerossen valleien in, zodat ze niet konden ontsnappen.

  • Dankzij het leven in grote groepen konden sommige vroege mensen zich specialiseren in het maken van gereedschappen, zoals deze harpoenpunt van bot.

    Leven in grote groepen?

    Toen Homo sapiens zo'n 150.000 jaar geleden in grote groepen ging leven, moest de mens sociale normen ontwikkelen. Het groepsleven betekende ook dat sommige mensen zich konden specialiseren in bijvoorbeeld het maken van gereedschap. De onderzoekers weten niet of de Neanderthaler dezelfde ontwikkeling kende, dus misschien behielden onze voorouders hun voorsprong.

  • Niet alleen de mens kon schilderen, blijkt uit vondsten (r).

    Grotten beschilderen

    Zo'n 40.000 jaar geleden begon Homo sapiens serieus gereedschappen en grotschilderingen te maken. De onderzoekers zien dat als bewijs dat het menselijke denken toen hard ging. Maar in 2018 dook het eerste duidelijke bewijs op dat Neanderthalers ook grotschilderingen maakten. Op drie plaatsen in Spanje zijn schilderingen met trappetjes, stippen en handafdrukken aangetroffen.

De oorsprong en verspreiding van Homo sapiens zijn dus veel complexer dan gedacht.

We zijn in heel Afrika ontstaan, trokken weg in golven – vanaf bijna 200.000 jaar terug – en leefden tienduizenden jaren met andere mensensoorten.

Als we één ding hebben geleerd van de ontdekkingen van de afgelopen jaren, is het dat het verhaal nog lang niet rond is. Onze kennis van de menselijke geschiedenis is gebaseerd op enkele vondsten, en een nieuwe datering van één schedel uit Marokko was daarom genoeg om onze soort op slag stukken ouder te maken.

En in de aardlagen ligt misschien nog een nieuwe vondst te wachten om het verhaal van de mens aan te vullen.

DNA-analyse en datering herschrijven geschiedenis

Vroeger waren fossielen alleen in te delen en te dateren op basis van het uiterlijk, maar dankzij DNA-analyses en nieuwe dateringsmethoden hebben we nu een veel gedetailleerder inzicht in het dagelijks leven en de oorsprong van onze voorouders.

  • 13-jarig meisje was kruising tussen twee mensensoorten

    In een grot in Siberië is in 2008 een stuk van een vingerkootje gevonden. Het bot is afkomstig van
    een 13-jarig meisje dat 90.000 jaar geleden stierf. Wetenschappers hebben genoeg DNA kunnen extraheren om de familierelatie van het meisje te bepalen. Het DNA vertelt dat haar moeder een Neanderthaler was en haar vader een Denisova. Het meisje is de eerst bekende kruising tussen mensen.

  • Instabiele elektronen maken de mens 100.000 jaar ouder

    Dankzij de luminescentiemethode blijkt dat de schedel van Jebel Irhoud in Marokko niet 160.000 maar 315.000 jaar oud is. Daarmee is het de oudste Homo sapiens-vondst. De schedel kan zelf niet worden gedateerd, maar vuurstenen werktuigen in dezelfde laag wel. De methode is gebaseerd op het feit dat de kristalstructuur van vuursteen instabiele elektronen met een bekende snelheid opvangt.

Lees ook:

Schedel
Oermensen

Schedel herschrijft menselijke geschiedenis

1 minuut
Oermensen

Waanzinnige vondst herschrijft geschiedenis van de mens

2 minuten
Handicappede drenge blev brugt til menneskeforsøg.
Wetenschapsgeschiedenis

Duistere experimenten op mensen

4 minuten

Log in

Fout: Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
ToonVerberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!