donkere materie en donkere energie

95 procent van het heelal bestaat misschien niet

Tientallen jaren dachten natuurkundigen dat veruit het grootste deel van het heelal uit donkere materie en donkere energie bestaat. Maar nieuwe theorieën duiden erop dat de mysterieuze donkere materialen pure verzinsels zijn.

Shutterstock

5 procent zichtbare materie, 27 procent donkere materie en 68 procent donkere energie. Dat is de formule van het heelal volgens de traditionele kosmologie.

Maar niemand weet wat donkere materie en donkere energie eigenlijk zijn. Daarom proberen natuurkundigen er met hightech apparatuur al tien jaar lang achter te komen waar het heelal nu écht uit bestaat. Ze hebben gevoelige detectoren gebouwd om donkere deeltjes op te vangen. Ze hebben de deeltjes zelf proberen maken in onderaardse versnellers. En ze hebben tot diep de ruimte in gekeken in de hoop een glimp op te vangen van de donkere bestanddelen. Allemaal vergeefs.

Het gebrek aan resultaten dreigt de kosmologie in een existentiële crisis te storten. Donkere materie en energie zijn namelijk nodig om de vergelijkingen te laten kloppen. Daarom zetten verschillende onderzoekers nu vraagtekens bij het bestaan van de donkere materialen.

Einstein door het donker gered

De begrippen donkere materie en energie zijn geïntroduceerd om Einsteins algemene relativiteitstheorie te redden.

Dit ingewikkelde theoretische werk uit 1915 ­omvat ook Newtons gravitatiewet en beschrijft hoe massa het huidige universum heeft gecreëerd, samen met de zwaartekracht. De hele ontwikkeling vanaf de oerknal, toen de uitdijing van het heelal begon, tot nu toe zit erin en is bovendien bevestigd door diverse astronomische observaties. De onderzoekers verwerpen Einsteins veelomvattende werk daarom niet, al zijn er nu problemen ontstaan door nieuwe waarnemingen.

Het eerste probleem deed zich in in 1933 voor. De Zwitserse astronoom Fritz Zwicky ontdekte dat de cluster Coma zich niet houdt aan de gravitatiewet.

Volgens Newton wordt de wederzijdse aantrekkingskracht van twee lichamen bepaald door hun massa: hoe meer massa, des te groter de aantrekkingskracht. Bovendien neemt de aantrekkingskracht van een groot lichaam op een kleiner lichaam dat eromheen draait, met de afstand sterk af.

Zwicky had gemerkt dat de Comacluster zo snel draait dat de zwaartekracht van zichtbare sterren en gassen in de stelsels hem onmogelijk als geheel kan vasthouden – door de snelle rotatie zouden de stelsels alle kanten op moeten schieten. Volgens hem moest de cluster dus wel een onzichtbare massa bevatten.

In de jaren 1970 bleek uit meerdere observaties dat dit probleem ook geldt voor de sterren in afzonderlijke stelsels: de stelsels draaien zo snel dat ze de buitenste sterren niet in hun baan kunnen houden zonder hulp van de zwaartekracht van een onbekende massa. Daarom vonden de wetenschappers een mysterieuze donkere materie uit, die het probleem kon oplossen.

Het heelal dijt versneld uit

Met de uitvinding van donkere materie klopte de relativiteitstheorie weer – totdat de astronomen in 1998 ontdekten dat de uitdijing van het heelal versnelt.

Tot die tijd dachten onderzoekers dat het tempo van de uitdijing constant was of vertraagde, want de stuwende kracht stamt van de oerknal. De nieuwe astronomische observaties duidden er echter op dat verre ontploffende sterren onverwacht zwak licht gaven in vergelijking tot supernova’s in de buurt.

De beste verklaring van het verschijnsel was dat verre supernova’s verder weg zijn van de aarde dan het leek, doordat de uitdijing van het heelal in een stroomversnelling was beland. Die steeds snellere uitdijing legden de wetenschappers uit aan de hand van een donkere energie die de grenzen van het heelal naar buiten toe verschuift – en toen klopten de vergelijkingen weer.

Einstein had gelijk – zonder het te weten

Donkere energie is verenigbaar met de relativiteitstheorie; Einstein voerde zelf al een vorm van afstotende energie in.

Toen de theorie in 1915 werd gepubliceerd, dachten astronomen nog dat het heelal statisch was en dat sterrenstelsels stilstonden. Daarom introduceerde Einstein een afstotende kracht die de zwaartekracht tegenwerkt in zijn poging om de stelsels naar elkaar toe te trekken. Zo zou er weer een evenwicht ontstaan.

Toen Edwin Hubble in 1929 bewees dat het heelal niet statisch is maar zich naar alle kanten uitbreidt, noemde Einstein de introductie van de afstotende kracht de grootste blunder van zijn hele carrière.

Maar zo ver zat Einstein er niet naast. Hij kende de afstotende kracht weliswaar een verkeerde rol toe, als tegenhanger van de zwaartekracht, maar het idee zelf heeft veel gemeen met de donkere energie.

Volgens de relativiteitstheorie bevat een vacuüm van een zekere omvang altijd dezelfde hoeveelheid afstotende energie. Naarmate het heelal uitdijde, nam ook het vacuüm toe en won de donkere energie aan kracht. De moderne kosmologie houdt het erop dat de afstoting 6 miljard jaar geleden zo krachtig werd dat de donkere energie de poging van de zwaartekracht om het heelal samen te trekken, overwon, waardoor de uitdijing kon versnellen.

Donkerte is theoretische gatenvuller

De uitvinding van donkere materie en energie waren enorme correcties op de kosmologie: samen maken ze 19 procent van het heelal uit. Maar daarvoor zijn bewijzen nodig.

Astronomen en natuurkundigen hebben echter nog geen licht kunnen werpen op de donkere kant van het universum. Daarom doen wetenschappers 95 procent van het heelal af als theoretisch dwaalspoor en gooien ze het over een andere boeg.

De radicaalste nieuwe theorie, Mond genoemd, komt van de Israëlische onderzoeker Mordehai Milgrom. Hij denkt dat de onbekende materie in het heelal helemaal niet bestaat.

De snelle rotatie van stelsels is zo lastig uit te leggen doordat er een fout zit in Newtons gravitatiewet. Milgrom is van mening dat de zwaartekracht over grote afstanden niet zo sterk afneemt als de eeuwenoude theorie voorspelt.

Volgens Newton wordt de aantrekkingskracht van een lichaam bepaald door zijn massa. Maar bij een groot lichaam, zoals een concentratie van sterren midden in een sterrenstelsel, neemt de aantrekkingskracht op de buitenste sterren die eromheen draaien enorm snel af wanneer de afstand ertussen groter wordt. Dat betekent dat de sterren midden in een stelsel de sterren aan de rand niet bij zich kunnen houden.

Volgens Mond geldt de theorie in kleine systemen als het zonnestelsel, maar in grote structuren als een stelsel met een omvang van 100.000 lichtjaar geldt de zwaartekracht maar tot op zekere hoogte, afhankelijk van de massa in het stelsel. Vanaf deze grens neemt de zwaartekracht niet zo veel meer af als Newton zegt. De zwaartekracht van de zichtbare materie van een sterrenstelsel kan de buitenste sterren toch vasthouden in hun baan.

Veel wetenschappers verwierpen Milgroms theorie onmiddellijk. Hij legt niet uit waarom de zwaartekracht zich anders gedraagt dan we dachten, en zijn nieuwe gravitatiewet beschrijft niet de ontwikkeling van het heelal vanaf de oerknal.

Maar na de observatie van 153 sterrenstelsels geeft de Amerikaanse astronoom Stacy McGaugh Mond gelijk. De theorie klopt met het gedrag van de stelsels en verklaart hun rotatie zonder dat er donkere materie aan te pas komt.

Donkere energie is een rekenfout

Ook het grootste bestanddeel van het heelal, donkere energie, staat ter discussie als natuurkundigen en astronomen de moderne kosmologie herzien. Een recente theorie stelt dat we donkere energie alleen vanwege een simpele rekenfout nodig hebben om de uitdijing van het heelal te verklaren.

De vergelijkingen van de relativiteitstheorie zijn zo complex dat de wetenschappers die moeten vereenvoudigen, maar zo kunnen er grote afwijkingen in de resultaten optreden als de berekeningen maar lang genoeg worden uitgevoerd.

Wetenschappers van de Hongaarse Loránd Eötvös-universiteit vinden dat donkere energie een resultaat is van de versimpelde berekeningen. Ze hebben het daarom anders aangepakt en kunnen de versnelde uitdijing verklaren zonder donkere energie. Donkere kracht zou dus puur een verzinsel zijn.

Het uur der waarheid is nabij

Momenteel geloven de meeste kosmologen, astronomen en natuurkundigen nog in de theorieën over donkere materie en donkere energie, en ze werken onverdroten door om het bestaan daarvan aan te tonen.

Maar als ze binnen een paar jaar geen resultaten kunnen overleggen, moeten ze wel inzien dat ze tientallen jaren achter iets hebben aan gezeten wat helemaal niet bestaat.

Dan moeten ze dus ook aan een nieuwe, alternatieve theorie om het mysterieuze gedrag van het heelal te verklaren.

Lees ook:

Heelal

De jacht op donkere energie is geopend

0 minuten
Deeltjes

IJskoude atomen moeten donkere energie opsporen

1 minuut
Rainbow
Natuurkundige verschijnselen

Regenboog: Waarom is het lichter onder de regenboog?

0 minuten
Meest populair

Log in

Fout: Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
ToonVerberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!