© Edward H. Adelson & Thomas Arnoldi

Schijn bedriegt: wat is het donkerste veld, A of B?

Of een grasveld nu in de zon of in de schaduw ligt, het ziet er altijd groen uit. Ons zicht corrigeert licht en schaduwen als het bepaalt welke kleuren we zien. Een handig mechanisme – dat ons ook voor de gek houdt.

Er is geen twijfel mogelijk: op het schaakbord is A een zwart veld en B een wit veld. Toch hebben de twee velden exact dezelfde kleur.

Maar B ligt in de schaduw en is daarom omgeven door zwarte velden die net iets donkerder zijn dan veld A.

Als de omgeving zoals we die met onze ogen waarnemen, direct in ons bewustzijn terecht zou komen, zouden we moeilijk kleuren kunnen bepalen.

Een wit ding in de schaduw reflecteert soms minder licht dan een grijs ding in het zonlicht.

Om de schaduw te corrigeren worden geleidelijke verschillen in de lichtintensiteit vrijwel genegeerd door ons zicht, dat juist wel weer op grote contrasten is gespitst.

Omdat de overgang van licht naar donker geleidelijk en vaag is, zien we over het hoofd dat de velden rond B niet egaal van kleur zijn, maar donkerder zijn waar de schaduw erop valt.

Daarnaast vatten onze hersenen een voorwerp dat lichter is dan de omgeving, op alsof het nog lichter is.

B ligt tussen nog donkerder velden en A tussen lichtere velden. Daardoor lijkt veld B relatief licht, terwijl veld A relatief donker lijkt.