Schermtijd: Meisje kijkt naar tablet

Onderzoekers: Meerdere uren schermtijd per dag kan kinderhersenen belemmeren

Uit onderzoek blijkt dat kleine kinderen die dagelijks een paar uur achter een scherm zitten slechtere verbindingen in de hersengebieden hebben waar o.a. de taal zetelt.

Uit onderzoek blijkt dat kleine kinderen die dagelijks een paar uur achter een scherm zitten slechtere verbindingen in de hersengebieden hebben waar o.a. de taal zetelt.

Shutterstock

Tv, computers, tablets en telefoons. We worden omringd door schermen, en in veel huishoudens zitten ook kleine kinderen er elke dag voor.

Door die tendens vragen onderzoekers zich de laatste jaren af wat al die schermen eigenlijk doen met de ontwikkeling van kinderen – met name in de eerste levensjaren, wanneer de hersenen en de cognitieve vermogens volop in de groei zijn.

Een team Amerikaanse onderzoekers van het Cincinnati Children’s Hospital is nu op het spoor hoe dat komt. In een onderzoek dat is gepubliceerd in het tijdschrift JAMA Pediatrics beschrijven zij namelijk een verband tussen verhoogd schermgebruik en veranderingen in de hersenen.

Scans laten slechtere hersenverbindingen zien

De onderzoekers scanden de hersenen van 47 kinderen in de leeftijd van drie tot vijf jaar met een MRI-scanner die de beweging van watermoleculen kan meten en zo een redelijk nauwkeurig beeld vormt van de structuur van het hersenweefsel. Vervolgens werden de scans vergeleken met de zogeheten ScreenQ-score van de kinderen.

ScreenQ is een scoresysteem op basis van de Amerikaanse richtlijnen voor schermtijd bij kinderen.

Als een kind een ScreenQ-score van 0 heeft, volgen de ouders en het kind alle richtlijnen tot op de letter, bijvoorbeeld geen schermen in de slaapkamer en slechts één uur schermtijd per dag.

Heeft het kind een score van 26, dan wordt geen van de regels gevolgd.

Het resultaat liet zien dat bij kinderen die het scherm veel gebruikten, de verbindingen in de witte stof in de hersenen minder goed werkten dan bij kinderen die minder dan een uur per dag voor een scherm zaten.

De witte stof bestaat uit uitlopers van zenuwcellen, axonen, die door speciale steuncellen worden bekleed met myeline. Myeline is een vet- en eiwithoudend materiaal dat een isolerende werking heeft en ervoor zorgt dat signalen snel kunnen worden overgedragen tussen zenuwcellen.

Bij de kinderen is de vorming van myeline en daarmee ook het vermogen van de zenuwcellen om signalen door te geven, aangetast.

De slechte verbindingen werden vooral waargenomen in hersengebieden die cognitieve vaardigheden ondersteunen, zoals taal- en leesvaardigheden.

Kinderen met een hoge ScreenQ-score behaalden dan ook in meerdere cognitieve tests slechtere resultaten. Hun taalgebruik was bijvoorbeeld minder rijk en ze vonden het moeilijk om voorwerpen snel te benoemen.

We hoeven schermen niet te verbieden

Hoewel de onderzoekers een relatie hebben gevonden tussen verhoogd schermgebruik en een slechtere structurele integriteit van de hersenen, zeggen ze dat ouders de schermen niet helemaal hoeven weg te halen.

Ze benadrukken wel dat er een balans moet zijn, omdat ‘echte’ interacties en ervaringen, zoals spelen, lezen en praten, robuustere structuren creëren in het hersennetwerk dan het passieve vermaak van een scherm.