Verschillende planten in close-up

Planten zijn de sleutel tot het leven

Planten zijn organismen met celwanden die bestaan uit cellulose, dat zijn lange rijen glucosemoleculen. Ze kunnen fotosynthese uitvoeren, waarbij zonlicht, water en CO2 worden omgezet in glucose en zuurstof. Planten zijn dus verantwoordelijk voor het grootste deel van de zuurstof in de atmosfeer, en aangezien zij ook een essentiële voedselbron zijn voor mens en dier, zou het leven op aarde er treurig aan toe zijn als zij op een dag zouden verdwijnen. Planten variëren van bloemen, grassen en kruiden tot bomen, struiken en gewassen. Er zijn meer dan 300.000 plantensoorten op aarde, maar vele staan onder druk door landbouw, vervuiling, klimaatverandering en het rooien van ongerepte natuurgebieden. Bekijk onze artikelen voor meer informatie over de broodnodige planten van onze aarde.

Planten voeren fotosynthese uit

De fotosynthese van planten vult onze lucht met zuurstof, maar dat is slechts een bijproduct van het proces. Bij de fotosynthese hebben planten als hoofddoel glucose te maken en te groeien. En wij profiteren daarvan wanneer we gewassen kweken of bomen planten voor bijvoorbeeld bouwmaterialen.
De formule voor fotosynthese is:
6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie → C6H12O6 (glucose) + 6 O2

Bladeren baden in zonlicht

© Shutterstock

Waarom zijn planten groen?

Planten krijgen hun groene kleur van het pigment chlorofyl. Chlorofyl helpt planten om energie van de zon te absorberen, aangezien het het blauwe en rode licht van de zon opneemt. Chlorofyl absorbeert echter bijna geen groen licht van de zon, zodat dit wordt weerkaatst. Daarom zijn planten groen.
Chlorofyl zit in de bladgroenkorrels van planten. Bladgroenkorrels hebben een structuur die lijkt op die van het ijzerhoudende transporteiwit hemoglobine, dat in onze rode bloedcellen zit. Chlorofyl bevat echter geen ijzer, maar magnesium.

© Shutterstock
Bladzijde 1 / 3