Kind als astronaut

Zo voed je je fantasie

Na tientallen jaren zoeken in de hersenen is het onderzoekers eindelijk duidelijk waar de fantasie zetelt – en hoe we nog creatiever kunnen worden.

Na tientallen jaren zoeken in de hersenen is het onderzoekers eindelijk duidelijk waar de fantasie zetelt – en hoe we nog creatiever kunnen worden.

Shutterstock & Lotte Fredslund

De game werkt op je zenuwen.

De deur naar het volgende level is vergrendeld met een code waarvoor je vijf kleuren moet combineren. Maar er zijn te veel kleuren om uit te kiezen, en op weg door het parcours krijg je geen enkele aanwijzing.

Je ploft geërgerd op bed terwijl de muziek van het spel blijft spelen.

‘Bobby, Bobby, Bobby,’ klinkt het zacht.

‘Wie is Bobby?’ denk je. Geen enkel personage in het spel heeft die naam. Je dommelt in terwijl de letters B, O, B, B, en Y voor je geestesoog dansen, op zoek naar een haakje.

Kleuren natuurlijk!

In één sprong zit je weer achter het scherm, je mengt blauw (B) met oranje (O), dan nog meer blauw (B) en nog eens blauw (B), en ten slotte voeg je wat geel (Y) toe.

Klik, en de deur gaat open.

Taken die op het eerste gezicht onoplosbaar lijken, komen zowel in games als in het echte leven voor. En je komt alleen verder als je je verbeelding gebruikt om details op nieuwe manieren te combineren.

Fantasieopgave
© Shutterstock & Lotte Fredslund

DOE DE TEST: Heb je genoeg fantasie om deze opgave op te lossen?

Hang de brandende kaars aan de muur om te voorkomen dat er kaarsvet op de tafel druppelt. Hoe ga je dit doen met de middelen die de illustratie je biedt?
(De oplossing staat onder aan het artikel.)

Juist door die manier waarop de verbeelding verschillende versies van de werkelijkheid simuleert, heeft een Australische onderzoeker ontdekt hoe fantasie eigenlijk werkt – en wat we moeten doen om niet totaal fantasieloos te worden.

Verbeelding voedt zich met realiteit

Sinds de jaren 1970 bediscussiëren wetenschappers hoe onze fantasieën ontstaan en hoe we er toegang toe krijgen.

Ze stellen dat de verbeelding werkt als een generator van reacties op alternatieve werkelijkheden en mogelijke toekomsten. Dit gebeurt aan de hand van vragen als ‘Wat als ...?’, dus ‘Wat als ik een miljoen had?’, ‘Wat als ik kon vliegen?’ of ‘Wat als ik op een onbewoond eiland zat?’

Volgens de Ierse bewustzijnsonderzoeker en hoogleraar Ruth Byrne van de universiteit van Dublin bedenken we eerst wat er zou gebeuren als we iets doen in plaats van niets doen. Dus we denken: ‘Wat als ik dit had gedaan?’ en niet ‘Wat als ik niets had gedaan?’

Uit Byrnes onderzoek blijkt ook dat we bijna altijd fantaseren over gebeurtenissen binnen onze invloedssfeer, en niet over iets wat alleen door krachten van buitenaf wordt bestuurd.

De conclusie is dat verbeelding in hoge mate wordt geïnspireerd door ons dagelijks leven.

Op grond van Byrnes ontdekkingen en de nieuwste hersenscantechnieken meldde de Australische neuropsycholoog en hoogleraar Joel Pearson van de universiteit van New South Wales dat onderzoekers nu weten waar en hoe verbeelding ontstaat.

Kind met lego

Zogeheten esthetische activiteiten, zoals spelen met blokken of klei, versterken de verbeelding.

© Shutterstock

Volgens Pearson moet fantasie vooral worden gezien als een omgekeerd zintuig – zoals een omgekeerd zicht.

Wanneer we de wereld door onze ogen ervaren, wordt de visuele cortex van de hersenen geactiveerd door externe prikkels en ontstaan er beelden die uitmonden in ervaren en leren. Maar als we fantaseren wordt het proces in z’n achteruit gezet en stimuleert de ervaring de visuele cortex van binnenuit.

Dankzij de visuele indrukken die je in je leven hebt ervaren en opgeslagen, kun je je bijvoorbeeld steden en landen voorstellen waar je nooit bent geweest.

Met Pearsons inzicht kun je je hersenen zodanig beïnvloeden dat je nog fantasierijker wordt en beter in het oplossen van problemen – waarover later meer.

Zintuigen werken als brandstof

Bij het oplossen van een probleem werkt de verbeelding als de motor en de brandstof van een auto.

Indrukken, ervaringen en voorwerpen vormen de brandstof. De motor is dan je vermogen om deze ervaringen op te breken en ze op nieuwe en ongewone manieren samen te voegen.

Maar om zo fantasievol mogelijk te zijn, is het volgens Joel Pearson belangrijk dat je niet alleen brandstof tankt met je ogen.

Hersenen
© Shutterstock & Lotte Fredslund

Hier zetelt de fantasie

We kunnen geen dingen uit het niets verzinnen: onze fantasie is gebaseerd op ervaringen en gewaarwordingen uit de werkelijkheid. De hersenen ontrafelen deze ervaringen en combineren ze tot fantastische ideeën.

Je kunt je makkelijk voorstellen wat Robinson Crusoe zag toen hij op het onbewoonde eiland aanspoelde – het zandstrand, de branding, de palmbomen. Maar je kunt je ook het geluid van de vogels, de geur van de bloemen en het gevoel van de tropische regen op je huid voorstellen.

Al ben je misschien zelf nooit op een tropisch eiland geweest, de fantasieën zijn gebaseerd op combinaties van geluiden die je hebt gehoord, geuren die je hebt geroken en aanrakingen die je hebt gevoeld.

De fantasie doet een beroep op alle zintuigen, en volgens onderzoekers is de mens lang niet de enige soort met een fantasievolle geest.

Verbeelding redt eekhoorns van de dood

Sommige dieren stellen zich aan de hand van zintuiglijke ervaringen voor waar ze voedsel kunnen vinden of hoe ze gevaar kunnen vermijden.

Zo simuleert de eekhoorn dat hij van de ene boom naar de andere springt voordat hij dat doet. En als de sprong in de kop van de eekhoorn eindigt in een val, zoekt het dier een andere route.

Chimpansee tekent

De chimpansee heeft duidelijk fantasie. In het wild fungeert die als een overlevingsmiddel, dat anticipeert op nieuwe voedingskansen en onbekende bedreigingen.

© Alamy

Zo kunnen dieren hypotheses verwerpen en in leven blijven.

De fantasie is daarmee een overlevingsmiddel, vergelijkbaar met scherpe tanden, een extra lange nek of het vermogen om een winterslaap te houden.

Zoogdieren die dicht bij ons staan, zoals chimpansees, hebben een ontwikkeld voorstellingsvermogen, maar dieren waar je het niet van zou verwachten ook.

De fantasie ontstond als een mentaal instrument dat de overlevingskansen vergrootte. Terwijl primitieve organismen aan de grillen van de natuur zijn overgelaten, kunnen dieren met fantasie zich onbekende gevaren en nieuwe voedselbronnen voorstellen.

Planten
© Shutterstock & Lotte Fredslund

Stap 1: Het milieu domineert de organismen

Elementaire levensvormen als bacteriën en planten kunnen slechts op één manier reageren op hun omgeving. Als de omgeving verandert, is het risico op sterfte groot, en organismen besteden soms veel energie aan het reageren op onbelangrijke invloeden.

Kleine dieren
© Shutterstock & Lotte Fredslund

Stap 2: Het leven leert van de omgeving

Kikkers, kwallen en insecten leren wat gevaarlijk en ongevaarlijk is. Als een gebeurtenis zich meermaals voordoet zonder kwaad of goed te doen, komen de dieren erachter dat die niet gevaarlijk is en reageren ze er niet meer op.

Dieren met fantasie
© Shutterstock & Lotte Fredslund

Stap 3: Fantasie zorgt voor overleving

Kraaiachtigen, inktvissen en de meeste zoogdieren hebben een goed ontwikkeld voorstellingsvermogen. Ze gebruiken het om te voorspellen of iets gevaarlijk is voordat ze in actie komen, en om nieuwe voedselopties te verkennen via gedachte-experimenten.

Oermensen
© Shutterstock & Lotte Fredslund

Stap 4: Taal en dingen slaan gedachten op

De mens heeft een geavanceerde cultuur gebouwd op fantasie, die haar ten volle benut. We doen dit in de eerste plaats via taal, waarmee we bedenksels uitwisselen, terwijl we door middel van ambachten voortdurend de producten van de verbeelding uitwisselen.

Zo gaat een raaf zorgvuldig na of soortgenoten op de loer liggen terwijl hij voedsel verbergt. Wetenschappers zien hierin een ‘theory of mind’, waarbij de raaf zich kan voorstellen dat andere raven een bewustzijn hebben.

Ook inktvissen vertonen duidelijke tekenen van verbeelding.

In 2019 werd de octopus Heidi gefilmd voor een tv-documentaire terwijl ze blijkbaar droomde dat ze aan het jagen was.

Aanvankelijk verwierpen de meeste onderzoekers het idee dat Heidi droomde; ze dachten dat haar kleurverandering het gevolg was van spiersamentrekkingen in haar slaap. Maar in maart 2021 bleek uit nieuw onderzoek dat octopussen dromen, en dus fantaseren.

Door de verbeelding te laten spelen met de indrukken van de dag, belanden de ervaringen op de juiste plek in de hersenen, zodat de octopus ze kan oproepen als ze een verbeeldingsvolle oplossing voor een probleem nodig heeft.

De mens is een fantasiedier

De mens heeft zijn verbeelding tot een klasse apart verheven door talen te ontwikkelen om ideeën uit te wisselen. Hoewel wetenschappers er vrij zeker van zijn dat de geschreven taal zo’n 5300 jaar geleden ontstond met het spijkerschrift in het huidige Irak, discussiëren ze nog over de vraag wanneer de mens begon te spreken.

De schattingen lopen uiteen van tienduizenden jaren geleden tot miljoenen jaren vóór het ontstaan van Homo sapiens.

Om te bepalen hoe creatief onze voorouders waren, onderzoeken wetenschappers fysiek bewijs dat ze nadachten. Ze kijken dus naar het ontwerp van voorwerpen, van bijlen, speren en visnetten tot zeewaardige boten.

Verbeelding is dus de hoeksteen van de beschaving en ligt aan de basis van uitvindingen als landbouw, geneeskunde en vervoermiddelen. Helaas beginnen sommige van die uitvindingen nu problemen te creëren die het individu maar ook de hele planeet bedreigen.

We hebben meer dan ooit de verbeelding nodig om tot baanbrekende uitvindingen te komen waarmee we luchtvervuiling en de opwarming van de aarde kunnen tegengaan.

Gelukkig komen er oplossingen aan – en sommige daarvan zijn heel vindingrijk.

In september 2021 kondigde een onderzoeksgroep onder leiding van de Duitse landbouwwetenschapper Neele Dirksen aan dat zij erin geslaagd waren om 11 kalveren in slechts enkele weken op het potje te krijgen.

Als de kalveren het speciaal ontworpen toilet, MooLoo genaamd, gebruikten, kregen ze een lekkernij. Maar als een kalf elders ging plassen, kreeg het ervan langs met de waterslang.

Het lijkt misschien wat vergezocht om koeien op het toilet te zetten, maar het onderzoeksteam heeft zijn doel bereikt: vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en stikstofverontreiniging door de urine van koeien.

Zet nu die telefoon maar uit

Om de verbeeldingskracht van de Duitse wetenschappers te evenaren, moeten we in actie komen.

In onze kindertijd voedden we voortdurend onze verbeelding door de wereld om ons heen te verkennen. Wetenschappers hebben aangetoond dat nieuwsgierigheid in ons DNA zit en ons ertoe aanzet al vroeg in het leven zoveel mogelijk ervaringen op te doen.

Maar als volwassene verliezen we veel van onze verbeelding.

Dit is grotendeels te wijten aan functionele fixatie, een verschijnsel waarbij we woorden, concepten en voorwerpen op een fantasieloze manier gaan gebruiken.

Onze kijk op de wereld is dus vergrendeld.

Fantasieopgave
© Shutterstock & Lotte Fredslund

OPLOSSING VAN DE OPGAVE

Je maakt het doosje met punaises leeg en gebruikt er twee om het aan de muur te hangen. Vervolgens plaats je de kaars in het doosje en steek hem aan met een van de lucifers.

De opgave werkt met functionele fixatie – dat wil zeggen dat we voorwerpen op een manier zijn gaan gebruiken die moeilijk te doorbreken is. Om je verbeelding te prikkelen en de opgave op te lossen, moet je dus de manier loslaten waarop je gewoonlijk over de functie van voorwerpen denkt.

Om de verbeelding weer te ontsluiten, moeten we beter worden in ons vervelen. Dit is waar we de bewuste controle loslaten en onze geest de vrije loop laten.

Verbeeldingsonderzoekers raden dan ook af om meteen je telefoon te pakken als je een moment pauze hebt. Als je je blindstaart op de stroom van doelgericht vermaak op je mobiel, overstemt dat de spontane, vrije gedachten die je zelf creëert en die het kenmerk zijn van verbeelding.

Ook blijkt uit studies dat zogeheten esthetische activiteiten, zoals het vormen van voorwerpen in klei, en het lezen van literatuur de verbeeldingskracht kunnen vergroten.

Maar dat haalt het allemaal niet bij een natuurervaring.

In 2013 testten hoogleraar psychologie Ruth Ann Atchley en twee collega’s 26 vrouwen voor en na een vierdaagse trektocht in de natuur.

Het vermogen van de wandelaars om creatieve oplossingen te vinden voor een reeks taken nam maar liefst 50 procent toe.

Dus als het niet helpt om op bed te ploffen als je vastloopt in een game, blijf het dan niet proberen tot je een ons weegt.

Volgens het onderzoek kun je beter een boswandeling maken.