Tsjernobyl: Atoomhel bij reactor 4

De Sovjet-Unie wekt veel elektriciteit op in kerncentrales, maar deze vertonen gebreken en het personeel is slecht opgeleid. Op 26 april 1986 gaat het mis. Een reactor in Tsjernobyl ontploft en de grootste kernramp uit de geschiedenis is een feit.

Igor Kostin/Polfoto/Corbis

25 april 1986, 22.00 uur, Prypjat, Oekraïne

De 50.000 inwoners gaan naar bed. Velen werken in de nabijgelegen kerncentrale.

‘Kom je gezellig met me mee?’ vraagt de jonge ingenieur Sasja Juvjenko aan zijn vrouw vanuit het keukentje in hun huis. Hij heeft koffie ingeschonken en een sigaret opgestoken.

Over drie kwartier begint zijn nachtdienst in de kerncentrale van Tsjernobyl. Ineens heeft hij behoefte aan het gezelschap van zijn vrouw.

Natasja komt de keuken in en Sasja vertelt haar dat hij ’s middags met hun zoontje is gaan fietsen, de kleine jongen op de stang.

Natasja lacht terwijl Sasja zijn koffie opdrinkt en zijn sigaret uitmaakt. ‘Ik moet gaan. Slaap lekker’, zegt hij liefdevol.

25 april, 23.30 uur, kerncentrale Tsjernobyl

De veiligheidstest van reactor 4 is uitgesteld, de nachtploeg moet hem nu uitvoeren.

Na drie jaar werken op de kerncentrale kent Sasja Juvjenko de procedure uit zijn hoofd. Net als het andere personeel laat hij zijn bezittingen in een kluisje achter, neemt snel een bad, verlaat in zijn onderbroek de ‘schone zone’ en gaat op weg naar de sluis, waar hij zijn veiligheidspak aan moet hebben.

Alles moet correct verlopen; als de mannen eenmaal de sluis door zijn, kunnen ze zonder hulp niet meer terug.

Sasja doet zijn witte pak aan en loopt naar zijn werkplek, een kantoor dat zich tussen de derde en vierde reactor bevindt.

‘Is de test van reactor 4 nog niet gedaan?’ vraagt hij de bewaker. Die schudt zijn hoofd. Sasja is weliswaar niet van alles op de centrale op de hoogte, maar dit verbaast hem wel.

26 april, ca. 00.30 uur, reactor 4

Om de test te voltooien moet de productie van de reactor omlaag. De ingenieurs weten echter niet dat een verlaging van de capaciteit instabiliteit kan veroorzaken.

Ondanks zijn snor lijkt Leonid Toptunov met zijn dikke wangen en goeiige blik op een kleine jongen. Hij is 26 en werkt pas drie maanden als senior ingenieur in de kerncentrale in Tsjernobyl.

Toch is hij al medeverantwoordelijk voor de geplande test. Eigenlijk is het simpel: het vermogen van de reactor moet worden teruggebracht van 3200 megawatt naar 700 megawatt.

Vervolgens moeten de ingenieurs onderzoeken of één generator genoeg stroom kan produceren om het koelsysteem draaiende te houden in geval van een stroomstoring.

Beleidsambtenaren belast met energiezaken in Kiev hebben besloten de test ’s nachts uit te laten voeren, omdat ze bang zijn dat er tijdens de test in de miljoenenstad een stroomtekort ontstaat.

Door regelstaven te laten zakken of op te hijsen wordt het aantal kernsplijtingen geregeld en de productiviteit verhoogd of verlaagd.

Ze zijn gemaakt van een materiaal dat de neutronen die de kernsplijting veroorzaken, absorbeert. De jonge Toptunov heeft de belangrijke taak om de staven in de reactor te laten zakken, waardoor de kettingreactie van kernsplijtingen vermindert en de test uitgevoerd kan worden. Iedereen in de controlekamer wil de test snel afronden.

Verantwoordelijk ingenieur Anatolij Djatlov loopt te foeteren. Om de kernreacties zoveel mogelijk terug te brengen geeft hij Toptunov opdracht het automatische systeem uit te schakelen en de regelstaven handmatig te bedienen. Toptunov laat de staven verder in de reactorkern zakken.

Maar dan daalt het vermogen van de reactor onverwacht snel en laat het computerscherm honderden cijfers zien. Alle waarschuwingslampen knipperen.

‘Stelletje imbecielen! Jullie kunnen ook helemaal niets!’ vloekt Anatolij Djatlov.

Het lijkt erop dat de regelstaven te diep in de reactorkern zijn gezakt, die nu slechts 30 megawatt genereert, bijna een totale stop. ‘Het vermogen moet omhoog! Waar wachten jullie op?’ raast hij.

Maar Toptunov en het hoofd van het reactorpersoneel, Aleksandr Akimov, twijfelen. Bij een kernsplijting komt er namelijk xenon-135 vrij, een edelgas dat sterk neutronenabsorberend is.

Als het aantal kernsplijtingen drastisch daalt, neemt dit gas toe en vertraagt de kernreactie, waardoor de reactor instabiel wordt. Volgens de voorschriften moet de reactor 24 uur stilgelegd worden.

Toptunov weigert de orders van zijn baas uit te voeren. ‘Ik verhoog het vermogen niet’, zegt hij en kijkt zijn baas vastberaden aan. ‘Idioten! Zo drastisch was de terugval niet.

Als jullie het vermogen niet verhogen, zorg ik wel dat een ander het doet’, schreeuwt Djatlov. De ingenieurs geven zich gewonnen. Om de productie snel op peil te krijgen geeft Djatlov Toptunov opnieuw opdracht het veiligheidsmechanisme buiten werking te stellen, zodat hij meer regelstaven uit de reactor omhoog kan halen.

Hierdoor werkt het automatische systeem, dat oververhitting moet tegengaan, echter ook niet meer. Het vermogen stijgt langzaam naar 200 megawatt, maar veel verder komt het niet. Reactor 4 begint instabiel te worden.

26 april, 01.22 uur, controlekamer bij reactor 4

Zonder regelstaven loopt de kettingreactie uit de hand. Om alles weer stabiel te krijgen vergroten de ingenieurs de toevoer van koelwater, maar hierdoor wordt er zoveel waterdamp gevormd dat er een overdruk in de reactor ontstaat.

‘Kom jongens, we beginnen met de test’, zegt Anatolij Djatlov opgewekt. De reactor lijkt weer onder controle en de ingenieurs hebben extra waterpompen ingezet om hem stabiel te houden.

Maar dan krijgt Toptunov een duidelijk bevel van de computer: Leg de reactor stil. Nu! Toptunov vertrouwt het niet. ‘Computers hebben het ook wel eens fout’, denkt hij, en aangemoedigd door zijn baas gaat hij verder met zijn werk.

Een paar seconden later blijkt dat het goed mis is in de reactor, maar dan is het te laat. Ze kunnen de regelstaven niet verder in de reactor laten zakken omdat het mechanisme door de hitte kapot is gegaan, en een ongecontroleerde kettingreactie is het gevolg.

26 april, 01.23 uur, Tsjernobyl

Oververhitting en stoom veroorzaken de eerste explosie in de reactor.

Buiten Tsjernobyl zijn de vissers Pustovoit en Protasov met hun boot tot aan de turbinehal gevaren om kuit te scheppen in het warme, heldere koelwater dat uit de reactor stroomt. Het is een mooie nacht, de vissen spartelen in het net; alles lijkt rustig.

Dan horen ze een dreun. Het water trilt. Pustovoit kijkt geschrokken naar zijn collega. ‘Wat gebeurt er?!’ schreeuwt hij, terwijl hij zich vasthoudt aan de bootrand.

26 april, 01.24 uur, kantoor van Sasja Juvjenko

De volgende explosie slaat een gat in het dak van de reactor en een wolk van 50 ton radioactief materiaal komt vrij.

Sasja Juvjenko kijkt geschrokken om zich heen. Explosies in de kerncentrale komen niet vaak voor. Misschien is er buiten op het terrein een hijskraan omgevallen?

Voor hij verder kan denken volgt een volgende, nog hardere explosie, die hem keihard tegen de grond van zijn kantoor smijt, dat precies tussen reactor 3 en 4 ligt.

Als hij is opgekrabbeld, ziet hij dat een van de muren volledig is ingestort. De ruimte is helemaal gevuld met stof. Juvjenko strompelt de gang op. ‘Is er oorlog uitgebroken?’ roept hij.

Terug op zijn kantoor probeert hij de controlekamer te bellen. Geen gehoor. Dan loopt hij de gang op en botst bijna tegen een collega van de pompeenheid. De man is gewond, zijn gezicht en handen zitten onder het bloed.

‘Help, help ons snel! Er zijn mensen ernstig gewond geraakt,’ roept hij en loopt verder.

26 april, 01.24 uur, reactor 4

Reactor 4 is ontploft. Er is tussen de brokstukken een wit licht te zien.

De monden en ogen van de ingenieurs zitten vol stof. Om hen heen is het een ravage van stenen, beton en scherven, en ze horen gesis. ‘Wat is er gebeurd?’ roept Akimov. ‘Alles ging volgens de regels! Is dit een aanslag?’

Dan vliegt de deur open, iemand stormt binnen en roept: ‘De turbinehal staat in brand!’

Akimov en Djatlov lopen de gang op en kijken ontzet naar de turbinehal. Vlammen schieten meters de lucht in.

Ze zien roodgloeiende granietblokken uit de reactor, dichte rook en pikzwarte olie: het lijkt wel oorlog. Akimov rent terug en belt de brandweer. ‘De turbinehal staat in brand – het dak ook! Kom snel!’ De brandweer is al onderweg.

Toen een helikopter een paar uur na de ramp de eerste foto maakte van de verwoeste reactor, zinderde de lucht van de radioactiviteit.

© Igor Kostin/Polfoto/Corbis

26 april, 01.25 uur, brandweer van Tsjernobyl

De ruïnes van de centrale in Tsjernobyl stralen 20.000 röntgen per minuut uit, een dosis die al snel dodelijk is.

De brandweerwagen van de kerncentrale zelf is al onderweg naar reactor 4. In de wagen zitten Leonid en Pravik. De brandweermannen werden wakker toen de drukgolf van de tweede explosie alle ruiten van hun kazerne eruit blies.

Ze hebben meteen de alarmcentrale gebeld en alle beschikbare manschappen in de omgeving om hulp gevraagd. Uit Prypjat komt Vasilij Ignatenko, een jonge brandweerman wiens vriendin Ljudmilla zwanger is van hun eerste kind.

Als Vasilij en de andere brandweermannen bij de reactor aankomen, schrikken ze enorm. Het dak staat in brand en een donkere wolk stijgt uit het gebouw omhoog.

De brandweermannen gaan over de buitentrappen naar het dak. Met water dat ze oppompen uit de rivier proberen ze te voorkomen dat de vlammen zich naar reactor 3 verspreiden.

Door de hitte smelt het dak onder hun voeten, en ze hebben het vuur op de ene plek nog niet gedoofd, of het laait op de andere weer op. De brandweerlieden kennen de risico’s, maar hebben geen enkele bescherming tegen de dodelijke straling. Toch twijfelen ze niet.

Ze weten dat hun inzet van levensbelang kan zijn. Na 30 minuten beginnen Vasilij, Leonid, Pravik en andere collega’s zich ziek te voelen.

Ze hebben een eigenaardige chocoladesmaak in hun mond en kunnen amper lopen. Ze gaan op de grond liggen en moeten overgeven. Leonid en Pravik worden afgevoerd.

Als een arts Leonid onderzoekt met een geigerteller, schiet de meter in het rood. Leonid neemt een bad en gaat op de slaapzaal liggen. Hij heeft hoofdpijn en is misselijk, maar denkt dat het wel meevalt.

De beschermende kleding van de opruimploeg was ontoereikend en verouderd en kon de sterke straling niet buiten houden.

© Igor Kostin/Polfoto/CorbisIgor Kostin/Polfoto/Corbis

26 april, 08.00 uur, Prypjat

Het lijkt een mooie lentedag te worden in Prypjat. Niemand weet nog van het ongeluk, maar de straling is enorm.

Op het schoolplein klinkt gezang en gelach. Hoewel het zaterdag is, zijn de kinderen op school om te oefenen voor 1 mei, de Dag van de Arbeid. De lucht is helder en veel mensen liggen te zonnen, zoals de jonge elektricien Mikhail Metelev op het dak van zijn flat.

‘Kom ook naar boven! Je hoeft echt niet naar het strand te gaan. Ik lig hier nog maar tien minuten en ik ben al bruin’, roept Mikhail enthousiast naar zijn buren.

Natasja, Sasja Juvjenko’s vrouw, heeft slecht geslapen. Hun zoon Kirill heeft de hele nacht gehuild, terwijl haar man nachtdienst had op de kerncentrale. Als Natasja opstaat, wordt er aangebeld door een verpleegster uit de buurt.

‘Er is een ongeluk gebeurd op de centrale. Sasja ligt in het ziekenhuis’, vertelt ze. Natasja rijdt er meteen heen, volslagen in paniek. Maar het ziekenhuispersoneel houdt haar tegen, ze mag niet bij hem komen. Ze ziet Sasja door het raam naar haar zwaaien, maar ze mag hem niet spreken.

Ze heeft geen idee wat er is gebeurd. Ook Ljudmilla, de zwangere vriendin van brandweerman Vasilij, is in het ziekenhuis. Ze klampt zich vast aan een arts en smeekt: ‘Ik wil alleen maar mijn man zien! Alstublieft!’

Uiteindelijk mag ze 20 minuten naar binnen, maar ze schrikt van wat ze ziet. Vasilij ligt in bed met een opgezwollen gezicht, hij ziet bijna niets doordat zijn ogen dichtzitten.

‘Dat komt door een giftig gas’, verklaren de artsen. ‘Hij moet melk drinken. Veel melk.’ Ook in Prypjat beginnen de mensen zich zorgen te maken.

De lucht ruikt vreemd en iedereen wordt wel heel snel bruin – even in de tuin lopen is voldoende. Het gerucht gaat dat de regering jodiumpillen uitdeelt op scholen, maar de radio en tv zeggen er niets over.

26 april, namiddag, Prypjat

Anatolij Majoret, de Sovjet-minister van Energie en Elektriciteit, komt met zijn ambtenaren en experts naar Prypjat.

‘Waarschijnlijk kunnen we zo weer weg’, zegt minister Majoret wanneer hij op de luchthaven van Prypjat uit het Jak 40-regeringstoestel stapt. Hij is ’s nachts op de hoogte gebracht van het ongeluk in Tsjernobyl, maar gaat ervan uit dat het allemaal wel meevalt.

Hij is niet van plan om langer dan noodzakelijk in Prypjat in het hotel te overnachten, zeker niet daar reactor 4 het volgens de leiding van de kerncentrale prima doet.

Majoret heeft op het lokale partijkantoor afgesproken met deskundigen en ambtenaren die hem een overzicht van de situatie moeten geven.

‘Het lijkt erop dat de radioactieve straling rond de reactor erg hoog is’, zegt een van de aanwezigen. ‘Maar we weten niet precies hoe hoog, omdat onze meetinstrumenten niet berekend zijn op zo’n extreme straling.’

De minister is woedend. ‘Ongelofelijk! Waarom hebben jullie geen fatsoenlijke apparatuur?’

‘De schaal van het originele model is te klein voor dit soort ongelukken’, luidt het antwoord.

Nu begint Majoret zich zorgen te maken. ‘Maar wat is er dan precies gebeurd?’

‘Dat weten we nog niet, waarschijnlijk ging er iets mis tijdens een test op de centrale.’

Hoewel Majoret nog maar kort minister van Energie is, is hij verantwoordelijk en hij wil nu meteen een daad stellen.

‘We moeten de reactor stilleggen’, zegt hij, in een poging krachtdadig op te treden. De aanwezigen kijken elkaar aan. ‘Dat is al gebeurd, Anatolij Majoret. Dat is allang gebeurd.’

Er wordt overwogen de bevolking te evacueren, maar nu raakt de minister geïrriteerd.

‘Wat is dat nu voor onzin? Willen jullie soms paniek zaaien?’ onderbreekt hij. De minister en de andere aanwezigen weten niet dat ze zich midden in een radioactieve wolk bevinden. Pas als er de volgende ochtend meer metingen zijn gedaan en getuigen zijn gehoord, zien ze de ernst van de situatie in en besluiten ze om de stad te evacueren.

27 april, 10.00 uur, Prypjat

De radioactieve straling uit Tsjernobyl heeft zich verspreid over Wit-Rusland en is op weg naar Scandinavië.

‘Er is een ongeluk gebeurd op de kerncentrale. Ga naar huis en doe ramen en deuren dicht. De stad wordt later vandaag geëvacueerd!’

De inwoners van Prypjat worden per luidspreker gewaarschuwd. Ze zoeken in hun woning hun bezittingen bij elkaar. De meesten denken dat het maar voor een paar dagen is.

Niemand weet aan welke gevaren ze zijn blootgesteld. De wielen van de bussen waarmee ze worden geëvacueerd, zijn zo radioactief dat de wegen nog maanden worden schoongespoeld.

Sommige mensen wilden niet weg uit het stralingsgebied.

© Polfoto/Corbis

28 april, Forsmark, Zweden

De internationale gemeenschap weet nog steeds niks over het ongeluk in Tsjernobyl.

’s Ochtends gaat het alarm op de kerncentrale in Forsmark, boven de Zweedse stad Uppsala, zo’n 1200 kilometer van Tsjernobyl. Een scanner geeft aan dat een medewerker een te hoge dosis straling in zijn kleding heeft.

De leiding is bang voor een lek in de Zweedse centrale en evacueert het personeel. Dan blijkt uit de metingen van verschillende meteorologische stations in Zweden dat radioactieve deeltjes vanuit de Sovjet-Unie het land binnenwaaien.

In eerste instantie denkt men dat de Sovjet-Unie een atoomtest heeft gedaan, maar al snel blijkt dat de deeltjes afkomstig zijn uit een kerncentrale. Zweedse diplomaten nemen meteen contact op met Moskou, dat alle speculaties van de hand wijst.

Pas om 21.00 uur volgt een officiële mededeling van het persbureau TASS: ‘Er is een ongeluk gebeurd in de kerncentrale in Tsjernobyl. Een van de atoomreactoren is beschadigd. Er zijn maatregelen genomen om de schade te beperken.

Alle betrokkenen krijgen hulp. Er is een commissie ingesteld ...’ klinkt het laconiek. Dezelfde mededeling wordt uitgezonden op de Sovjet-tv. Het bericht komt als zevende item aan bod.

29 april, New York

Nieuws over het ongeluk in Tsjernobyl veroorzaakt wereldwijd paniek.

‘Atoomramp in Sovjet-Unie – meltdown van kernreactor.’

Dit bericht vult de gehele voorpagina van de New York Post. Het nieuws over de kernramp verspreidt zich als een lopend vuurtje over de wereld.

In Finland, Noorwegen, Polen en Denemarken worden hoge doses radioactiviteit gemeten en de wind blaast de radioactieve wolk over Europa. Kinderen mogen niet langer buitenspelen, rendieren en elanden worden massaal afgemaakt en radioactief besmette melk wordt vernietigd.

In Duitsland en Griekenland ontstaat paniek. Sommige mensen drinken jodium om zich te beschermen tegen de straling en in de supermarkten slaat iedereen blikvoedsel en flessen drinkwater in.

In Amerika worden passagiers uit Europa apart genomen en onderzocht op straling, maar ook de Amerikanen ontkomen niet aan de ramp. Na een paar dagen stijgt in Californië de hoeveelheid radioactiviteit in de lucht, en al gauw is de gehele westkust aan de beurt.

Langzaam dringt door dat dit de grootste kernramp uit de wereldgeschiedenis is.

9 mei, Prypjat

De regering heeft rond Tsjernobyl een veiligheidszone met een straal van 30 kilometer ingesteld. Duizenden soldaten moeten helpen bij het opruimen.

Prypjat lijkt wel een spookstad als ingenieur Grigorij Medvedev door de straten rijdt. Hij is deskundige op het gebied van atoomenergie en radioactiviteit, en de regering heeft hem naar het rampgebied gestuurd om de opruimactie te leiden en de radioactiviteit in de stad te meten.

In de hoofdstraat stopt hij zijn auto en kijkt om zich heen. Het is alsof de hele stad in een diepe slaap is verzonken. Op de balkons van de flatgebouwen hangt was die al lang droog is.

Hier en daar staat een raam open en hangen de gordijnen naar buiten als dode tongen. Medvedev pakt zijn geigerteller en stapt uit.

In de goot ligt een hond die is doodgeschoten door soldaten in het kader van de opruimactie. Hij houdt de meter bij het dier en meet 110 röntgen per uur, een extreme dosis. Plots lopen er twee varkens de straat op.

Ze lijken verbaasd om een mens te zien. Hun ogen zijn bloeddoorlopen en hun bewegingen zijn ongecoördineerd.

Terwijl de varkens de hond opeten, meet Medvedev 50 röntgen bij de dieren. Hij stapt weer in de auto en rijdt naar Tsjernobyl.

Sinds het kernongeluk is gebeurd hebben helikopters honderdduizenden zandzakken op de resten van reactor 4 laten vallen. Tienduizenden soldaten zijn bezig om het gebied rond de reactor schoon te maken.

Ze moeten duizenden bomen omhakken en begraven, dieren afschieten, wegen schoonmaken en zo’n 60.000 gebouwen chemisch reinigen.

Medvedev stopt een paar honderd meter van de reactor, waar een groep jonge mannen brokstukken graniet en ijzer aan het verzamelen is. Ondanks de instructies van een officier dragen de meeste van deze mannen – tot grote schrik van Medvedev – niet eens een masker.

Ze lijken niet te weten welke risico’s ze nemen. Hun gezichten zijn al bruin van de straling.

Medvedev probeert ze nog te waarschuwen, maar het heeft geen zin. Dus vertrekt hij maar weer om verder te gaan met zijn metingen. In zijn notitieboekje schrijft hij: Tsjernobyl laat zien hoe ernstig de overheid heeft gefaald.

10 mei, ziekenhuis in Moskou

Ljudmilla, de vriendin van brandweerman Vasilij, heeft ziekenhuispersoneel omgekocht en houdt haar zwangerschap verborgen om bij haar man te kunnen zijn.

Ljudmilla zit op een stoeltje bij het ziekbed van haar man. De afgelopen dagen waren een nachtmerrie. Na het ongeluk is Vasilij per vliegtuig naar Moskou overgebracht. Ljudmilla heeft al haar spaargeld opgenomen om bij hem te kunnen zijn, maar ze herkent hem bijna niet meer.

De huid op zijn armen en benen is gebarsten en sterft af, en zijn lichaam is bedekt met grote, vochtige wonden. Zijn gezicht is zo opgezwollen dat hij zijn ogen nauwelijks meer open kan doen en telkens als hij zijn hoofd beweegt, valt zijn haar met bossen tegelijk uit.

Ik hou van je, Ljudmilla’, fluistert hij en hij probeert haar hand te pakken. ‘Ik had zo graag ons kind willen zien.

Ljudmilla kan haar tranen haast niet bedwingen. Ze wil bij haar stervende man blijven. ’s Nachts laat de verpleegster haar in zijn kamer blijven, zodat ze over hem kan waken. Niemand begrijpt haar. ‘Waarom? Je bent jong.

Hij is al bijna geen persoon meer, hij is een levende kernreactor. Straks word je net zo ziek als hij!’ Het maakt Ljudmilla niets uit. Ze blijft hopen dat hij er weer helemeel bovenop komt.

Als ze hem even alleen laat om in een andere ruimte wat te rusten, bonkt er een choonmaakster op haar deur. ‘Kom snel! Vasilij schreeuwt je naam als een waanzinnige!’

Ljudmilla rent, maar ze komt te laat. Vasilij Ignatenko is overleden.

December 1986, Tsjernobyl

Sinds het ongeluk hebben een half miljoen mensen geholpen bij het opruimen.

Als een moderne kathedraal rijst de zogenoemde sarcofaag boven de vernietigde reactor 4 uit.

206 dagen, meer dan 400.000 kubieke meter cement en 7300 ton metaal zijn ervoor nodig geweest om de 74.000 kubieke meter ernstig vervuilde resten van de kernreactor te verzegelen.

Vanwege de hoge straling zijn veel van de werkzaamheden door robots verricht. Ergens in het gebouw ligt het lichaam van Valerij Khodemtjuk, een van de slachtoffers van de explosie.

Door de straling heeft niemand nog zijn lichaam kunnen bergen. In plaats daarvan heeft Khodemtjuk het duurste mausoleum gekregen sinds de tijd van de farao’s.

Voor veel Sovjet-burgers is de sarcofaag een schande voor de hele Sovjet-Unie. Het ongeluk, de geheimzinnigheid eromheen en de langzame evacuatie bewijzen volgens hen dat er iets grondig mis is met het hele machtsapparaat.

Michail Gorbatsjov, de president van de Sovjet-Unie, wil meer transparantie en gebruikt het ongeluk om zijn eis kracht bij te zetten. In 1995 schrijft hij in zijn memoires: ‘Tsjernobyl bracht veel van de ziekten van ons systeem aan het licht.

Het ongeluk maakte pijnlijk duidelijk hoe verouderd onze techniek was, maar ook dat het oude systeem had gefaald.’

VIDEO: Zo ziet Tsjernobyl er 33 jaar later uit

Zelfs na 33 jaar wordt er nog radioactieve straling gemeten in Tsjernobyl, dat nu een spookstad is.

Regering is niet verantwoordelijk

IIn 1987 begon een rechtszaak die de schuld bij de leiding van de kerncentrale legde; de overheid gaf niet toe dat er problemen waren met de centrale. Vijf werknemers werden wegens nalatigheid gestraft.

Tegenwoordig meent men dat de ramp ontstond door slecht opgeleid personeel, ontoereikende veiligheidsmaatregelen en constructiefouten in de centrale.

Tot 2000 werd er in Tsjernobyl stroom opgewekt.

Lees ook:

Tell es-Sultan i Jeriko, Vestbredden - den ældste beboede by i verden.
Geschiedenis

Dit zijn de vijf oudste steden

2 minuten
Handicappede drenge blev brugt til menneskeforsøg.
Wetenschapsgeschiedenis

Duistere experimenten op mensen

4 minuten
Geschiedenis

Wiskunde dreef de wereld voort

7 minuten

Log in

Fout: Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
ToonVerberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!