Rapport: we staan aan rand van afgrond

Het nieuwe VN-klimaatrapport is een bittere pil. De rampen stapelen zich op en het is nu al duidelijk dat het voor een deel van de planeet te laat is. Maar een radicale oplossing kan de rest nog redden.

Het nieuwe VN-klimaatrapport is een bittere pil. De rampen stapelen zich op en het is nu al duidelijk dat het voor een deel van de planeet te laat is. Maar een radicale oplossing kan de rest nog redden.

Robin Loznak/ZUMA Wire/Alamy Live News/ImageSelect & Claus Lunau

‘Toen het water kwam, hadden ze geen kans.’ Op 15 juli 2021 waren de inwoners van het Duitse stadje Sinzig in shock. De nacht ervoor had een enorme watermassa zich een weg door de stad gebaand. 12 bewoners van een verzorgingstehuis kwamen om het leven.

Op het hoogtepunt stond het water zeven meter hoger dan normaal. De overstromingen waren het gevolg van zware regenval en in heel Europa kostten ze aan honderden mensen het leven.

Binnen twee wekenkwamen wetenschappers bijeen om spijkers met koppen te slaan. In een eindeloze reeks videovergaderingen legden ze de laatste hand aan een uitgebreid klimaatrapport. Hun ondubbelzinnige conclusie? Rampen zoals die in Sinzig zijn onze eigen schuld.

Europa overstroomde in juli 2021

In juli 2021 viel er in grote delen van Europa een recordhoeveelheid regen – op sommige plekken werd het oude record met 60% overtroffen. En dat zal in de toekomst nog veel vaker gebeuren.

© Philippe Bourguet/bePress Photo Agency/bppa/ABACAPRESS.COM/Ritzau Scanpix

Wij hebben de overstromingen, orkanen en bosbranden een handje geholpen, en de rampen zullen in de toekomst alleen maar toenemen. Klimaatwetenschappers hebben ons al gewaarschuwd, maar toch is het nieuwe rapport anders.

Het rapport, afkomstig van het VN-klimaatpanel, staat vol nieuwe, eerder onbekende inzichten – en het komt bovendien op een cruciaal moment. Volgens klimaatwetenschappers staan we aan de rand van de afgrond. De mensheid heeft al één rampzalige ontwikkeling in gang gezet, die niet meer te stoppen is. En er zullen er spoedig meer volgen.

Gelukkig heeft het rapport een oplossing – een drastische maatregel die moet voorkomen dat honderden miljoenen mensen dakloos worden.

Het is onvermijdelijk

Het nieuwe rapport is het eerste van drie rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) over klimaatverandering, de gevolgen ervan voor mens en natuur, en strategieën om onze broeikasgasuitstoot terug te dringen. Samen vormen de drie deelrapporten het zesde grote klimaatrapport van het IPCC.

Al toen het IPCC in 1990 zijn eerste rapport publiceerde, wisten wetenschappers vrij zeker dat er een verband was tussen onze broeikasgasemissies en de temperatuurstijging op aarde. Toen kwamen de resultaten als een schok. Alle regeringsleiders waren het erover eens dat de uitstoot moest worden teruggedrongen. Sinds 1990 is de jaarlijkse uitstoot echter met 60 procent gestegen.

In de decennia daarna volgde nog een aantal IPCC-rapporten, waarin steeds werd vastgesteld dat we ons klimaat aan het verruïneren zijn.

IPCC bespreekt het klimaatrapport
© International Institute for Sustainable Development (IISD)

Geschreven door honderden wetenschappers

Het eerste deelrapport van het VN-klimaatpanel IPCC zal ten grondslag liggen aan belangrijke beleidsbeslissingen. Het is gebaseerd op de kennis van honderden experts en duizenden onderzoeken.

Politici hebben al vaker geprobeerd om klimaatverandering aan te pakken, maar de meeste pogingen zijn mislukt. In 2015 werd het klimaatakkoord van Parijs ondertekend, waarin staat dat de wereldwijde temperatuurstijging in 2100 onder de 1,5 graden moet blijven. Het zesde IPCC-rapport vertelt in hoeverre we de doelstellingen van Parijs kunnen halen.

‘De komende 20 jaar bereiken we een temperatuurstijging van 1,5 graden,’ zegt klimaatwetenschapper Anna Amelia Sörensson, een van de 234 wetenschappers die het rapport hebben opgesteld.

‘Het is onvermijdelijk. Bij 1,5 graden neemt het extreme weer toe, maar we kunnen er niets aan doen. Het gaat gewoon gebeuren. Toch moeten we de uitstoot verminderen, want met twee graden opwarming wordt het nog erger.’

De voorspellingen over ons toekomstige klimaat zijn huiveringwekkend. Maar ze zijn beter onderbouwd dan alle voorgaande voorspellingen. Dat komt grotendeels doordat wetenschappers de laatste onzekerheid hebben geëlimineerd.

Gevoeligheid is duidelijker geworden

Klimatologen weten al tientallen jaren dat broeikasgassen de boosdoener zijn achter de opwarming van de aarde. Maar de ‘klimaatgevoeligheid’ was een probleem – die geeft aan hoeveel opwarming een bepaalde toename van de hoeveelheid broeikasgassen tot gevolg heeft.

‘Vergeleken met het vorige verslag is er veel minder onzekerheid.’ Klimaatonderzoeker Trude Storelvmo

‘Het is een heel belangrijk gegeven, maar heel moeilijk voor klimaatwetenschappers om te bepalen,’ legt Trude Storelvmo, een van de experts van het IPCC-rapport, uit. ‘En dat zorgt voor onzekerheid. Dus zelfs als we precies wisten hoe groot de uitstoot in de toekomst zou zijn, wisten we nog niet hoeveel de aarde hierdoor zou opwarmen.’

Die onzekerheid is nu grotendeels verdwenen dankzij meer metingen van ons klimaat, ontdekkingen over het klimaat van vroeger en betere klimaatmodellen – en dat heeft enorme gevolgen voor de klimaatwetenschap.

Klimaatonderzoeker Trude Storelvmo

Trude Storelvmo onderzoekt de invloed van wolken en aerosolen op het klimaat en was een van de auteurs van het hoofdstuk over klimaatgevoeligheid in het IPCC-rapport.

© International Institute for Sustainable Development (IISD)

Meer inzicht in de klimaatgevoeligheid betekent dat elke twijfel over de menselijke invloed op de opwarming van de aarde is weggenomen. Voor 1,07 van de 1,09 graden opwarming zijn wij verantwoordelijk – dankzij onze uitstoot die heeft geleid tot het hoogste CO2-niveau in de afgelopen twee miljoen jaar. Ook voorspellingen over de toekomstige opwarming zijn veel nauwkeuriger geworden.

De wetenschap heeft dus een enorme stap gezet sinds het laatste rapport in 2013. En het resultaat is niet alleen dat we nu een betere basis hebben voor beslissingen over de uitstoot van broeikasgassen. De wetenschappelijke vooruitgang kan ook juridische gevolgen krijgen, bijvoorbeeld bij rampen zoals in de Duitse stad Sinzig.

De schuldige is bekend

In juli 2021 werden verschillende Europese steden verwoest en kwamen ongeveer 250 mensen om het leven. De materiële schade bedraagt naar schatting meer dan 800 miljoen euro. Hevige regenval was de oorzaak. In sommige gebieden viel in twee dagen evenveel regen als normaal in twee maanden.

In diezelfde zomer werden er in de VS, Canada en Europa recordtemperaturen gemeten. Finland had de heetste junimaand ooit en Canada had te maken met een intense hittegolf met temperaturen tot 50 graden – de hoogste ooit gemeten in het land. De extreme hitte leidde tot meer dan 500 doden en verwoestende bosbranden.

Het nieuwe IPCC-rapport maakt glashelder bij wie de schuld voor dit soort rampen ligt.

‘Het vorige rapport maakte al duidelijk dat de wereldwijde klimaatverandering wordt veroorzaakt door de mens. In dat rapport konden we echter nog niet vaststellen of een extreme gebeurtenis het gevolg was van klimaatverandering of niet, maar dat kunnen we nu wel,’ vertelt Anna Amelia Sörensson.

Met nieuwe, geavanceerde klimaatmodellen kunnen wetenschappers zien hoe waarschijnlijk een bepaald weersverschijnsel nu is, vergeleken met een wereld waarin mensen geen broeikasgassen hebben uitgestoten. Uit onderzoek bleek dat onze uitstoot de kans op zware regenval in Europa 1,2 tot 9 keer groter maakt. Een ander onderzoek gaf aan dat we het risico op de Canadese hittegolf 150 keer hebben vergroot.

Voor het eerst kunnen onderzoekers een causaal verband leggen tussen emissies en individuele rampen.

‘Dit verband dient als bewijs in mogelijke rechtszaken tegen overheden,’ zegt Anna Amelia Sörensson, die vindt dat deze wetenschappelijke ontdekking een enorme druk legt bij de besluitvormers.

Regeringen die het probleem niet serieus nemen, kunnen nu direct aansprakelijk worden gesteld voor hun daden. En dat zou een belangrijk instrument kunnen zijn, want volgens het rapport zijn de rampen in Europa en Canada nog maar het begin.

Rampscenario wordt werkelijkheid

In het rapport worden specifieke scenario’s geschetst voor de klimaatverandering in de 21e eeuw, op basis van de hoeveelheid broeikasgassen wij in de atmosfeer brengen. Als we grofweg dezelfde hoeveelheid broeikasgassen blijven uitstoten, zal de opwarming in 2041-2060 twee graden bedragen en tegen het einde van deze eeuw bijna drie graden.

Bij slechts twee graden opwarming zullen zware stortbuien bijna twee keer zo vaak voorkomen als vóór de opwarming en zal er gemiddeld 14 procent meer regen vallen. Extreme hitte zal ook zes keer vaker voorkomen dan vroeger en zal gemiddeld 2,6 graden warmer zijn.

Als we echter onze uitstoot verhogen, kan de temperatuur tegen het einde van de eeuw met wel vijf graden stijgen, waardoor rampen nog vaker zullen voorkomen en intenser zullen zijn. Een opwarming van vier graden leidt bijvoorbeeld tot tien keer zoveel hittegolven als vóór de industrialisering, en ze zullen gemiddeld 5,1 graden warmer zijn.

Het positieve nieuws uit het rapport is dat we de trend van extreem weer kunnen doorbreken als we onze uitstoot snel terugdringen.

Maar dat geldt niet voor de stijgende zeespiegel.

Door de warmte zetten de oceanen uit, en de smeltende ijskappen zorgen voor enorme hoeveelheden extra water. Daardoor stijgt het water nu sneller dan ooit in de afgelopen 3000 jaar, en in 2006-2015 steeg de zeespiegel 2,5 keer sneller dan in de periode 1901-1990.

Het nieuwe rapport laat zien dat de zeespiegel vanwege de opwarming van de aarde nog eeuwen, en misschien zelfs millennia zal blijven stijgen, ook als we onze uitstoot direct stopzetten en de temperatuur van het zeeoppervlak stabiliseren.

We kunnen de stijging van de zeespiegel nog beperken, maar het is te laat om haar volledig te stoppen. Zelfs als we per direct geen CO2 meer zouden uitstoten, blijft de zee nog eeuwenlang stijgen.

Global opvarmning får havet til at stige
© Shutterstock & Claus Lunau

De diepzee loopt achter

Warmte en kou worden heel langzaam doorgegeven aan het diepzeewater, dus zelfs als we de opwarming aan het zeeoppervlak zouden stoppen, wordt de diepzee nog tot 2300 warmer. Door deze warmte zet het water uit, waardoor het zeewater stijgt.

Global opvarmning får havet til at stige
© Shutterstock & Claus Lunau

IJskappen verliezen hoogte

Naarmate de ijskappen smelten, komt het ijsoppervlak in lagere, en dus warmere luchtlagen te liggen. Dit proces versterkt zichzelf dus en blijft doorgaan, ook als we de opwarming van de aarde bij de polen stoppen.

Global opvarmning får havet til at stige
© Shutterstock & Claus Lunau

IJsplaten breken af

Zelfs in de meest optimistische voorspellingen zullen door de wereldwijde opwarming de ijskappen van West-Antarctica afbreken. Zonder ijsplaten is de ijskap kwetsbaar en stopt het ijs misschien pas met smelten als de hele ijskap verdwenen is.

De langdurige stijging van de zeespiegel komt vooral doordat de oceanen en ijskappen relatief traag reageren op temperatuurveranderingen. En zelfs als de temperatuurstijging onder de twee graden blijft, kan de zeespiegel tot 2300 met tot wel drie meter stijgen.

De stijgende zeespiegel en extreem weer zullen gevolgen krijgen waar iedereen op aarde mee te maken krijgt.

De landbouw krijgt te maken met overstromingen en droogte – met hongersnood tot gevolg. En honderden miljoenen mensen kunnen dakloos raken door bosbranden en overstromingen.

Tijd geeft rapport gelijk

De zeespiegel zal enorm stijgen, wat we ook doen. Maar als we nu maatregelen treffen, kunnen we de stijging wel beïnvloeden, aldus het rapport.

Als we doeltreffende maatregelen nemen, kunnen we de stijging beperken tot drie meter in het jaar 2300 – wat een stuk beter is dan de zeven meter stijging die we zouden krijgen als we onze uitstoot verhogen.

En snel handelen kan ook helpen tegen de hitte. Zelfs als we niet kunnen voorkomen dat de temperatuur halverwege deze eeuw meer dan 1,5 °C stijgt, kunnen we ervoor zorgen dat de temperatuur nog voor het einde van deze eeuw weer onder die grens komt.

‘We kunnen de opwarming nog beperken. Dat is de belangrijkste boodschap van het rapport,’ zegt klimatoloog Anna Amelia Sörensson.

Klimatoloog Anna Amelia Sörensson

Klimatoloog Anna Amelia Sörensson was een van de hoofdauteurs van het hoofdstuk over het effect van de wereldwijde opwarming op regionale klimaatveranderingen.

© International Institute for Sustainable Development (IISD)

Om de opwarming in 2100 weer onder de 1,5 °C te krijgen, zo zegt het rapport, moet we onze jaarlijkse uitstoot in 2050 minstens halveren, in 2075 tot nul reduceren en daarna moeten we de kooldioxide direct uit de atmosfeer halen.

Dat is een ambitieus, maar noodzakelijk plan dat een enorme inspanning zal vergen. Maar is er een reden om aan te nemen dat de voorspellingen van de klimaatmodellen echt kloppen? Ons klimaat is een complex systeem en de modellen zijn slechts een benadering, dus we moeten kritisch blijven. Toch is het antwoord ja, en daarvoor hoef je alleen maar te kijken naar de vorige klimaatrapporten van het IPCC.

‘De kernboodschap is hetzelfde, maar we zijn nu een stuk zekerder van onze zaak.’ Klimaatonderzoeker Trude Storelvmo

Alle IPCC-rapporten stuiten op felle kritiek van mensen die vinden dat de wetenschappers overdrijven. En soms hebben de oudere voorspellingen het inderdaad bij het verkeerde eind gehad. Het eerste rapport uit 1990 had de verwachte temperatuurstijging in 2016 bijvoorbeeld 17 procent te hoog ingeschat.

Maar het is ook vaak voorgekomen dat problemen werden onderschat. In het tweede en derde IPCC-rapport werd de temperatuurstijging 28 en 14 procent lager ingeschat dan zij nu in feite is.

Dat de voorspellingen het af en toe op bepaalde punten mis hebben, ligt vooral aan de onzekerheid over de zogenoemde ‘klimaatgevoeligheid’ – die nu een stuk kleiner is – en over de uitstoot van broeikasgassen in de toekomst.

De wetenschappers zijn hier altijd eerlijk over geweest. Over het algemeen zitten de modellen van het IPCC vaak akelig dicht bij de waarheid als het om de temperatuur en de zeespiegelstijging gaat.

Er zijn natuurlijk nog steeds onzekerheden, maar wetenschappers nemen wel aan dat de nieuwe klimaatmodellen nog nauwkeuriger zijn dan de oude.

‘Sinds het eerste rapport is er enorme vooruitgang geboekt,’ vertelt Trude Storelvmo. ‘De kernboodschap is hetzelfde, maar we zijn nu een stuk zekerder van onze zaak.’

Ondanks deze vooruitgang bevat het nieuwe rapport een specifieke onzekerheid die wel eens grote gevolgen zou kunnen krijgen. Wetenschappers hebben bepaalde verschijnselen ontdekt die een rampzalige kettingreactie kunnen veroorzaken – zoals het afbreken van de ijskappen of een massale ontbossing vanwege de hitte.

Deze verschijnselen zijn op dit moment nog niet te voorspellen, en ze zijn niet heel waarschijnlijk, maar niet onmogelijk – zeker niet met de huidige uitstoot van broeikasgassen. Als zoiets gebeurt, zouden de huidige voorspellingen van het IPCC het wel eens ernstig mis kunnen hebben en kan de zeespiegel stijgen met meer dan 15 meter.