Lichtgevende bollen
Lichtgevende bollen

Bolbliksems hebben meestal een diameter van circa 1 meter. Ze verschijnen plotseling bij onweer en zweven een minuutje door de lucht, waarna ze even snel weer verdwijnen als ze verschenen. 

© Shutterstock

Onderzoekers ontrafelen het geheim van de mysterieuze bolbliksems

Al eeuwen gaan er verhalen over lichtgevende bollen die bij onweer in de lucht verschijnen. Nu zijn wetenschappers erachter hoe het raadselachtige verschijnsel ontstaat.

6 september 2018 door Niels Hansen

Dikke, grijze wolken drijven traag vanaf het Kanaal over het kustplaatsje Paignton in het zuidwesten van Engeland. 

In de middag vallen de eerste zware druppels, terwijl de 71-jarige Michael Dodd droog in zijn woonkamer televisie zit te kijken. 

Plots klinkt er een oorverdovende knal, en de stroom valt uit. Een paar tellen later zweeft een gloeiende, blauwachtige bol ter grootte van een strandbal en met een oranje staart van licht door het raam naar binnen. 

De lichtbol zweeft dwars door de woonkamer, scheert langs de met stomheid geslagen Michael Dodd en vliegt door zijn terrasdeur weer naar buiten. Hier steekt hij de parkeerplaats voor de seniorenwoningen over – en verdwijnt hij uit het zicht.

Verschijnsel frustreert onderzoekers

Het verhaal dateert uit september 2017 en beschrijft een bolbliksem: een vreemde, gloeiende bol met een diameter van circa 1 meter, die plotseling bij onweer verschijnt, rustig over pleinen of door een willekeurige woonkamer zweeft en dan weer verdwijnt. 

In een poging om te leren begrijpen hoe een bolbliksem ontstaat, heeft een team van Amerikaanse en Finse natuurkundigen nu het proces nagebootst dat waarschijnlijk het merkwaardige verschijnsel veroorzaakt.

Geschiedenis zit vol lichtbollen

De vroegste beschrijvingen van mogelijke bolbliksems zijn zeker 2000 jaar oud en te vinden in Etruskische kunst en teksten van de filosoof Aristoteles. 

Een van de vroegste zekere verslagen dateert uit 1638, toen een bolbliksem volgens verschillende bronnen de kerk van Widecombe-in-the-Moor in het zuiden van Engeland binnenvloog.

De bol vernielde delen van het dak en stak de kerkbanken in brand. Vier mensen vonden de dood.

Ook nu zijn er enge voorbeelden van. Zo ontstond er op 15 december 2014 tijdens vlucht BE-6780 van Aberdeen naar Shetland een bolbliksem in het vliegtuig. 

Het cabinepersoneel zag een lichtbol opduiken bij de deur van de cockpit, en een paar seconden later trof de bliksem de radarapparatuur van het toestel. 

De inslag veroorzaakte storing in de elektrische systemen, maar de piloot kreeg de kist weer onder controle, keerde om en landde 35 minuten later veilig en wel met zijn passagiers in Aberdeen.

Bolbliksem lijkt gezichtsbedrog

Ondanks de vele verslagen van bolbliksems door de tijd heen zijn er weinig concrete bewijzen en wetenschappelijke verklaringen van het eigenaardige fenomeen.

Wat wetenschappers tot voor kort het moeilijkst konden verklaren is dat de grote lichtbollen tot wel een minuut lang stabiel kunnen blijven en vervolgens pas oplossen. 

In de traditionele natuurkunde is het gedrag van bolbliksems zo onwaarschijnlijk dat een artikel uit 2010 in het tijdschrift Physics Letters beweert dat ze helemaal niet bestaan. 

De auteurs van het artikel stellen dat een bolbliksem een optische illusie is, die door de krachtige magnetische velden tijdens een onweersbui op je netvlies verschijnt.

Bol is vastgelegd op film

Nadat het artikel was uitgekomen, heeft een team van Chinese wetenschappers een bolbliksem geregistreerd en geanalyseerd met wetenschappelijke apparatuur. 

De bol verscheen in 2012 op het Tibetaans Plateau en was met een diameter van 5 meter veel groter dan de meeste bolbliksems, die een diameter van 1 meter hebben. Hij bestond ook veel korter: slechts 1,6 seconden. 

Uit de analyses bleek dat de bol vooral bestond uit siliciumoxide en koolstof uit de aarde, die door gewone bliksem deels waren omgezet in plasma door de verhitting tot 30.000 °C.

De beelden toonden aan dat bolbliksems echt bestaan, maar niet hoe het komt dat ze licht geven en zo stabiel blijven. 

Maar daar heeft het team van Finse en Amerikaanse natuurkundigen nu een verklaring voor.

Magneetlijnen houden de vorm erin

De experimenten bevestigen een 20 jaar oude theorie over bolbliksems.

Die theorie was in 1996 bedacht door de Spaanse hoogleraar Antonio F. Ranada en beschrijft een inwendige structuur van een bolbliksem die allerlei kenmerken weet te verklaren, zoals de lange levensduur van de lichtbol. 

De structuur, die door Ranada op wiskundige wijze was beschreven, was een soort elektromagnetische knoop van met elkaar verweven, ringvormige magnetische veldlijnen die ontstaan in het plasma van geladen luchtmoleculen. 

Die ringen zijn zo stabiel doordat ze zichzelf in de staart bijten – en doordat ze geen begin of einde hebben, zijn ze ook niet uit elkaar te halen.

Verder kwam de hoogleraar echter niet, want het was toen nog niet mogelijk om de theorie te testen. 

Nieuwe toestand maakt proeven mogelijk

Pas 20 jaar later creëerden de Finse en Amerikaanse wetenschappers de magnetische veldlijnen in de ijskoude tegenhanger van het gloeiend hete plasma: het zogeheten bose-einsteincondensaat.

Dit condensaat is een vijfde fase van materie, die pas in 1996 is ontdekt. 

In het laboratorium maakten de wetenschappers een zeer ijle, microscopisch kleine wolk van 200.000 ijskoude atomen van het element rubidium. 

Toen het koude condensaat met een magnetisch veld werd gemanipuleerd, ontstonden de magnetische knopen vanzelf. De structuur kon lang genoeg gehandhaafd worden om zijn eigenschappen in kaart te kunnen brengen. 

En die komen volledig overeen met de 20 jaar oude voorspelling over het binnenste van een bolbliksem.

Lees over meer wonderlijke ontdekkingen in Wetenschap in Beeld. Nu krijg je 6 nummers van Wetenschap in Beeld voor slechts € 19,95

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: