Shutterstock

Waarom zijn baby’s zo hulpeloos?

Een giraf valt als hij geboren wordt 2 meter omlaag en kan na een uur lopen. Een mensenbaby kan zijn ogen nauwelijks openen. Waarom zijn wij zo hulpeloos als we geboren worden?

Babyzeeschildpadjes vinden zelf de weg naar zee en jonge giraffen kunnen een paar uur na de geboorte al lopen.

Maar mensenbaby’s kunnen na twee maanden hun hoofd nog niet optillen zonder steun en na een halfjaar nog niet rechtop zitten.

De verklaring hiervoor is vaak gezocht in het nauwe geboortekanaal, dat beperkingen oplegt aan de grootte die de hersenen in de baarmoeder kunnen bereiken. Bij de geboorte zijn onze hersenen nog geen 30 procent van de volwassen grootte.

Amerikaanse onderzoekers trekken die theorie in twijfel. Volgens hen legt de laatste fase van de zwangerschap een grote druk op de stofwisseling van de moeder.

Metabolisme verdubbelt tijdens zwangerschap

Met uitzondering van topsporters is de maximale stofwisseling 2 à 2,5 keer zo hoog als de basaalstofwisseling. In de zesde maand is de energiebehoefte van een zwangere vrouw al verdubbeld door de toenemende behoeften van het kind. En de stofwisseling blijft stijgen, tot 2,1 keer normaal bij negen maanden zwangerschap.

Daarna vergt de groei van de foetus te veel van het metabolisme van de moeder en kan ze niet meer goed voldoen aan haar eigen energiebehoefte en die van het kind. Daardoor worden baby’s geboren met sterk onderontwikkelde hersenen en kunnen ze niet voor zichzelf zorgen.

Een hulpeloze start van het leven is dus een prijs die we betalen voor ons grote brein, waardoor we op latere leeftijd uiterst complexe taken kunnen uitvoeren.

18-21 maanden zou een zwangerschap duren als een baby neurologisch net zo ontwikkeld zou zijn als een pasgeboren chimpansee.