Avondmens

Zijn er echt ochtend- en avondmensen?

Mensen hebben het vaak over ochtend- en avondmensen en of ze zelf tot het ene of het andere type behoren, maar bestaan die typen echt, of is het allemaal een verzinsel?

Mensen hebben het vaak over ochtend- en avondmensen en of ze zelf tot het ene of het andere type behoren, maar bestaan die typen echt, of is het allemaal een verzinsel?

Shutterstock

Het is wetenschappelijk aangetoond dat mensen verschillende natuurlijke slaappatronen hebben. De twee basispatronen staan bekend als ochtendmensen en avondmensen.

Ochtendmensen worden vroeg wakker, maar zijn ook vroeg moe, terwijl avondmensen er lang over doen om wakker te worden, maar zich tot laat in de nacht staande kunnen houden.

Het bestaan van ochtend- en avondmensen werd begin 20e eeuw vastgesteld door de Duitse psychiater Emil Kraepelin.

Hij kwam op het idee van de twee typen doordat hij in gesprekken met zijn patiënten merkte dat ze meestal tot een van de twee categorieën behoorden.

Slaapgewoonten kunnen afhangen van genen

Tegenwoordig noemen onderzoekers de neiging tot een bepaald slaappatroon iemands chronotype, en dit lijkt genetisch te worden bepaald.

Dat blijkt uit een studie uit 2017 van zeven Amerikaanse onderzoekers.

Er zijn 6 typen mensen

De Russische slaaponderzoeker Arcady A. Poetilov heeft vastgesteld dat er ochtend- en avondmensen zijn – en vier andere zogeheten chronotypen.

De onderzoekers bestudeerden onder andere tweelingen die afzonderlijk waren opgegroeid en ontdekten dat zij hetzelfde chronotype hadden, onafhankelijk van de omgeving.

Als het chronotype inderdaad in de genen besloten ligt, is dat evolutionair gezien zinvol voor de menselijke soort.

Samenlevingen van jager-verzamelaars uit het verleden in gebieden met roofdieren of rivaliserende stammen hadden daarmee bijna altijd iemand om de wacht te houden.

Maar hoewel er dus minstens twee en misschien zelfs zes chronotypen zijn, lijkt het erop dat de algemene slaapbehoefte bij allemaal globaal hetzelfde is.

Die behoefte ligt tussen acht en elf uur bij schoolkinderen en tieners, en tussen zeven en negen uur bij volwassenen.