Roze olifant

Jouw werkelijkheid bestaat niet werkelijk

Een leger acrobaatjes neemt je woonkamer over – in een hallucinatie. Je hersenen hebben de poppetjes zelf gemaakt, en gebruiken dezelfde truc om te creëren wat jij de werkelijkheid noemt.

Een leger acrobaatjes neemt je woonkamer over – in een hallucinatie. Je hersenen hebben de poppetjes zelf gemaakt, en gebruiken dezelfde truc om te creëren wat jij de werkelijkheid noemt.

Shutterstock & Lotte Fredslund

Van de ene op de andere dag verscheen er een bonte stoet mensjes rond meneer B, een goed opgeleide, getrouwde man van 25 jaar, die onlangs heel veel minder was gaan drinken.

De mensjes waren maar een meter groot en staarden hem aan met wijd open ogen, een verwrongen mond en een vreemde uitdrukking. In hun feesttenue volgden ze hem door het huis, en hij kon hun voeten horen stampen op de vloer.

Twee weken lang had meneer B bijna constant gezelschap van de wezens. Toen ging hij naar de dokter.

Vreemde mensjes

Sommige mensen hebben hallucinaties waarbij bijvoorbeeld een stoet bonte mensjes door het huis marcheert of acrobatische toeren uithaalt op de meubels.

© Shutterstock & Lotte Fredslund

De arts identificeerde de ervaring van meneer B als een lilliputterhallucinatie, en de oorzaak was een delirium tremens, een stoornis die kan optreden na het stoppen of fors minderen met alcohol.

En meneer B is lang niet de enige.

Allerlei ziekten gaan gepaard met hallucinaties. Zo hoort tot 90 procent van de schizofrene personen stemmen in het hoofd die tegen hen praten en hun bevelen geven. En circa een kwart van de parkinsonpatiënten ziet mensen die er niet zijn.

Maar ook gezonde mensen hebben dit soort vreemde visioenen.

Vaak zijn hallucinaties naar en niet te behandelen, maar een nieuwe ontdekking kan daar verandering in brengen. In een baanbrekende studie hebben onderzoekers gevonden waar hallucinaties vandaan komen en ontdekt dat de droomachtige ervaringen niet veel verschillen van wat wij de werkelijkheid noemen.

Mensjes springen op de bank

De mensjes die meneer B om zich heen zag, zijn een visuele of gezichtshallucinatie en vallen onder de lilliputterhallucinaties. Deze categorie heeft een aantal onderscheidende kenmerken, en in 2021 publiceerde de Nederlandse psychiater Jan Blom de meest uitgebreide beschrijving ervan tot nu toe, na 226 medische beschrijvingen van patiënten met dit type hallucinatie te hebben bestudeerd.

De wezentjes springen en dansen op de meubels, marcheren in colonnes over de vloer of halen acrobatische toeren uit.

In 97 procent van de gevallen verschijnen de kleine mensen of dieren als een natuurlijk onderdeel van de omgeving, bijvoorbeeld als ze op een bank klimmen of vanachter een kast staan te gluren. Een even groot deel is zeer actief, springt en danst op meubels, marcheert in colonnes over de vloer of haalt acrobatische toeren uit.

Ongeveer de helft van de mensen die lilliputterhallucinaties hebben, vindt de kleine mensjes amusant of staat er onverschillig tegenover, terwijl de andere helft ze beangstigend of vervelend vindt.

Alcoholistische man
© Shutterstock

Drie ziekten houden je brein voor de gek

Bij diverse ziekten is het evenwicht in de hersenen verstoord, wat kan leiden tot hallucinaties. De onwerkelijke ervaringen variëren sterk, afhankelijk van welke hersendelen zijn aangetast.

Verschillende patiënten die Jan Blom bespreekt, kregen een hersenscan terwijl ze hallucineerden. Zo bleek dat de hallucinaties veelal gepaard gaan met een hoge activiteit in de visuele centra, maar dat ook andere hersendelen erbij betrokken zijn, zoals de frontale kwabben, die een centrale rol spelen in ons denken, verstand en beoordelingsvermogen.

Deze observaties leidden tot de theorie dat visuele hallucinaties veelal optreden wanneer de visuele centra weinig impulsen van de ogen ontvangen en daardoor een overcapaciteit hebben, die wordt gebruikt om fictieve beelden te vormen.

Volgens de theorie grijpen de frontale kwabben in om de beelden te kunnen begrijpen en ze om te vormen tot levensechte voorwerpen of personen. Deze theorie wordt ondersteund door het feit dat parkinsonpatiënten meestal hallucineren bij gedempt licht, waarbij de activiteit van de visuele centra laag is.

De mensjes van meneer B, op wiens lot we later terugkomen, vormden een zeer intense ervaring. Andere vormen van hallucinatie zijn minder opmerkelijk, hoewel de ingebeelde zintuiglijke indruk even realistisch kan aandoen. En de meesten van ons hebben dit soort hallucinaties regelmatig.

Werkelijkheid is bedrog

Het gevoel van een regendruppel die op je hand valt vanuit een onbewolkte hemel. Het geluid van een huilend kind, dat in werkelijkheid geen krimp geeft. Of een getril in je zak, ook al ligt je telefoon op tafel.

De zintuiglijke indrukken zijn pure inbeelding, maar ze zijn er niet zonder reden. Diverse wetenschappers die alledaagse hallucinaties hebben bestudeerd, denken dat ze ontstaan door onze verwachtingen.

Onzichtbare hand op schouder

Gezonde mensen kunnen ook hallucinaties krijgen, zoals het gevoel van een trillende telefoon in je zak of een hand op je schouder.

© Shutterstock & Lotte Fredslund

Een van deze onderzoekers is de Amerikaanse psycholoog Philip Corlett. In 2017 publiceerde hij de resultaten van een reeks experimenten waarbij hij een groep proefpersonen een korte toon liet horen terwijl ze een bepaalde persoon op een scherm voor zich zagen. Telkens als de proefpersonen de figuur zagen, moesten ze op een knop drukken als ze ook de toon hoorden.

Aangezien de twee indrukken aanvankelijk steeds op elkaar volgden, werd het bijna een automatisme om op de knop te drukken bij het zien van de figuur, omdat de proefpersonen verwachtten ook de toon te horen.

Maar toen Corlett de figuur vertoonde zonder de toon te laten horen, drukten de proefpersonen vaak toch op de knop. En dat was niet uit slordigheid of routine, ze dachten echt dat ze de toon hadden gehoord.

Spinnenhallucinatie
© Shutterstock & Lotte Fredslund

Gezonde mensen hebben ook hallucinaties

Zowel zieke als gezonde mensen kunnen hallucinaties ervaren. Vaak komen die van het gezicht of gehoor, maar ook van andere zintuigen. Misschien herken je een van de gevoelens in deze lijst.

Corlett noemt het verschijnsel geconditioneerde hallucinatie, en met behulp van hersenscans toonde hij aan dat onder meer het gehoorcentrum in de temporale kwabben werd geactiveerd wanneer de proefpersonen hallucineerden. Dit duidt erop dat ze ervan overtuigd waren dat ze het geluid echt hadden gehoord.

Geconditioneerde hallucinaties lijken een product te zijn van de manier waarop de hersenen echte zintuiglijke indrukken interpreteren en zich een beeld vormen van de wereld om ons heen. Wat wij werkelijkheid noemen, is volgens verschillende onderzoekers een deels fictief product.

We vergelijken onze zintuiglijke indrukken aldoor met onze ervaringen en verwachtingen, zeggen ze, en deze elementen samen vormen onze werkelijkheid – een proces dat ze predictive coding noemen: voorspellen. Onze interpretatie van de werkelijkheid is dus slechts gedeeltelijk het resultaat van indrukken uit de werkelijke fysieke wereld.

Corletts experimenten met geconditioneerde hallucinaties leggen dit bedrog van de hersenen duidelijk bloot. En dit gebeurt niet alleen in wetenschappelijke experimenten, maar elke seconde van je leven.

Hallucinaties zijn pure chemie

De hersenen gooien indrukken en verwachtingen niet voor niets op één hoop. Door verwachtingen kunnen de hersenen zich een beeld vormen van de omgeving, nog voor de zintuiglijke input is ontvangen. Wanneer dan de indrukken binnenkomen, hoeven de hersenen niet het hele beeld meer te vormen, maar kunnen ze gewoon het al bestaande beeld aanvullen.

Zo kunnen de hersenen de omgeving sneller verwerken, en bovendien kunnen verwachtingen eventuele leemten in die indrukken opvullen.

Een van de dingen die je aan dit mechanisme te danken hebt, is dat je de stem van een ander kunt horen in een rumoerige kamer. Als je gesprekspartner zegt: ‘Mijn --- wilde vanmorgen niet starten,’ dan kan het brein uit ervaring snel opmaken dat het ontbrekende woord ‘auto’ is. Daarbij realiseer je je meestal niet eens dat je een woord hebt gemist.

Dus in zekere zin hallucineer je de hele tijd – maar meestal stoelt de hallucinatie wel op de werkelijkheid. Pas als de hersenen te veel nadruk gaan leggen op hun verwachtingen, kun je een echte hallucinatie krijgen, dus een ervaring die totaal niet overeenkomt met de echte wereld.

Een onderzoek uit 2021 ging na hoe de hersenen verwachtingen ten onrechte te veel macht kunnen geven. De Amerikaanse psychiater Katharina Schmack trainde muizen om met hun snuit op een knop te drukken als ze een bepaald geluid hoorden, en op een andere knop als ze dat niet hoorden. Net als bij de experimenten van Philip Corlett hallucineerden de muizen soms en hoorden ze een geluid dat er niet was.

Schmack had de muizen zodanig genetisch gemanipuleerd dat hun hersenen oplichtten waar de neurotransmitter dopamine vrijkwam. Hierdoor zag ze dat er dopamine vrijkwam in het hersengebied striatum, net voordat de muizen een hallucinatie kregen.

Onze verwachtingen beïnvloeden de manier waarop we de omgeving ervaren, maar door een teveel aan de neurotransmitter dopamine kunnen de hersenen gaan denken dat die verwachtingen de werkelijkheid zijn.

Hersenen
© Shutterstock & Lotte Fredslund

1. De werkelijkheid stopt in het striatum

De gezichts- en gehoorcentra sturen berichten over zintuiglijke indrukken naar het striatum. Dit gebied verwerkt de indrukken, coördineert ze met signalen uit andere hersendelen en stuurt ze naar de hersenschors, die er beeld en geluid van maakt.

Hersenen
© Shutterstock & Lotte Fredslund

2. Hersenschors bouwt verwachtingen op

Op basis van nieuwe en oude zintuiglijke indrukken en van signalen uit andere hersendelen vormt de hersenschors zich een verwachting van de volgende zintuiglijke indruk. Deze verwachtingen gaan als elektrische zenuwsignalen naar het striatum.

Hersenen
© Shutterstock & Lotte Fredslund

3. Dopamine stuurt verwachtingen terug

Normaal komen de verwachte zintuiglijke indrukken niet verder dan het striatum, maar bij een hoog dopaminegehalte kunnen de signalen teruglopen naar de hersenschors. Hier worden ze verwerkt als echte indrukken, wat tot hallucinaties leidt.

Het striatum fungeert als tussenstation voor zenuwsignalen van onder meer het gehoor- en gezichtscentrum. Die signalen gaan door naar de hersenschors en vormen een ervaring van geluid en beeld. Maar het striatum ontvangt ook zenuwsignalen van andere delen van de hersenschors, die informatie bevatten over dat wat de hersenen verwachten te horen of zien.

Het striatum weegt dus wat je werkelijk opmerkt af tegen wat de hersenen verwachten. Dit hersengebiedje bepaalt dus wat je ervaart.

Katharina Schmack ontdekte dat het dopaminegehalte hoog was wanneer het striatum de verwachtingen voorrang gaf, waardoor een hallucinatie werd uitgelokt. Ze bevestigde dit verband met behulp van een slimme ingreep, optogenetica genaamd.

De hersenen kunnen iets wat je in gedachten zegt, laten klinken als iets wat je echt gehoord hebt.

Doordat de muizen genetisch gemanipuleerd waren, kon Schmack een kunstmatige dopaminestoot in het striatum oproepen met behulp van een gerichte lichtbundel. Toen ze dat deed, veroorzaakte dat een hallucinatie waardoor de dieren op de knop drukten.

Met andere woorden, een hoog dopaminegehalte in het striatum kan hallucinaties veroorzaken bij muizen – en waarschijnlijk ook bij mensen.

Misselijkheidsmiddel biedt hoop

Schmacks ontdekking sluit aan bij de zogeheten dopaminehypothese, die stelt dat de hallucinaties van schizofrene patiënten in elk geval deels te wijten zijn aan verhoogde dopaminegehalten in hun hersenen. Hierdoor kunnen de zenuwverbindingen verstoord raken in het gebied van Wernicke en het gebied Broca, die betrokken zijn bij respectievelijk het begrijpen en het formuleren van taal.

Als deze twee gebieden niet goed met elkaar communiceren, kun je iets wat je denkt te zeggen, echt horen. Dit kan bij schizofrenen dus de stemhallucinaties veroorzaken.

De gebieden van Wernicke en Broca zijn ook verbonden met het striatum, en de nieuwe kennis uit Schmacks onderzoek kan een stimulans zijn voor de ontwikkeling van geneesmiddelen die gericht zijn op het verminderen van het dopaminegehalte in het striatum.

Op dit moment houdt de farmaceutische industrie zich echter bezig met geneesmiddelen die het niveau van een andere neurotransmitter verlagen.

Het hersengebied striatum

Het striatum in de hersenen speelt een centrale rol in de vorming van hallucinaties. Hier zie je de vele zenuwverbindingen van het gebied met de hersenschors.

© F.C. Yeh et al./Brain.labsolver.org

In 2016 keurde de Amerikaanse zorg het eerste geneesmiddel goed voor de behandeling van visuele hallucinaties bij parkinsonpatiënten. Het medicijn Nuplazid heeft geen effect op dopamine, maar zwakt het effect van de signaalstof serotonine in het striatum af.

Waarschijnlijk zorgt het middel ervoor dat het striatum de verwachtingen van de hersenen over zintuiglijke indrukken blokkeert, zodat patiënten geen hallucinaties krijgen, maar hoe het precies werkt, is tot nu toe onbekend.

Nuplazid is nog niet goedgekeurd in Europa, en kan hier nog worden ingehaald door een ander geneesmiddel, ondansetron, dat ook ingrijpt in de effecten van serotonine. Het medicijn wordt momenteel getest op parkinsonpatiënten, maar is al goedgekeurd in een andere context: het wordt gebruikt om misselijkheid bij chemotherapie tegen te gaan.

Terwijl patiënten met hallucinaties wachten op een medicijn dat hun kwelgeesten wegneemt, heeft antropoloog Tanya Luhrmann een ander idee om hallucinaties aan te pakken – zonder medicijnen.

Stemmen hebben persoonlijkheid

De hallucinaties van schizofrenen worden niet alleen gevormd door een onbalans in de hersenen, maar worden ook beïnvloed door de cultuur. In een onderzoek uit 2014 merkte Tanya Luhrmann op dat de aard van de hallucinaties verschilde voor schizofrenen uit de VS, India en Ghana.

De hallucinaties van de Amerikanen waren over het algemeen agressiever en haatdragender, en hun fictieve stemmen uitten vaak beschuldigingen en bevelen. Voor de Ghanezen en Indiërs waren de stemmen overwegend vrolijk en gastvrij, en in sommige gevallen werd het zelfs gezien als een groot voordeel dat de schizofrenen iemand hadden om mee te praten.

Volgens Tanya Luhrmann kan het verschil te wijten zijn aan het gegeven dat Amerikanen individualistischer zijn en de stemmen daarom als een onaangename inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer ervaren. Ghanezen en Indiërs komen uit socialere culturen, en vatten de stemmen dus positiever op.

Deze kennis zou ten goede kunnen komen aan schizofreniepatiënten wereldwijd, meent Luhrmann. Door therapie kunnen ze leren een betere relatie met hun stemmen op te bouwen, waardoor ze mogelijk minder last hebben van hun hallucinaties.

Een van de patiënten die Tanya Luhrmann interviewde hoorde een nieuwe stem die regelmatig zeer boos tegen hem sprak. Maar de patiënt gaf antwoord en zei tegen de stem dat ze bij elkaar hoorden en dat hun band alleen kon werken door wederzijds respect. De berisping had effect: de nieuwe stem werd vriendelijker.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een positieve opvatting van hallucinaties een grote invloed heeft op het geluk van de patiënten, dus Luhrmanns methode kan een belangrijke behandeling blijken te zijn als aanvulling op de nieuwe geneesmiddelen.

Wat meneer B en zijn bonte stoet mensjes betreft: ook dit verhaal heeft een happy end. Na vier dagen behandeling van zijn ontwenningsverschijnselen was de jongeman van zijn kwelgeesten af.