De organen werken nauw samen

Het lichaam heeft veel functies gedelegeerd aan allerlei verschillende organen. Die voeren ieder een klein aantal specifieke taken uit. Maar vaak werken twee of meer organen nauw samen in een zogeheten orgaansysteem om ook de meer complexe functies uit te kunnen voeren.

Het lichaam heeft veel functies gedelegeerd aan allerlei verschillende organen. Die voeren ieder een klein aantal specifieke taken uit. Maar vaak werken twee of meer organen nauw samen in een zogeheten orgaansysteem om ook de meer complexe functies uit te kunnen voeren.

Er is geen eensluidende definitie van wat een orgaan is. Maar artsen bedoelen er meestal een weefsel mee dat een zeer specifieke rol in het lichaam vervult. Volgens die definitie zijn speekselklieren en bloed ook organen, maar meestal denken we vooral aan grotere, beter gedefinieerde weefsels, zoals hart en nieren.

De verwarring neemt nog toe doordat sommige organen, zoals de longen, één functie hebben, terwijl andere, zoals de lever, veel verschillende taken verrichten. Bovendien voeren organen vaak maar een klein deel van een grotere, gezamenlijke taak uit. Ze moeten nauw samenwerken met andere organen om de hele klus te klaren.

Een voorbeeld van een zogeheten orgaansysteem is het spijsverteringsstelsel, dat onder meer uit de maag en de darmen bestaat.

Organen van de mens: bovenlichaam

/ 4

De functie van het ademhalingsapparaat is om zuurstof en kooldioxide uit te wisselen tussen het lichaam en de omgeving. Als een blaasbalg lopen de longen vol lucht en worden ze weer leeggepompt met behulp van de bewegingen van het middenrif. Tijdens het inademen wordt lucht via neus of mond in de luchtpijp gezogen, die zich vertakt in de bronchiën. Dan gaat de lucht naar de longblaasjes, waar de gasuitwisseling met het bloed plaatsvindt.

Huid, haar en nagels worden zelden als organen gezien. Maar de huid is een van onze grootste orgaansystemen. Hij bedekt het hele lichaam, grenst het van de omgeving af en beschermt het tegen gevaren van buitenaf. Hierin liggen veel zenuwuiteinden, waarmee we onder meer druk en temperatuur kunnen voelen. De nagels vormen een contragewicht dat de druk op de tastzenuwen van de vingertoppen vergroot en ze zodoende gevoeliger maakt. Haar biedt bescherming op vochtige plaatsen, zoals geslachtsorganen en oksels, en regelt de warmte van het hoofd.

De hoofdtaak van het hart- en vaatstelsel is om het bloed door het lichaam te vervoeren, zodat alle cellen zuurstof en voedingsstoffen krijgen en koolstofdioxide en afval kunnen lozen. Ook moet het de cellen laten communiceren via hormonen en een constante lichaamstemperatuur handhaven. Het hart pompt bloed rond in het lichaam via een stelsel van bloedvaten. Deze kunnen worden onderverdeeld in slagaderen, die het zuurstofrijke bloed van het hart in het lichaam vervoeren, en aderen, die het zuurstofarme bloed naar het hart terugbrengen.

Het zenuwstelsel is een complex netwerk van gespecialiseerde cellen die elektrische signalen kunnen vormen en aan elkaar doorgeven. We onderscheiden het centrale zenuwstelsel, dat de hersenen en het ruggenmerg omvat, en het perifere zenuwstelsel, waar perifere zenuwen het centrale zenuwstelsel verbinden met de spieren, zintuigcellen en organen van het lichaam.

©

Organen zijn cruciaal voor meercellige organismen, want ze nemen sommige zeer specifieke taken voor hun rekening. Zelfs op celniveau zijn er parallellen met organen te vinden, want bepaalde functies worden uitgevoerd in gedefinieerde eenheden, zogeheten organellen.

De stofwisseling voltrekt zich bijvoorbeeld voor een groot deel in de mitochondriën, terwijl het genetische materiaal wordt bewaard en bewerkt in de celkern. Het delegeren van taken naar bepaalde organen en organellen is essentieel – alleen op die manier kunnen complexe wezens als de mens zich verder ontwikkelen. De meeste organen worden onbewust door de hersenen aangestuurd via het autonome zenuwstelsel.

Het hart kan bijvoorbeeld niet bewust worden beïnvloed, ook al kun je je hartslag omhoog jagen door trappen te lopen of aan iets engs te denken. Je longen kun je juist wel bewust aansturen, bijvoorbeeld door je adem in te houden.

Maar als het zuurstoftekort kritiek wordt, neemt de onbewuste controle toch het roer over. Er zijn ook organen, zoals spieren, waarbij je het zelf vrijwel geheel voor het zeggen hebt. En als je je gebit ook als orgaan beschouwt, heb je zelfs organen die je noch bewust, noch onbewust kunt aansturen.

Organen van de mens: onderlichaam

/ 4

Het lymfestelsel beschermt tegen micro-organismen en andere binnendringers. Daarvoor worden de vele soorten witte bloedcellen van het immuunsysteem vervoerd naar alle cellen van de bloedvaten en lymfevaten. Witte bloedcellen ontstaan in het beenmerg en sommige hopen zich op in de 500 à 600 lymfeklieren van het lijf, waar ze zich toeleggen op het herkennen van één bepaalde binnendringer. De milt speelt ook een belangrijke rol voor de afweer door antistoffen te produceren en uitgeschakelde micro-organismen af te voeren. Verder zijn de schildklier en amandelen betrokken bij het immuunsysteem en lymfestelsel.

De spieren vallen qua opbouw en functie uiteen in drie soorten: skeletspieren, hartspieren en gladde spieren. De mens heeft 639 skeletspieren, die aan de botten bevestigd zijn. We kunnen ze bewust bewegen. Door de wisselende lagen van actine- en myosinefilamenten zien ze er gestreept uit. Dat geldt ook voor de hartspier, die we echter niet bewust kunnen aansturen, maar die zichzelf ritmisch samentrekt. De gladde spieren kunnen we ook niet bewust aansturen. Ze wijken fysiologisch en anatomisch sterk af van de andere twee soorten spieren. Ze sturen bewegingen in de organen aan, bijvoorbeeld het samentrekken van de maag of het uitzetten van de bloedvaten.

De taak van het skelet is het lichaam te ondersteunen, te beschermen en het te laten bewegen. De 206 botten van het volwassen lichaam vormen een levend orgaan dat ook rode en witte bloedcellen aanmaakt. Vooral het borstbeen en de schedel hebben een beschermfunctie. Op minder kwetsbare plaatsen, zoals neus en oren, zijn de botten vaak vervangen door kraakbeen, dat ook als een glad oppervlak op de botten van de gewrichten ligt. De botten zijn verbonden met de spieren door middel van pezen: sterke, taaie banden van bindweefsel.

De functie van de geslachtsorganen is zorgen voor de voortplanting. In tegenstelling tot bijna alle andere organen verschillen ze sterk bij man en vrouw. De mannelijke geslachtsorganen bestaan voornamelijk uit de testikels, waar het sperma wordt gevormd, de prostaat, die het zaadvocht aanmaakt, en de penis, die tijdens de seks in de vagina van de vrouw dringt. De eitjes van de vrouw ontstaan in de eierstokken. Na de eisprong gaan ze naar de eileiders, waar meestal de bevruchting plaatsvindt. Het bevruchte eitje gaat vervolgens naar de baarmoeder, waar het zich nestelt en uitgroeit tot een foetus.

©