Shutterstock
Hardlopers

Van rennen word je high

Uit Duits onderzoek blijkt dat er bij het sporten gelukshormonen in je hersenen vrijkomen, die pijn verzachten en je een fijn gevoel geven. Het omstreden verschijnsel ‘runner’s high’ bestaat dus.

Veel hardlopers zeggen dat ze zich heerlijk en ontspannen voelen na een eind rennen, en er zijn atleten die van het sporten echt een roes krijgen, bijna net zoals na een orgasme of na het innemen van verdovende middelen. Dit staat bekend als ‘runner’s high’, maar onderzoekers vragen zich al tijden lang af wat het is, als het überhaupt bestaat.

Nu hebben Duitse wetenschappers echter bewezen dat er na een tijd rennen morfineachtige stoffen in de hersenen vrijkomen, endorfinen.

Endorfinen worden wel lichaamseigen drugs genoemd, en hoe meer stoffen er worden vrijgegeven, hoe groter het geluksgevoel.

Door deze vondst is niet alleen een lange discussie beslist, we weten nu ook welk mechanisme er achter het verzachtende effect van beweging op bijvoorbeeld depressies en chronische pijn ligt.
In een breder perspectief kan de ontdekking er zelfs op duiden dat endorfinen bepalend waren in onze evolutie.

Onderzoekers vonden lichaamseigen morfine

Het verschijnsel runner’s high gaat terug tot de jaren 1970, toen hardlopers vertelden hoe fantastisch ze zich voelden na een eind rennen. Tegelijk ontdekten wetenschappers een nieuwe moleculensoort in ons lichaam met exact dezelfde eigenschappen als morfine.

Die stoffen werden endorfinen genoemd, naar endo en morfine: morfine in het lichaam. Toen ontdekt werd dat je van sporten veel van deze gelukshormonen in je bloed kreeg, hoorde je iedereen over runner’s high.

Maar er klopte iets niet. Endorfinen zijn grote moleculen, die niet door de bloed-hersenbarrière in de hersenen kunnen. Daarom kunnen endorfinen in het bloed ons geen geluksroes in de hersenen geven. Dit feit werd haastig ter zijde geschoven. Ratten in een molentje rennen zelfs tot ze er dood bij neervallen, alsof ze verslaafd zijn aan morfine; liever haalde men dit voorbeeld aan.

Sporten kan alzheimer remmen

Vanwege het gebrek aan directe bewijzen gooide Huda Akil, een vooraanstaande hersenonderzoeker aan de universiteit van Michigan in de VS, in 2002 de knuppel in het hoenderhok. De endorfinetheorie was pure ‘popcultuurfantasie’, stelde ze.

Een jaar later merkten neuropsycholoog Arne Dietrich van het Georgia Institute of Technology in de VS en zijn collega’s bovendien dat de lichaamseigen versie van marihuana, anandamide, ook na het sporten toenam. Anders dan endorfinen dringt anandamide snel in de hersenen – en de endorfinetheorie lag eruit.

De Duitse pijnonderzoeker Henning Boecker en zijn collega’s van Klinikum rechts der Isar in München en Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität in Bonn brengen de endorfinetheorie echter weer te berde. Met een PET-scanner kunnen ze de radioactief gemerkte moleculen in de hersenen volgen en zien hoe die zich aan bepaalde eiwitten op de zenuwcellen hechten.

Boecker gebruikte een molecuul dat zich aan de endorfinereceptoren op de zenuwcellen hecht. Hij rekruteerde mannen van atletiekclubs in München en liet een PET-scan van ze maken terwijl ze in rust waren; daarna renden ze twee uur vrij stevig door, kleedden zich om en gingen opnieuw onder de scanner.

Euforie en endorfinen

Uit het onderzoek kwam naar voren dat alle hardlopers na het sporten flink wat endorfinen in hun hersenen hadden, en vooral in de hersengebieden die met gevoel te maken hebben. Dit resultaat komt overeen met het tweede deel van het onderzoek: een psychologische test van het welzijn van de atleten vóór en na de inspanning.

Er was een duidelijk verband tussen de hoeveelheid vrijgekomen endorfine en het goede humeur van de hardlopers – hoe groter de euforie, des te meer endorfinen in de hersenen.

Volgens Boecker kan dit bruikbaar zijn voor een behandeling, en als pijnonderzoeker denkt hij natuurlijk vooral aan het vermogen van endorfinen om chronische pijn te verzachten. Maar er zijn nog andere effecten. Sporten werkt ook tegen depressies, blijkbaar dankzij endorfine.

Bovendien wijzen studies erop dat endorfinen andere factoren kunnen stimuleren, waardoor de zenuwen weer nieuwe verbindingen en netwerken gaan maken die van groot belang zijn voor het geheugen en het concentratievermogen. Beweging kan dus niet alleen patiënten met psychiatrische stoornissen helpen, maar misschien ook neurodegeneratieve aandoeningen als alzheimer afremmen.

Boecker benadrukt echter dat dit nog maar een begin is. Men moet uitzoeken welke rol de diverse endorfinereceptoren in de hersenen spelen. Hij sluit ook niet uit dat andere stoffen zoals anandamide meespelen bij een runner’s high.

Hypofyse
© Shutterstock

Hypofyse

  • *De hypofyse is een klier ter grootte van een erwt aan de onderkant van de hersenen.
  • *De klier vormt endorfinen en andere essentiële hormonen en scheidt deze uit.
  • *De hypofyse geeft hormonen af in de bloedbaan, waardoor de hormonen over de organen en de andere klieren verdeeld worden.

Endorfinen hielpen onze voorouders

Het onderzoek leidt een nieuw hoofdstuk in voor sporters. Wellicht kunnen we een runner’s high meten, en berekenen waar het precies ontstaat. Maar waarom zijn we uitgerust met een systeem dat ons voor zware training beloont?

Misschien moeten we het antwoord zoeken bij de oorsprong van ons geslacht. Wij zijn de enige lopende aap, en ons bewegingsapparaat is sinds Darwin al het onderwerp van studies naar onze evolutie.

Nieuw onderzoek duidt erop dat de vroegste voorouders van de menselijke ontwikkelingslijn, Homo, zich duidelijk onderscheidden van de aapmensen door hun aanpassingen om energie-effectief te kunnen lopen. Het vermogen om lang te rennen lijkt beslissend te zijn geweest in onze ontwikkeling, misschien omdat het ons toegang gaf tot een waardevolle voedselbron: vlees.

Onderzoekers achten het waarschijnlijk dat onze voorouders gazelles eruit liepen, zodat de jagers ten slotte gewoon bij de uitgeputte dieren in de buurt konden komen om ze te doden.
Deze jachtvorm is vrijwel verdwenen en komt alleen nog voor bij culturen zoals de Bosjesmannen in de Kalahariwoestijn, de Navajo-indianen in Noord-Amerika, het Tarahumaravolk in Mexico en de Aboriginals in Australië. Hebben antropologen gelijk, dan zou het best eens kunnen dat onze neurobiologie is geselecteerd om hard te lopen doordat er endorfinen vrijkomen als we intensief bewegen.

Jagende Bosjesman

Bosjesmannen op jacht in de woestijn.

© Shutterstock

Neurobioloog Greg Gerdeman van het Eckerd College in Florida, VS, denkt dat de neurologische beloning erop duidt dat de vroege mensen van rennen hielden en het bleven doen. Omdat ze er succes mee hadden, werd het een aanpassing.

Samen met antropoloog David Raichlen van de University of Arizona leidt Greg Gerdeman een project dat onderzoekt of de neurologische beloning runner’s high beslissend was voor het ontwikkelen van hardlopen in de menselijke evolutie.

Je kunt je volgens David Raichlen makkelijk voorstellen dat het verschijnsel ontstaan is als een systeem dat aanzet tot rennen door er een roes van geluk tegenover te stellen, en dat tegelijk de pijn verzacht van zere spieren en kleine blessures. Dat kan onze voorouders bij de jacht hebben geholpen en ze een voordeel gegeven hebben in de strijd om te overleven.

Misschien zijn het de naweeën van ons verleden als jagers op de savanne die we nu nog voelen als ons lichaam van geluk vervuld wordt door het sporten.