Scandinavië ontstond in de hel

Enorme vulkanen, bergen hoger dan de Himalaya en oceanen vol borrelende lava – Scandinavië ontstond door natuurgeweld van Groenland tot Congo, en we kunnen de littekens nog zien.

Enorme vulkanen, bergen hoger dan de Himalaya en oceanen vol borrelende lava – Scandinavië ontstond door natuurgeweld van Groenland tot Congo, en we kunnen de littekens nog zien.

Claus Lunau

De aarde barst open. Een miljarden tonnen zwaar rotsblok dondert honderden meters omlaag en legt een zee van kokend magma bloot.

Terwijl het magma opborrelt en de spleet vult, barsten de nabijgelegen vulkanen met een hels kabaal uit.

As en gloeiend puimsteen vliegen door de lucht, terwijl reptielen en geleedpotigen het inferno proberen te ontvluchten. Anders worden ze levend gebakken.

285 miljoen jaar geleden was Noorwegen, om precies te zijn de hoofdstad Oslo, de hel op aarde. Het supercontinent Pangea was uit elkaar aan het vallen, en krachten diep uit de aarde probeerden Scandinavië uit elkaar te trekken.

Maar het oeroude grondgesteente weigerde koppig af te staan wat nu de westelijke 80 procent van Noorwegen is.

Osloslenk breukzone

Door opborrelend magma barstte 285 miljoen jaar geleden de aardkorst onder Oslo, maar er ontstond geen nieuwe zee. Het resultaat was een breukzone, de Osloslenk genoemd.

© Claus Lunau

Uiteindelijk liet de platentektoniek Scandinavië met rust. Pangea scheurde verder naar het westen en schonk de aarde zijn huidige continenten – en de gloednieuwe Atlantische Oceaan.

Scandinavië zoals we dat nu kennen, was ontstaan.

Het dramatische verhaal van Noord-Europa begint echter nog veel eerder. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de geologische geschiedenis van Scandinavië het grootste deel van het bestaan van de aarde bestrijkt – en het is er niet zachtzinnig aan toegegaan.

Scandinavië ligt op vaste grond

Het is belangrijk om te weten dat Scandinavië in geologisch opzicht niet hetzelfde is als de culturele regio waar vaak Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken en IJsland toe worden gerekend.

IJsland en Denemarken liggen niet op de stabiele bodem die het Baltisch of Fennoscandisch Schild wordt genoemd.

Baltisch Schild - kaart

Een groot deel van Scandinavië ligt op een oeroud stuk aarde, het Baltisch of Fennoscandisch Schild. Het beslaat ook Polen, de Baltische staten en Noordwest-Rusland.

© Shutterstock

IJsland bestaat uit jong lavagesteente, dat er nog steeds regelmatig opborrelt.

Het eiland ligt precies op de enorme Mid-Atlantische Rug, die ontstond toen Pangea uit elkaar viel en de aardkrachten Noorwegen niet uit elkaar konden scheuren. Op deze rug ontstaat voortdurend nieuwe zeebodem, die Europese en Noord-Amerikaanse continentale platen uit elkaar drukt.

Denemarken ligt wel op een sokkel van gesteente, maar die zit zo diep dat de Denen nauwelijks vaste grond onder hun voeten hebben.

Daarover later meer.

Om te begrijpen hoe Scandinavië ontstond en zijn huidige vorm kreeg, hebben onderzoekers beslissende gebeurtenissen in kaart gebracht.

Bij deze gebeurtenissen werden bergen zo hoog als de Himalaya opgestuwd en ontstond er een soort drijvende kurk die miljarden jaren over de aarde zwierf.

Noorwegen ging 10 km de lucht in

Noorwegen is in de loop der tijden regelmatig door de mangel gehaald. En als een landmassa in elkaar gedrukt wordt, treedt er gebergtevorming op.

Nieuwe gebergten kunnen ontstaan wanneer twee continenten op elkaar botsen en maar langzaam afremmen.

Noorwegen bergen waterval
© Shutterstock

Gesteente vertelt een heftig verhaal

Het oudste gesteente van Scandinavië heeft talloze botsingen doorstaan en deel uitgemaakt van allerlei bergketens en continenten.

3700-2500 mln jaar geleden

Finland is oeroud
Slechts 800 miljoen jaar na het ontstaan van de aarde werd het fundament van Scandinavië gelegd. 3,7 miljard jaar geleden ontstond grijze gneis, een van de oudste gesteenten, dat o.a. in Finland voorkomt.

Grijze gneis Finland
© Trogain

1340 mln jaar geleden

Vulkanen borrelden onder Bornholm
Licht magma steeg op door scheuren in de oude sokkel en stolde een paar kilometer onder het oppervlak. Hierbij ontstonden de fraaie kristallen in het graniet van o.a. het eiland Bornholm.

Graniet Bornholm
© Sven Madsen

515 mln jaar geleden

Zwart slib bedekte Zweden
Door een stijging van de zeespiegel liepen delen van Zweden onder, o.a. in het cambrium, toen geavanceerd leven zich snel ontwikkelde. Organisch materiaal van dieren en planten belandde in een zuurstofarm milieu en vormde zwarte schalie.

Schalie Zweden
© Alamy

285 mln jaar geleden

Chaos in Oslo
Toen het supercontinent Pangea uiteenviel en tektonische krachten Noorwegen in tweeën probeerden te scheuren, borrelde er donker, ijzerrijk magma op uit de aardmantel, dat stolde. Dit vormde bloemkoolachtige stenen.

Kinnediabas Noorwegen
© Sven Madsen

Bij zo’n botsing waarbij het gesteente samengeperst wordt, schiet een deel ervan de lucht in en wordt een ander deel ervan onder het continent gestuwd. Dit verschijnsel speelt zich op dit moment af tussen de Indische en Aziatische Plaat, waardoor het Himalayagebergte nog steeds hoger wordt.

Uit analyses blijkt dat er op het Baltische Schild zeker zes keer op deze manier gebergten zijn ontstaan.

De eerste bergketen kwam 3,1 miljard jaar geleden opzetten, terwijl de laatste gebergtevorming zo’n 425 miljoen jaar geleden optrad. Toen botsten de oude continenten Baltica, met Scandinavië erop, en Laurentia, het grootste deel van Noord-Amerika.

10 kilometer zand, steen en klei vormt de Deense bodem.

Deze aanvaring was slechts een van de vele die het supercontinent Pangea mede vormgaven.

De botsing stuwde de Noorse bergen zo hoog op dat er een bergketen hoger dan de Himalaya oprees op de plek waar het grootste deel van Noorwegen nu ligt.

Een ander effect van de botsing verklaart waardoor Denemarken zich nu in geologisch opzicht grotendeels van zijn Scandinavische buurlanden onderscheidt.

De aanvaring tussen de twee continenten leidde namelijk tot een enorme, verticale verschuiving, een zogeheten breuk, die van zuidoost naar noordwest loopt, door Zuid-Zweden en het noorden van Jutland.

Terwijl de sokkel aan de Zweedse kant van de breuk helemaal aan de oppervlakte ligt, waardoor de Zweden vaste grond onder hun voeten hebben, zit het grondgesteente aan Deense zijde wel 10 kilometer diep.

Denemarken rust dus op een 10 kilometer dikke laag steen, gruis, zand, klei en kalk.

Vandaag de dag is de breuk vrijwel inactief, maar lange tijd veroorzaakte hij zware aardbevingen in Scandinavië.

Botsing schonk kern eeuwig leven

Toen de ‘Noorse Himalaya’ was opgekomen, sleten de bergen weer af door de invloed van weer en wind. Geologen noemen dat erosie, en dat proces heeft dus 8 kilometer van de Noorse bergen afgesnoept.

Maar Scandinavië is alleen in de hoogte kleiner geworden.

Het Baltisch Schild is namelijk uitgedijd door vulkanische microcontinenten op te slokken, zodat ze stevig vast kwamen te zitten aan de sokkel.

Kleine en grote botsingen hebben ook een ander effect gehad, dat onderzoekers pas onlangs hebben ontdekt.

De botsingen hielpen de oorspronkelijke kern van het Baltisch Schild, kraton of rompgebergte genoemd, te beschermen.

Kratons behoren tot de oudste onderdelen van de planeet. Op sommige plaatsen is dit gesteente bijna 4,3 miljard jaar oud, zoals bij de Hudsonbaai in Canada.

4,3 miljard jaar oud is het oudste gesteente bij de Canadese Hudsonbaai.

Omdat kratons uit zeer lichte aardkorst bestaan, drijven ze op de ondergelegen laag, de mantel – zoals een kurk of een leeg schip op het water.

In twee onderzoeken uit 2019 en 2020 toonde een team onder leiding van de Indiase geofysicus dr. Jyotirmoy Paul met behulp van computermodellen aan dat kratons meestal een stuk stijver en dikker zijn dan het omliggende gesteente.

En hoe stijver en dikker de aardkorst is, hoe moeilijker het voor de aarde is om het gesteente in de barsten te krijgen waar de aardmantel vernietigd wordt, de zogeheten subductiezones.

Als twee landmassa’s op elkaar botsen, worden ze beide korter en dikker. En aangezien het Baltisch Schild zeker zes grote botsingen heeft doorgemaakt, is de landmassa tot wel 65 kilometer dik, en daarmee zeer solide.

Wanneer de dikke, taaie kraton onder Scandinavië precies ontstond, is lange tijd een raadsel geweest, maar nu hebben Russische onderzoekers het antwoord gevonden.

Scandinavië was een tropisch paradijs

Een team wetenschappers onder leiding van geoloog dr. Tamara Bayanova onderzocht in 2020 kleine, ultrastabiele kristallen van het mineraal zirkoon.

De kristallen kwamen van het Russische schiereiland Kola, dat het oostelijkste deel van het Baltisch Schild vormt.

Bayanova dateerde de kristallen, en daarmee Scandinavië, op zeker 3,73 miljard jaar oud. Dat maakt het tot een van de oudste gebieden op aarde.

En niet alleen is het gesteente dat de sokkel vormt oeroud en rotsvast, uit analyses blijkt ook dat het rond de aarde is gereisd en als een puzzelstukje deel uitmaakte van vrijwel alle bekende supercontinenten.

Kola Superdeep boring Rusland

Tussen 1970 en 1989 boorden de Sovjets het diepste gat ter wereld van 12.626 meter diep. Het biedt een uniek kijkje in de geologische geschiedenis van Scandinavië en Noordwest-Rusand.

© Alamy

Dat weten we dankzij microscopische magneten, die als bevroren in de tijd zijn.

Deze magneten bestaan uit mineraalkorreltjes die als magma uit het binnenste van de aarde zijn gekomen. Ze kwamen in de vorm van lava uit een vulkaan of stolden tot gesteente voordat ze het oppervlak bereikten.

Terwijl het magma stolde, trok het aardmagnetisch veld aan de magnetische korreltjes, die zich naar het veld richtten. En toen het gesteente geheel afgekoeld was, lag de magnetische richting van de mineralen voor altijd vast.

Geologen kunnen de richting van de korreltjes nu aflezen en uitvogelen waar op aarde het mineraal zich bevond toen het ‘bevroor’.

De conclusie is dat Scandinavië zich lange tijd heeft bevonden op de plaats waar nu de Stille Oceaan ligt. Af en toe was het een tropisch paradijs dat niet ver van Hawaï lag.

Op zijn reis over de wereld lag Scandinavië telkens in een andere buurt, naast andere taaie landmassa’s.

Zo was het 900 miljoen jaar geleden verbonden met het supercontinent Rodinia en lagen exotische bestemmingen als het huidige West-Afrika, Congo en de Amazone binnen bereik.

Scandinavië wandelt door

Op dit moment zit er veel ruimte tussen de continenten en hebben de landmassa’s bijna hun maximale separatie bereikt. Dat houdt in dat de continenten de komende 50 tot 100 miljoen jaar weer bij elkaar gaan komen.

De Amerikaanse geoloog en paleogeograaf Christopher Scotese denkt dat de continenten weer een supercontinent zullen vormen, dat hij Pangea Proxima heeft gedoopt, ‘het volgende van al het land’.

Afrika blijft naar het noorden bewegen, en in Centraal-Europa verschijnt een nieuwe bergketen, het Middelgebergte. Door de botsing roteert het continent met de klok mee, waardoor Scandinavië naar het noordoosten gaat.

250 miljoen jaar duurt het voor de landmassa’s een nieuw supercontinent vormen.

Ook Australië trekt naar het noorden en slokt alle grote eilanden van Oceanië op, terwijl Groenland langs het noorden van Noord-Amerika draait, dat zich met Azië verbindt.

Er verschijnt een subductiezone langs de Amerikaanse kust, die de bodem van de Atlantische Oceaan opneemt. De oceaan tussen Europa en Noord-Amerika, die Noorwegen bijna fataal was geworden, verdwijnt dus weer.

Volgens Scotese zitten de continenten over 250 miljoen jaar weer aan elkaar vast, maar Scandinavië zit deze keer niet klem.

Dat komt ver naar het noorden te liggen en is 120 graden met de klok mee gedraaid, zodat de kust naar de Stille Oceaan is gericht.

Wat er daarna gebeurt, weten we nog niet.

Pangea Proxima is vast niet het laatste supercontinent, en het oeroude Scandinavië gaat vermoedelijk opnieuw aan de wandel.