Shutterstock
Microplastic

Onderzoekers ontdekken verrassend veel microplastic in de lucht

Er zit mogelijk veel meer microplastic in de lucht die we inademen dan we ooit hadden gedacht, stellen onderzoekers.

Ze zijn gevonden in moedermelk, regenwater, placenta’s, keukenzout, huisstof, kraanwater enzovoort enzovoort.

Het is inmiddels bekend dat microscopisch kleine plasticdeeltjes van minder dan 5 millimeter, microplastics, alomtegenwoordig zijn en zelfs in ons lichaamsweefsel zitten.

Nu hebben onderzoekers van de University of Auckland voor het eerst de totale hoeveelheid microplastic berekend die neerdaalt op een hele stad, in dit geval Auckland, de grootste stad van Nieuw-Zeeland.

Volgens hen wijzen de resultaten uit dat veel wetenschappers de hoeveelheid microplastic in de lucht flink onderschat hebben.

Methode bracht kleinste deeltjes aan het licht

De onderzoekers vingen plasticdeeltjes uit de lucht op in een trechter in een houten kist op het dak van een universiteitsgebouw in de binnenstad, en in de tuin van een huis in een buitenwijk.

De meeste deeltjes waren te klein om met het blote oog te kunnen zien. Daarom voegden de wetenschappers er een kleurstof aan toe, die onder bepaalde omstandigheden en met een speciale hittebehandeling licht uitzendt, zodat de deeltjes geïdentificeerd konden worden.

Dankzij deze methode kon microplastic tot slechts 0,01 millimeter groot ontdekt worden. En het bleek dat er jaarlijks 74 ton microplastic uit de lucht valt in Auckland, het equivalent van ruim 3 miljoen plastic flessen.

Mikroplast fundet i havet.

Microplastic zijn plasticdeeltjes van minder dan 5 mm lang. De laatste jaren zijn walvissen gevonden met meer dan 40 kilo plastic in hun maag.

© Shutterstock

Onderzoeker: ‘Meten hoeveel we inademen’

Het gemiddelde aantal plasticdeeltjes per vierkante meter op één dag in en rond de Nieuw-Zeelandse stad was 4885. Ter vergelijking: in 2020 vonden wetenschappers 771 deeltjes per vierkante meter in Londen, in 2019 275 per vierkante meter in Hamburg en in 2016 110 in Parijs.

Volgens de onderzoekers is het grote verschil tussen deze metingen te danken aan het feit dat ze ‘geavanceerde chemische methoden’ gebruikten om de kleinste deeltjes op te sporen.

‘Toekomstige onderzoeken moeten gaan meten hoeveel plastic we precies inademen. Het wordt steeds duidelijker dat dit een belangrijke blootstellingsroute is,’ zegt onderzoeksleider dr Joel Rindelaub in een persbericht.

Kleine deeltjes zijn mogelijk het gevaarlijkst

Dat we gebombardeerd worden met microscopisch kleine plasticdeeltjes, is geen verrassing voor Nanna B. Hartmann. Zij doet onderzoek naar de milieueffecten van microplastics en nanomaterialen aan de Technical University of Denmark en houdt zich al jaren bezig met de keerzijde van het wereldwijde gebruik van kunststoffen.

‘We weten dat er microdeeltjes in de lucht zitten, zowel binnen als buiten. De cijfers uit dit onderzoek zijn hoger dan we gewend zijn. Maar we weten ook van onderzoeken in zee dat we meer microplastic vinden als we de kleinste deeltjes ook meetellen, zoals in dit onderzoek gedaan is,’ zegt ze.

Volgens de Nieuw-Zeelandse wetenschappers maakt de Golf van Hauraki bij Auckland het probleem daar mogelijk groter doordat de golven microplastic uit zee de lucht in brengen. Toch moeten we accepteren dat microplastic een wereldwijd probleem is, aldus Nanna B. Hartmann.

‘Er zijn altijd plaatselijke omstandigheden die invloed hebben, zoals de ligging en de windrichting. Maar we weten dat plasticdeeltjes door luchtstromen over de hele aarde getransporteerd kunnen worden en dat microplastic dat bijvoorbeeld in Europa in de lucht komt, best in het noordpoolgebied kan belanden,’ legt Hartmann uit.

Met microplastics worden alle deeltjes kleiner dan 5 mm aangeduid, maar er zijn ook plasticsnippertjes van 0,02 à 0,03 mm, zoals hier afgebeeld.

© Institute of Hydrodynamics

Lees ook:

Onze kennis over de gezondheidsrisico’s van microplastics moet nog aangevuld worden. Maar de grootte van de deeltjes kan veel invloed hebben, aldus de Deense wetenschapper.

‘Hoe kleiner de deeltjes, hoe groter de kans dat ze door membranen dringen en in het weefsel en de organen van mensen belanden. Je kunt je zorgen maken over de effecten daarvan,’ zegt ze.