Wond op de tong

Waardoor geneest je tong zo snel?

Als ik op mijn tong bijt, proef ik bloed in mijn mond – maar de wond verdwijnt veel sneller dan bijvoorbeeld de wond op mijn knie. Hoe komt dat?

Als ik op mijn tong bijt, proef ik bloed in mijn mond – maar de wond verdwijnt veel sneller dan bijvoorbeeld de wond op mijn knie. Hoe komt dat?

Shutterstock

Op je tong bijten kan een pijnlijke ervaring zijn, maar gelukkig geneest de wond snel.

Dat komt deels doordat je mondholte vochtig is, en in een vochtige omgeving genezen wonden nu eenmaal sneller.

Op je knie drogen wonden vaak op en sterven er meer cellen af dan nodig is. Daardoor moet het lichaam harder werken om ze te laten genezen.

Vocht daarentegen bevordert de genezing, onder meer doordat de cellen zich daarbij sneller delen.

Tanden zijn de boosdoeners

Wat:

Wondjes op de tong komen vaak voor. Ze ontstaan tijdens het sporten, eten, praten of zelfs tijdens het slapen.

Hoe:

Wondjes op de tong worden vaak veroorzaakt door de tanden, bijvoorbeeld als je op je tong bijt tijdens het kauwen.

Waar:

Het puntje van de tong is meestal de klos. Maar wondjes achter op de tong doen het meeste pijn vanwege de grotere zenuwen.

Studies tonen ook aan dat vocht de soorten lichaamseigen cellen die ontstekingen veroorzaken eronder houdt. Verder is het risico dat vreemde bacteriën – en dus ontstekingen – een wond binnendringen veel kleiner in de mond dan op je lichaam.

De laatste jaren hebben wetenschappers nog een paar geheime wapens ontdekt die de mond inzet tegen wonden.

Amerikaanse onderzoekers onder leiding van bioloog Maria Morasso toonden in 2018 bijvoorbeeld aan dat genen die helpen bij wondgenezing altijd actief zijn in de weefsels van de mondholte, terwijl ze elders alleen geactiveerd worden als de huid kapot is.

Een jaar eerder had een Chileens onderzoeksteam ontdekt hoe een groep aminozuren, histatines genaamd, in het speeksel een laag huidstamcellen over het wondbed laten groeien.

Op die manier bouwen ze de wang of tong van onderaf weer op, zodat er zo min mogelijk littekenweefsel ontstaat.