COP27: Ontwikkelingslanden hebben geld nodig voor de strijd tegen klimaatverandering

Uit een nieuw rapport blijkt dat de armste landen ter wereld enorme investeringen nodig hebben om met klimaatverandering om te gaan.

Uit een nieuw rapport blijkt dat de armste landen ter wereld enorme investeringen nodig hebben om met klimaatverandering om te gaan.

Shutterstock

De armste landen stoten het minste CO2 uit, maar de mensen die er wonen worden wel het hardst geraakt door overstromingen, droogte en andere natuurrampen ten gevolge van klimaatverandering.

Daarom moeten ontwikkelingslanden zich voorbereiden op effecten van klimaatverandering en het gebruik van fossiele brandstoffen verminderen – en daar zijn miljarden voor nodig.

Dat is de boodschap van een nieuw rapport dat net is gepresenteerd op de jaarlijkse klimaatconferentie van de VN, COP27, die nu in Sharm-el-Sheikh in Egypte plaatsvindt.

Het rapport, dat werd geschreven in opdracht van de Britse en Egyptische regering, wijst erop dat ontwikkelingslanden tegen 2030 jaarlijks ruim twee biljoen dollar nodig hebben om met de opwarming van de aarde om te gaan en om de opwarming nog te remmen.

Met die financiële hulp zullen alle opkomende economieën ter wereld zijn geholpen, met uitzondering van China.

Duizenden mensen demonstreerden bij COP27 voor ambitieuzere klimaatdoelen. Deze demonstranten protesteerden op een klimaatmars in Brussel in oktober.

© Shutterstock

Doel is nog lang niet in zicht

Het geld zal deels gebruikt worden om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, en deels om de landen voor te bereiden op de effecten van klimaatverandering – zogeheten klimaatadaptatie.

Volgens de auteurs van het rapport moeten rijke landen, investeerders en multilaterale ontwikkelingsbanken een biljoen dollar bijdragen.

De rest van het geld (zo’n 1,4 biljoen dollar) moet komen van de private en publieke sector in ontwikkelingslanden.

Bij elkaar opgeteld is dat veel meer dan de investering in arme landen tot dusver.

In het 100 pagina’s tellende rapport wordt een plan gepresenteerd om de wereldeconomie versneld te vergroenen, zodat de afspraken in het Akkoord van Parijs wel gehaald worden.

We hebben nog een lange weg te gaan, waarschuwden de VN kort voor de conferentie.

‘We zijn met volle snelheid op weg naar een klimaathel.’ António Guterres, Secretaris-Generaal VN

Als we de temperatuurstijging willen beperken tot 1,5 graad, zoals afgesproken in Parijs, moet onze CO2-uitstoot drastisch omlaag.

‘We zijn met volle snelheid op weg naar een klimaathel,’ waarschuwde de Secretaris-Generaal van de VN, António Guterres op ernstige toon in zijn openingsspeech.

Bekijk de ernstige openingsspeech over klimaatsolidariteit in deze video:

Ook interesse van rijke landen

Volgens klimaateconoom Nicholas Stern, een van de auteurs van het rapport, zouden rijke landen veel interesse moeten hebben in het helpen van ontwikkelende economieën.

‘De rijke landen moeten inzien dat het in hun eigen voordeel is – en dat het ook een kwestie van rechtvaardigheid is, gezien de heftige consequenties van hun huidige en vroegere enorme uitstoot – om te investeren in klimaatacties in opkomende en ontwikkelingslanden,’ zegt hij in The Guardian.

Volgens Stern zal de groei van de energie-infrastructuur en het energiegebruik het komende decennium voornamelijk in ontwikkelingslanden plaatsvinden, en daarom is het essentieel dat hun energiebronnen groen worden.

In een alternatief scenario zullen de arme landen en de rest van de wereld te maken krijgen met fatale gevolgen.

Op de klimaattop, die op 6 november aanving en voortduurt tot 18 november, zal het vraagstuk over klimaatcompensatie een van de belangrijkste bespreekpunten op de agenda zijn.

Voor het eerst in de geschiedenis wordt er namelijk op de klimaatconferentie over gesproken of rijke landen moeten meebetalen voor de schade die klimaatverandering veroorzaakt in de armere landen.