Lentelichtshow helpt natuur op weg

Zongerijpt sperma, gierende hormonen en ontkiemende planten. Licht, of beter gezegd het ontbreken van duisternis, laat de natuur op dit moment exploderen.

Zongerijpt sperma, gierende hormonen en ontkiemende planten. Licht, of beter gezegd het ontbreken van duisternis, laat de natuur op dit moment exploderen.

Shutterstock

Het is weer lente, en de natuur bruist van het leven. De zon warmt de aarde op, en dat stimuleert de plantengroei en maakt de dieren wakker.

De mate waarin een organisme licht kan waarnemen en snel op gang kan komen, is cruciaal voor zijn succes in de natuur.

Daarom hebben planten en bomen lichtreceptoren, fytochromen, die licht absorberen en een hele reeks processen regelen, zoals de rijping van de zaden en de timing van de bloei.

Fytochromen zijn uiterst lichtgevoelig en kunnen zeer lage lichtniveaus detecteren. Daardoor weten planten precies hoe lang de nachten zijn. Als de nachten kort genoeg zijn, weet de plant dat de lente is aangebroken en dat hij veilig nieuwe bladeren en bloemen kan gaan vormen.

Wist je dat onze natuur veel giftige planten bevat? Ontdek hier voor welke planten je moet oppassen in ons overzicht van giftige planten.

Zonlicht maakt dieren bronstig

De lente is voor dieren het perfecte seizoen om jongen te krijgen. Er zijn volop frisse, groene lentescheuten beschikbaar om zichzelf en hun kroost na de zware winter mee vet te mesten. Daarom hebben dieren net zo’n zin in de lente als planten.

Zenuwcellen registreren licht
© Lasse Lund-Andersen

1: Zenuwcellen registreren licht

Het begint met veranderingen in het lichtniveau. Als het lente wordt, registeren de ogen van de dieren dat de nachten korter en de dagen langer zijn.

Epifyse maakt minder melatonine aan
© Lasse Lund-Andersen

2: Epifyse maakt minder melatonine aan

De zenuwcellen van het netvlies laten de epifyse in de hersenen weten dat er meer zonlicht is. Daardoor verlaagt deze de productie van het hormoon melatonine.

Dier wordt bronstig
© Lasse Lund-Andersen

3: Dier wordt bronstig

Melatonine beïnvloedt onder andere de geslachtsdrift van dieren: hoe lager het melatonineniveau, hoe meer zin in seks. Daardoor worden de dieren bronstig en energiek.

Net als planten zijn dieren gevoelig voor temperatuur. Het is dus niet alleen het licht zelf dat de lentekriebels doet ontstaan, maar ook de warmte waarmee dit gepaard gaat.

De toenemende zonnestralen wakkeren allerlei processen in de natuur aan. Zo kunnen bijen eindelijk het nest verlaten om te poepen.

Paargrage hagedissen

Hagedis wordt wakker

De zandhagedis heeft zon en warmte nodig om sperma te produceren.

© Shutterstock

Reptielenzaad rijpt in de zon

De kleine hagedis en de zandhagedis, die beide in Nederland leven, komen begin april in actie.

Na een lange winterslaap hebben de koudbloedige hagedissen warmte uit hun omgeving nodig om op gang te komen. In het vroege voorjaar liggen ze daarom vaak op donkere rotsen en oppervlakken om zo veel mogelijk warmte te krijgen.

Ze moeten zich voorbereiden op het aanstaande paringsseizoen, en licht en warmte zijn voor de mannetjes essentieel om actief sperma te produceren. Net als veel andere fysiologische processen bij hagedissen gebeurt dit namelijk pas als de lichaamstemperatuur hoog genoeg is.

En het sperma moet van topkwaliteit zijn, want er is veel concurrentie met dat van andere mannetjes.

De vrouwtjes komen pas uit hun winterslaap als het sperma klaar is. Daarom zie je ze pas 2-4 weken later. Maar als de vrouwtjes eenmaal op zijn, zijn ze heel promiscue en paren ze met meerdere mannetjes.

Hoe meer partners een vrouwtje heeft, hoe kleiner de kans dat elk mannetje jongen krijgt. Uit DNA-onderzoek blijkt zelfs dat vrouwtjes een ingebouwde verdediging hebben tegen inteelt: het sperma van mannetjes waaraan ze het nauwst verwant zijn, maakt minder kans dan dat van verre verwanten. Daardoor hebben verwante mannetjes meer moeite om nakomelingen te krijgen.

Gelukkig kunnen mannetjes hun moeizaam verworven (zongerijpte) sperma sparen door de hoeveelheid die ze ejaculeren aan te passen op basis van een risicobeoordeling van de concurrentie.

Warmte is ook nodig om de eieren te laten rijpen, maar een vrouwtje produceert slechts 4-15 eieren en heeft minder voorbereidingstijd nodig dan de mannetjes.

Verstopte bijen

Bij op bloem

Als de honingbij zijn darmen heeft geleegd, gaat hij op zoek naar stuifmeel en nectar.

© Shutterstock

Bijen legen hun darmen

De winter is extra zwaar voor bijen. Niet alleen sterven er veel van de kou, ze moeten ook hun billen samenknijpen en hun ontlasting de hele winter vasthouden. Het nest moet namelijk schoon blijven, en uitwerpselen vergroten de kans op de verspreiding van ziekten.

Bovendien is het te koud om naar buiten te gaan en moeten de bijen bij elkaar kruipen om de koningin warm te houden. Daarom komen ze zodra de lente zich aandient snel het nest uit.

De eerste dag dat het 10°C wordt haasten de bijen zich naar buiten om hun darmen te legen. Daarna gaan ze op zoek naar stuifmeel en nectar. Je ziet de ontlasting van de bijen soms als gele en oranje vlekjes op autoruiten of op wasgoed dat te drogen hangt.

Bijen beleven de lentelichtshow heel anders dan mensen: ze zien uv-straling, die voor ons onzichtbaar is.

Het vermogen om uv-licht te zien helpt de bijen om bloemen te herkennen en stuifmeel en nectar te vinden. Veel bloemen vormen een aantrekkelijk patroon dat alleen met uv-zicht is te zien. Naast stuifmeel en nectar produceert het hart van de bloem een pigment waardoor het voor bijen donkerder oogt dan de rest van de bloem.

Grazende ganzen

Grauwe ganzen in het gras

Grauwe ganzen en hun kuikens hebben voedselrijk gras nodig om groot en sterk te worden.

© Shutterstock

Vers gras zet aan tot broeden

In de lente zie je vaak trekvogels in V-formatie overvliegen. Zo keert de grauwe gans in het voorjaar terug naar Nederland om te broeden.

Ganzen arriveren altijd met z’n tweeën, want als een gans eenmaal een partner heeft gevonden, vormen ze een paartje voor het leven.

Er is een speciale reden dat ganzen in de lente aankomen: door de kortere nachten en de langere dagen met extra daglicht is het gras dan gaan uitlopen.

Dat betekent dat er vers, voedselrijk gras te eten is als de volgende generatie komt.

Zodra de ganzen zijn geland, vestigen ze zich in weiden, moerassen en andere graslandgebieden, die perfecte broedplaatsen vormen voor de graseters. De paartjes gaan onmiddellijk nesten bouwen van gras en stro. Daarna legt het vrouwtje ongeveer zes eieren.

Daarbij draait alles om timing. Als de eieren te vroeg uitkomen, is het gras nog niet ontkiemd, en als ze te laat uitkomen, is het gras niet meer zo voedselrijk als in het voorjaar.

Duellerende adders

Adders in gevecht

Mannetjesadders duelleren om een vrouwtje.

© Shutterstock

Adders snakken naar licht en seks

De lentezon lokt adders uit hun ondergrondse winterslaap. Al in maart of begin april kruipen ze naar buiten om te zonnen in heidevelden en op vochtige bosgrond.

Vanwege de onbestendigheid van het lenteweer blijven de slangen dicht bij het winternest, zodat ze snel kunnen schuilen als het weer omslaat. Na zijn winterslaap is de adder lusteloos, maar in de zon laadt hij zijn batterijen weer op, waardoor zijn stofwisseling en activiteit toenemen.

Als je een adder in het wild wilt zien, maak je in de lente de beste kans, omdat ze dan dus minder alert zijn dan in de zomer.

De mannetjes komen als eerste uit hun winterhol en bereiden zich meteen voor op de paring. Zo werpen ze hun oude huid af en duelleren ze met andere mannetjes om wie er met de vrouwtjes mag paren.

De vrouwtjes komen ongeveer een maand na de eerste mannetjes tevoorschijn. Het paringsseizoen duurt een maand, waarin de mannetjes met elkaar vechten. Ze hebben geen tijd om te jagen en teren op de vetreserves die ze vóór de winterslaap hebben opgebouwd.

Jagende wolfsspinnen

Wolfsspin met jongen

De wolfsspin kan 30-50 jongen op haar rug dragen.

© Shutterstock

Zon geeft startsein voor de jacht

De wolfsspin is een roofdier. Anders dan de meeste andere spinnen, die een val maken van hun web, jaagt de wolfsspin actief op zijn prooi.

Er zijn circa 2500 soorten wolfsspinnen in de wereld. In Nederland en België komt de gewone wolfsspin het meest voor, die maar 7 millimeter meet.

De spin is overdag actief en wordt vaak gezien op zonnige plekken. Het roofdier houdt zich vooral op in tuinen, weiden en parken, waar het in het voorjaar druk jaagt. Zodra de grond door de zon voldoende is opgewarmd om insecten uit hun winterslaap te halen, heeft de wolfsspin het voor het uitkiezen.

De wolfsspin is snel en kan zich dankzij zijn bruine kleur goed camoufleren. En hij heeft een uitzonderlijk goed zicht. Gewoonlijk zijn spinnenogen alle acht even groot, maar bij de wolfsspin zijn twee ogen aanzienlijk groter dan de andere.

De spin is van mei tot september geslachtsrijp. In de lente dragen de vrouwtjes een eierzak op hun rug. Als de eitjes uitkomen, blijven de 30-50 jongen op haar zitten tot ze op eigen benen kunnen staan.