Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Wat is het verschil nog?

Over genderkwesties wordt druk gedebatteerd, maar het biologische geslacht ligt eenvoudiger – zou je denken. Geslachtsorganen, chromosomen en hormonen kunnen echter niet bepalen of iemand man of vrouw is. Dat zie je in de sport, waar het maar niet wil lukken om een wetenschappelijk onderbouwd onderscheid tussen de seksen te maken.

shutterstock

Op de laatste 200 meter zet Caster Semenya een bloedstollende eindsprint in. De hardloopster uit Zuid-Afrika komt als eerste over de finish, 10 meter voor Francine Niyonsaba uit Boeroendi, terwijl Margaret Wambui uit Kenia net de derde plaats weet te bemachtigen.

De gouden, zilveren en bronzen medaille op de 800 meter vrouwen bij de Olympische Spelen in Rio in 2016 zijn bekend en komen niet als een verrassing.

Volgens sommigen, zowel concurrenten als sportverslaggevers, stond de top drie al vast voordat het startschot had geklonken.

Semenya geldt als de gedoodverfde winnaar, en iedereen zag haar plek op het erepodium al aankomen – niet omdat ze meer traint dan anderen of doping gebruikt, maar omdat ze van nature een voorsprong heeft.

Ze heeft namelijk meer testosteron dan de meeste andere vrouwen, waardoor veel mensen zich afvragen of ze eigenlijk wel ‘100 procent vrouw’ is.

Caster Semenya (voor) won goud op de Olympische Spelen in Rio. Bekijk de video van de 800 meter voor vrouwen.

© eric feferberg/afp/ritzau scanpix

Sportorganisaties hebben in de loop van de jaren de geslachtsorganen van sporters geïnspecteerd en hun chromosoomsamenstelling getest, om zo te bepalen wie er aan de vrouwencompetities mogen meedoen.

Maar geslachtsorganen of chromosomen zijn volgens onderzoekers geen eenduidig geslachtskenmerk. Ditzelfde geldt voor het ‘mannelijke’ geslachtshormoon testosteron, dat deels kan verklaren waarom de sportprestaties van mannen en vrouwen zo sterk verschillen.

Recent onderzoek toont aan dat er voor mannen én vrouwen geen duidelijke correlatie bestaat tussen testosterongehalte en sportprestaties. En misschien bestaat er wel helemaal geen biologisch criterium dat mannen en vrouwen eenduidig definieert.

Geslachtshormonen vervagen de grenzen

De internationale atletiekbond gebruikt het testosterongehalte in het bloed om te bepalen wie mee mag doen bij de vrouwen. Mannen hebben gemiddeld een hoger testosteronniveau dan vrouwen, maar het niveau wisselt sterk per persoon.

shutterstock

Mannen

Hebben veelal een testosterongehalte in het bloed dat tussen de 7,7 en 29,4 nanomol per liter ligt.

shutterstock

Vrouwen

Hebben veelal een testosteronwaarde tussen de 0,12 en 1,79 nanomol per liter.

shutterstock

Intersekse

Personen kunnen testosteronwaarden hebben zo laag als het vrouwelijke niveau maar ook zo hoog als het mannelijke niveau.

shutterstock

Vrouwelijke atleet was een man

Terwijl de samenleving afstevent op meer gelijkheid en minder sekseverdeeldheid zijn mannen en vrouwen in de sport nog strikt gescheiden. In veel takken van sport zouden er alleen mannen op het erepodium staan als mannen en vrouwen zij aan zij zouden wedijveren.

Dit geldt ook in de atletiek, waar mannen gemiddeld 9 tot 12 procent beter presteren dan vrouwen. Maar meer dan 80 jaar ervaring uit de wereld van de topsport toont aan dat het moeilijker is dan je op het eerste gezicht zou denken om de seksen duidelijk van elkaar te onderscheiden.

De discussie hoe ‘mannelijk’ vrouwelijke atleten mogen zijn, dateert al uit 1936, ten tijde van de Olympische Spelen in Berlijn.

Bij het hoogspringen voor vrouwen werd het gastland nazi-Duitsland vertegenwoordigd door de 17-jarige Dora Ratjen, die de vierde plaats behaalde.

Twee jaar later ging het haar tijdens het EK Atletiek nog beter af en behaalde ze met haar nieuwe wereldrecord – een sprong van 1,67 meter – goud. Een jaar later moest ze die echter weer inleveren, want uit medisch onderzoek bleek dat haar geslachtsorganen mannelijk waren.

De Duitse Dora Ratjen brak in 1938 het record hoogspringen voor vrouwen, maar was een man en moest het goud inleveren.

© Ullstein bild/ritzau scanpix

Een geval als dat van Ratjen komt niet vaak voor, maar is niet uniek. In de jaren daarop ontstond het vermoeden dat er ook mannen zijn die zich voordoen als vrouw om kans te maken op medailles en roem.

In 1968 besloot het IOC, het Internationaal Olympisch Comité, om bij competities een geslachtstest in te voeren. Aanvankelijk moesten vrouwelijke sporters hun kleding uitdoen en hun geslachtsorganen medisch laten onderzoeken.

Maar een paar jaar later kon worden volstaan met een speekseltest: een DNA-test die de geslachtschromosomen van de atleten kon aantonen.

In de jaren 1980 kregen sportorganisaties door dat een chromosoomtest soms geen helder beeld van het geslacht geeft.

Normaal hebben vrouwen twee X-chromosomen en mannen een X- en een Y-chromosoom, maar zo simpel is dat niet altijd. Sommige mensen hebben één of meer extra geslachts­chromosomen, waardoor hun geslacht lastig objectief is vast te stellen.

De geslachtschromosomen bepalen je geslacht. De meeste mensen hebben twee X-chromosomen of een X en een Y, en een enkeling heeft een extra X of Y.

© Shutterstock

Het kan hierbij gaan om de combinaties XXY, XYY of XXYY. Soms kunnen die resulteren in een aantal fysieke kenmerken, maar lang niet altijd. En iemand kan een ongewone chromosoomcombinatie hebben zonder zich daarvan bewust te zijn.

Bij de Olympische Spelen in Atlanta in 1996 ‘zakten’ acht vrouwen voor de chromosoomtest, maar ze mochten toch meedoen. In 1999 stopte het routinematige gebruik van geslachtstests en sindsdien worden ze alleen gebruikt als er gerede twijfel bestaat aan het geslacht van een atleet.

Ervaringen met chromosoomtests in de sport tonen aan hoe lastig het kan zijn om een algemene biologische geslachtsdefinitie op individuen toe te passen.

Dat er globaal verschil is tussen mannen en vrouwen, wil niet zeggen dat er een objectief onderscheid is.

Er is een grijs gebied waarin een persoon typisch vrouwelijke én typisch mannelijke fysieke eigenschappen kan hebben, die tot uiting komen in de geslachtsorganen, en dus als ‘intersekse’ geldt. Die term beschrijft het biologische geslacht en zegt dus niets over iemands geslachtsidentiteit.

Hoeveel mensen er interseksueel zijn, is niet precies vast te stellen, want er zijn geen objectieve grenzen tussen enerzijds de twee geslachten en anderzijds de intersekse. Maar schattingen komen uit op 0,05 procent tot 1 procent van de bevolking.

Over genderkwesties wordt druk gedebatteerd, maar het biologische geslacht ligt eenvoudiger – zou je denken. Geslachtsorganen, chromosomen en hormonen kunnen echter niet bepalen of iemand man of vrouw is. Dat zie je in de sport, waar het maar niet wil lukken om een wetenschappelijk onderbouwd onderscheid tussen de seksen te maken.

Meisjes met testikels in hun buik

Oestrogeen noemen we het vrouwelijke en testosteron het mannelijke geslachtshormoon. Vrouwen hebben normaal meer van het ene hormoon en mannen meer van het andere, maar alle mensen produceren beide geslachtshormonen.

In het embryonale stadium is testosteron cruciaal voor de geslachtskenmerken die een kind bij de geboorte heeft. Heeft het embryo een Y-chromosoom, dan zorgt het gen SRY ervoor dat het hormoon TDF wordt geproduceerd, waardoor de geslachtsklieren uitgroeien tot testikels.

Gebeurt dit niet, dan ontstaan er eierstokken. Als de testikels van het embryo na zes à zeven weken ontwikkeld zijn, gaan ze testosteron produceren en zet de mannelijke geslachtsontwikkeling door.

Maar soms is een hoog gehalte aan testosteron niet genoeg om de ontwikkeling in de mannelijke richting te sturen, omdat de cellen van het embryo er niet normaal op reageren.

Dit fenomeen wordt het androgen insensitivity syndrome (AIS) genoemd.

Medisch gezien zijn er drie graden van deze aandoening.

Bij de milde vorm is de gevoeligheid voor testosteron iets verlaagd. De geslachtsorganen gaan in de mannelijke richting en het kind wordt voor een jongen aangezien en krijgt in de puberteit baardgroei en een mannelijke lichaamsbouw. Maar de zaadcelproductie is gering.

© Claus Lunau

Iedereen begint met hetzelfde geslacht

Embryo’s kunnen nog beide kanten op, maar na vijf tot zes weken ontwikkelen de geslachtsklieren zich in een bepaalde richting.

  • Beginnende geslachtsklieren

  • Beginnende zaadleiders

  • Beginnende eileiders

  • Glans – die uitgroeit tot clitoris of eikel

In de gedeeltelijke vorm van AIS zijn de geslachtsorganen van het embryo deels mannelijk en deels vrouwelijk en is het kind tweeslachtig.

In de derde graad is de testosterongevoeligheid zo gering dat het embryo uitwendig vrouwelijke geslachtsorganen heeft, maar testikels in de buikholte. Bij de geboorte wordt het kind aangeduid als meisje.

De winnaars van de zilveren en bronzen medaille bij de 800 meter voor vrouwen op de Olympische Spelen in Rio, Niyonsaba en Wambui, hadden XY-chromosomen en AIS. Ze zijn dus vrouw, maar hebben mannelijke geslachtschromosomen.

Dit geldt mogelijk ook voor de winnaar van het goud, Caster Semenya, maar zij wil haar chromosoomsamenstelling niet aan de grote klok hangen.

Meer zuurstof voor mannen

Testosteron en de gevoeligheid hiervoor zijn niet alleen van belang voor de ontwikkeling van het embryo, maar ook voor volwassen mannen en vrouwen.

Mannen ontwikkelen door hun hogere testosterongehalte meer spiermassa, vooral van de korte spiervezels die cruciaal zijn bij explosieve krachtinspanningen.

Verder hebben mannen veelal sterkere botten en een groter hart, waardoor hun bloed sneller wordt rondgepompt, en meer rode bloedlichaampjes. Daardoor nemen hun spieren over het algemeen meer zuurstof op dan die van vrouwen.

Na vijf à zes weken begint het embryo zich al te ontwikkelen als meisje of jongen.

© cnri/spl

Met al die eigenschappen is testosteron gebruikt als doping en verjongingskuur, maar uit onderzoek blijkt dat het hormoon niet het wondermiddel is waar velen op hadden gehoopt.

In 2016 publiceerden de Amerikaanse gezondheidsinstanties een grootschalig onderzoek, ‘The TTrials’, naar de werking van een hormoonsupplement bij mannen met een laag testosterongehalte.

Een hoog testosterongehalte bleek van groot belang voor de fysieke prestaties van jonge mannen, bij oudere mannen had een net zo hoog gehalte niet dezelfde werking. En ook vrouwen gingen niet per se beter presteren bij een hoog testosterongehalte.

De internationale atletiekbond, World Athletics, gebruikt het testosterongehalte als criterium voor wie er mee mogen doen aan de wedstrijden voor dames.

Vrouwen hebben normaal een testosterongehalte van 0,12 tot 1,79 nanomol, terwijl dit bij mannen tussen de 7,7 en 29,4 nanomol ligt.

In 2018 voerde de atletiekbond een grens in van 5 nanomol testosteron per liter bloed voor vrouwen op de 400 meter, 800 meter en 1500 meter hardlopen.

De deelnemers moesten kunnen aantonen dat zij een half jaar voor de competitie onder deze drempel waren gebleven, eventueel met behulp van hormoonregulerende medicijnen.

Caster Semenya heeft van nature een hoog testosterongehalte, maar weigert dit te verlagen. Ze diende in 2019 een klacht in bij de internationale arbitragecommissie van de sportwereld, de CAS.

Geslachtsorganen geven geen uitsluitsel

Embryo’s hebben aanleg voor beide geslachten, maar na vijf à zes weken komt er verschil.

Bij embryo’s met twee X-chromosomen groeien de geslachtsorganen uit tot eierstokken, bij embryo’s met een X- en een Y-chromosoom tot testikels. En bij sommige embryo’s tot allebei.

Semenya, gesteund door de Zuid-Afrikaanse atletiekbond, vond de regels onwetenschappelijk, onethisch en discriminerend.

De arbitragecommissie gaf haar gelijk dat de regels discriminerend zijn, omdat ze alleen gelden voor vrouwen – en bovendien slechts voor een kleine groep.

Toch kwam de CAS tot de conclusie dat de grenswaarden gerechtvaardigd konden
worden op basis van onderzoeksresultaten, die duidelijk aantonen dat testosteron een prestatiebevorderende werking heeft.

Hormoonwaarde is niet duidelijk

De kwestie is omstreden, want de atletiekbond beweert op grond van een verschillend testosterongehalte van mannen en vrouwen en de daaruit voortvloeiende prestaties dat die verschillen dezelfde rol zouden spelen bij vrouwen onderling, en daarvoor bestaat volgens critici geen bewijs.

Dat vinden vooral twee Amerikaanse wetenschappers, de antropoloog Katrina Karkazis en de genderonderzoeker Rebecca Jordan-Young, die in 2019 Testosterone: An Unauthorized Biography schreven.

In hun boek gaan ze in tegen het categoriseren van mannen en vrouwen aan de hand van het overkoepelende begrip ‘biologische sekse’.

‘Sekse is niet zo eenvoudig als de meeste mensen denken. Een lichaam heeft allerlei kenmerken om de sekse te kunnen bepalen – chromosomen, hormoongehaltes en geslachtsorganen – en ze zijn er in meer dan twee versies.

Geen van deze factoren is afdoende, zodat er altijd uitzonderingen zullen zijn. Er is niet slechts één biologisch criterium dat alle mensen als man of vrouw kan bestempelen,’ zegt Katrina Karkazis.

© shutterstock

Testosteron maakt het lichaam snel en sterk

Bij mannen en vrouwen speelt testosteron een grote rolvoor veel organen in het lichaam. Maar het effect van een testosteronsupplement hangt af van leeftijd en geslacht.

  • Brein:

    Meer zelfvertrouwen en zin in seks.

  • Bloed:

    Grotere aanmaak van rode bloedcellen, die zuurstof door het lichaam vervoeren.

  • Vet:

    Een beter vermogen om vet om te zetten in energie.

  • Spieren:

    Meer opbouw van spieren, en zeker van de korte spiervezels die gebruikt worden bij explosieve inspanningen.

  • Botten:

    Een sterkere structuur van het botweefsel.

  • Geslachtsorganen:

    Meer potentie bij mannen.

Karkazis en Jordan-Young vinden dat de data die de atletiekbond zelf als argument voor de grenswaarden aangeeft, in feite de behoefte eraan tegenspreken.

Een voorbeeld hiervan zijn 52 jonge topgewichtheffers. Bij de jongens bleek er geen correlatie te zijn tussen testosterongehalte en prestaties.

Bij de meisjes was er wel een correlatie, maar het omgekeerde van wat men had verwacht, want de meisjes met het minste testosteron waren over het algemeen het sterkst.

Een ander onderzoek toonde aan dat op drie van de 11 loopnummers de vrouwen met het laagste testosterongehalte het snelst waren.

Ook bij de 100 meter, de meest explosieve discipline, waarbij testosteron als belangrijk geldt. Hierbij waren de hardloopsters met de laagste testosteronwaarden 5 procent sneller dan degenen met de hoogste waarden.

© katrina karkazis

Er is niet slechts één biologisch criterium dat alle mensen als man of vrouw kan bestempelen.

Katrina Karkazis, antropoloog

Een nieuw onderzoek druist hiertegenin. Zweedse onderzoekers van het Karolinska Institutet publiceerden in oktober 2019 een studie waaruit bleek dat een testosteronsupplement het uithoudingsvermogen en de spiermassa van vrouwen verbetert. Aan dit onderzoek deden 48 gezonde vrouwen van 18 tot 35 mee, verdeeld in twee groepen.

De leden van groep één kregen tien weken lang een testosteronsupplement, dat hun waarden verhoogde van 0,9 tot 4,3 nanomol per liter bloed.

Gedurende de testperiode werden ze getest op allerlei gebieden, en vooral bij het ‘hardlopen tot je niet meer kunt’ waren de vrouwen die het hormoonsupplement toegediend kregen veel beter dan de vrouwen in de placebogroep.

Maar de resultaten geven niet aan hoe hoe groot de voorsprong op andere vrouwen is van vrouwen met een van nature hoog testosterongehalte. Als de cellen niet bijster gevoelig zijn voor het hormoon, zoals bij AIS, dan levert een hoog testosterongehalte geen noemenswaardige voordelen op.

Geslachtsidentiteit vanaf drie jaar

De discussie over testosteron als maat voor ‘vrouwelijkheid’ en ‘mannelijkheid’ is nog lang niet afgelopen. Maar het is duidelijk dat niet alléén het testosterongehalte mannen en vrouwen van elkaar onderscheidt – of mannen, vrouwen en interseksuelen.

Bovendien zou een heldere biologische geslachtsdefinitie nog niets zeggen over de geslachtsidentiteit van een persoon.

Die is namelijk subjectief en wordt gevormd door een ingewikkeld samenspel van factoren. De meeste wetenschappers zijn het erover eens dat de geslachtsidentiteit al ontstaat voordat we drie jaar oud zijn, en dat zowel erfelijkheid als milieu hierbij een rol spelen.

Maar in welke mate biologische en sociale factoren hieraan bijdragen, is onduidelijk. Transgenders laten zien dat lichamelijke geslachtskenmerken niet altijd de geslachts­identiteit bepalen, maar ondergeschikt zijn aan andere, tot nu toe onbekende factoren.

Twee vrouwen op het podium bij de 800 m op de Spelen in Rio hebben XY-chromosomen. Welke chromosomen Caster Semenya heeft, is niet bekend.

© eric feferberg/afp/ritzau scanpix

Katrina Karkazis zou het rechtvaardiger vinden als de geslachtsidentiteit van een atleet bepaalt of hij/zij zich in de gelederen van de mannen of vrouwen mag scharen.

Maar dat idee is niet te verteren voor de sportorganisaties, die objectieve criteria willen aanhouden.

De strijd over geslachtsdefinities raast voort in de sportwereld, al is er een paradox te bespeuren: de beste sporters hebben altijd geprofiteerd van hun specifieke, aangeboren voordelen, of dit nu snelle reflexen, een lang lichaam of sterke spieren zijn.

De winnaar van de Olympische gouden plak, Caster Semenya, weet het treffend te verwoorden: ‘We zijn allemaal verschillend en misschien heb ik inderdaad een voordeel. En wat dan nog?’

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg