Hoe ontstaan aambeien?

Wat is de oorzaak van aambeien, en wie heeft de meeste kans ze te krijgen? Zijn er behandelingsmogelijkheden en kun je aambeien voorkomen?

Wat is de oorzaak van aambeien, en wie heeft de meeste kans ze te krijgen? Zijn er behandelingsmogelijkheden en kun je aambeien voorkomen?

Shutterstock

Aambeien zijn opgezwollen bloedvaten die net binnen of net buiten de anus zitten. Aambeien zijn ongevaarlijk, maar ze kunnen erg vervelend zijn en symptomen veroorzaken als bloedingen, een branderig gevoel, jeuk en pijn.

De uitstulpingen worden meestal veroorzaakt door hard persen, maar ze kunnen ook komen door een hoge druk op de buikholte. Daarom heb je meer risico als je zwanger bent of overgewicht hebt.

Langdurige en zware fysieke arbeid kan het risico ook vergroten, en in zeldzamere gevallen kunnen levercirrose, een vergrote prostaat en endeldarmkanker een rol spelen.

Meestal doen aambeien vooral pijn als ze rond de buitenkant van de anus zitten.

Alle soorten aambeien kunnen vervelende bloedingen geven, maar hoe pijnlijk ze zijn, hangt af van hun plek.

© Shutterstock

1. Zichtbaar en vervelend

Uitwendige aambeien die buiten de anus zijn ontstaan, zijn te herkennen als kleine, ontstoken bultjes. Door de bultjes kan het moeilijker worden de plek schoon te houden.

© Shutterstock

2. Verborgen en pijnloos

Inwendige aambeien zijn zwellichamen die uitpuilen of opzwellen in de endeldarm. Op die plek heb je geen pijnreceptoren, en daarom doen deze aambeien geen pijn.

© Shutterstock

3. Zichtbaar en pijnlijk

Zogeheten getromboseerde aambeien zijn inwendige aambeien die naar buiten zijn uitgepuild. Als de sluitspier daaromheen klemt, kan dat zorgen voor hevige pijn.

De behandeling van aambeien hangt af van je klachten. In ernstige gevallen is een operatie mogelijk. Een alternatieve behandeling is om de dokter de aambei te laten afklemmen met een bandje, zodat die eraf zal vallen.

In veruit de meeste gevallen kun je het beste de oorzaak van aambeien aanpakken – verstopping voorkomen, zodat je niet meer zo hard hoeft te persen. Dat kan bijvoorbeeld door meer vocht binnen te krijgen, veel vezels te eten en genoeg te bewegen.