Ons gezicht verraadt bedrog

Daarom lieg en bedrieg je niet (zo veel)

Wetenschappers hebben ontdekt dat we uitblinken in het ontmaskeren van bedriegers, maar ze weten nog niet op welke signalen we reageren. Psycholoog Jill Byrnit legt uit waarom de evolutie geen betere oplichters van ons heeft gemaakt.

Wetenschappers hebben ontdekt dat we uitblinken in het ontmaskeren van bedriegers, maar ze weten nog niet op welke signalen we reageren. Psycholoog Jill Byrnit legt uit waarom de evolutie geen betere oplichters van ons heeft gemaakt.

Shutterstock

Hoe vaak ben jij in je leven opgelicht? Dus echt getild, waarbij iemand je opzettelijk misleidde op een manier waardoor hij beter af was en jij slechter? Als je eraan terugdenkt, zul je waarschijnlijk twee dingen ontdekken: je herinnert je het bedrog nog heel goed. En je bent heel zelden opgelicht.

Als je bedenkt hoe groot de voordelen van bedrog kunnen zijn, is het eigenlijk een wonder dat het niet vaker gebeurt. Neem de beroemde oplichter Victor Lustig, die tot twee keer toe zogenaamd de Eiffeltoren wist te verkopen.

Als de beloning voor fraude zo groot kan zijn, waarom hebben evolutionaire selectieprocessen dan niet geleid tot een mensensoort waarvan de leden elkaar voortdurend proberen te bedriegen?

Jill Byrnit

Jill Byrnit is (mede)auteur van diverse vakboeken en wetenschappelijke artikelen over sociale relaties bij mensen en andere primaten.

© Linda Kastrup/Ritzau Scanpix

Dat komt omdat er bij oplichterij niet alleen winnaars zijn, maar ook verliezers – degenen die bedrogen worden. De verliezers zorgen ervoor dat er consequenties zijn voor de bedrieger als hij gesnapt wordt. Zo werd Victor Lustig uiteindelijk veroordeeld tot 15 jaar cel. Dat is de prijs die hij betaalde voor het lucratieve oplichtersbestaan.

Niemand kan voortdurend bedriegen

De Amerikaanse president Abraham Lincoln zou gezegd hebben dat je sommige mensen altijd kunt bedriegen en alle mensen af en toe, maar dat je niet alle mensen altijd kunt bedriegen.

In deze wijze woorden schuilt een deel van de verklaring waarom wij mensen elkaar niet veel meer bedriegen dan we doen, want een oplichter kan altijd tegen de lamp lopen, en uit wetenschappelijke experimenten blijkt dat we uitblinken in het onthouden van mensen die ons in het verleden hebben bedrogen. We hebben zelfs een soort ingebouwde leugendetector en zijn uitzonderlijk goed in het oppikken van de kleinste signalen.

Onderzoekers hebben dit aangetoond met een in twee delen opgesplitst experiment. Het eerste deel was slechts een voorbereiding op het eigenlijke experiment.

In het eerste deel konden twee proefpersonen kiezen om samen te werken of elkaar te verraden in een fictieve gevangenissituatie – een speltheoretisch experiment dat ook bekend is als het gevangenendilemma. Het gezicht van de proefpersonen werd gefotografeerd toen ze met een klik van de muis besloten of ze met de andere proefpersoon zouden samenwerken of hem zouden verraden.

In het eigenlijke experiment wisten de proefpersonen niets van het vorige experiment.

De nieuwe proefpersonen bladerden door alle foto’s van het eerste deel, waarna de foto’s door een stapel afbeeldingen gehusseld werden van mensen die niet aan het experiment hadden deelgenomen. De stapel bevatte dus nu alle gezichten uit het eerste deel en een reeks onbekende gezichten.

De proefpersonen konden zich hierna de gezichten van mensen die eerder iemand hadden verraden in het gevangenendilemma significant beter herinneren dan die van degenen die betrouwbare partners waren geweest.

Ons gezicht geeft morele scrupules of diepere overwegingen prijs wanneer we anderen proberen te misleiden.

De nieuwe proefpersonen kenden de gezichten op de foto’s dus niet, maar waren wel in staat om puur en alleen uit de afbeeldingen signalen op te pikken die de onbetrouwbare partners uitzonden terwijl hun foto werd genomen. Iets zorgt er dus voor dat we gezichten van bedriegers beter onthouden.

Het experiment suggereert dat ons gezicht morele scrupules of diepere overwegingen prijsgeeft wanneer we anderen proberen te misleiden. Welke signalen we met ons gezicht afgeven is nog steeds een mysterie, maar leugendetectortests brengen ons ongemak aan het licht wanneer we bedriegen.

Valsspelers worden ontmaskerd

Als de signalen van bedrog ontstaan bij morele bezwaren, is het de vraag of we die signalen kunnen onderdrukken als we het bedrog voor onszelf kunnen rechtvaardigen – misschien door ons voor te stellen dat alle anderen in onze plaats hetzelfde zouden doen.

List en bedrog is een kwestie van anderen om de tuin leiden. Maar bij andere dieren dan de mens is het minder duidelijk wanneer bedrog bewust is, of gewoon ingebakken gedrag.

Chimpansees misleiden groepsgenoten
© Shutterstock

Chimpansees misleiden groepsgenoten

Jonge gorillamannetjes maken geen geluid tijdens het paren om te voorkomen dat het alfamannetje hen snapt, en chimpansees misleiden groepsgenoten door niet naar lekker voedsel te kijken. Onderzoekers weten nog niet of de apen bewust bedriegen.

Vogelouders veinzen gebroken vleugel
© Shutterstock

Vogelouders veinzen gebroken vleugel

Jongen van de killdeerplevier zijn een lekkere snack voor roofdieren. Als een roofdier het nest nadert, rennen de ouders als een kip zonder kop over de grond alsof hun vleugel gebroken is om het gevaar weg te lokken.

Niet-giftige ringslang imiteert gifslang
© Shutterstock

Ringslang doet koraalslang na

Niet-giftige dieren bootsen met hun uiterlijk soms giftige soorten na. Dat wordt mimicry van Bates genoemd, en een van de opvallendste voorbeelden is de niet-giftige ringslang (boven), die hetzelfde kleurenpatroon heeft als een giftige koraalslang.

Waarom heeft de evolutie niet geselecteerd op eigenschappen die ons – in plaats van ons buikpijn en een verpeste nachtrust te bezorgen – helpen de kunst van het bedriegen te perfectioneren? Om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten we kijken wat er op basis van evolutionaire principes zou gebeuren als bedrog bij mensen veel voorkwam.

De bedriegers onder onze voorouders zouden veel makkelijker aan voedsel, goede slaapplaatsen en aantrekkelijke partners zijn gekomen, en hun kinderen zouden het beter hebben getroffen dan de kinderen van eerlijker ouders.

Het punt is dat slechts één categorie soortgenoten heeft kunnen overleven onder de bedriegers: zij die het bedrog konden doorzien.

Die leidde tot een evolutionaire wedloop tussen degenen die de kunst van het valsspelen beheersten en degenen die een valsspeler wisten te herkennen, en telkens als bedriegers beter werden, gold dat ook voor soortgenoten die hen eruit pikten.

Het resultaat was dat we eindigden met een soort waar bedrog niet volledig is uitgeroeid, maar af en toe de kop opsteekt, en dan veel aandacht krijgt. Zo hebben bedriegers nooit de kans gekregen om anderen ongestraft op te lichten. Ze krijgen te maken met soortgenoten die hen feilloos ontmaskeren en ervoor zorgen dat bedrog op termijn meestal niet loont.