Het aantal ADHD-diagnoses stijgt sterk

Het aantal kinderen met ADHD explodeert – gelukkig

Schreeuwende snotapen of kreten om hulp? Artsen moeten nog veel leren over ADHD, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat meer aandacht voor de stoornis kinderen en jongeren uit een vicieuze cirkel kan halen.

Schreeuwende snotapen of kreten om hulp? Artsen moeten nog veel leren over ADHD, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat meer aandacht voor de stoornis kinderen en jongeren uit een vicieuze cirkel kan halen.

Shutterstock

Hoe zou je dit aanpakken? Je staat voor de klas en een leerling zit onrustig op zijn stoel. Zijn benen wiebelen onder het bureau en hij kan zijn aandacht niet bij zijn boek houden. Ineens staat hij op en pakt hij een potlood van een andere tafel.

Zijn klasgenoot protesteert, en de onruststoker begint luidkeels uit te leggen dat hij zijn etui vergeten is. Alle ogen zijn nu op hem gericht, en terwijl hij maar blijft praten, loopt hij gefrustreerd de deur uit, zonder die achter zich dicht te doen.

Situaties als deze zijn aan de orde van de dag, maar over de oplossing wordt flink gediscussieerd. Vroeger zou de leerling waarschijnlijk bestempeld zijn als een wildebras of een brutale snotaap, en was hij met harde hand aangepakt. Nu zou hij waarschijnlijk de diagnose ADHD krijgen, en misschien een medische behandeling tegen de psychische stoornis.

ADHD wordt gekenmerkt door hyperactiviteit en concentratieproblemen

ADHD-kinderen zijn vaak heel druk, waarschijnlijk door afwijkingen in hun hersennetwerken, waardoor ze concentratieproblemen hebben.

© Shutterstock

De stoornis, die gekenmerkt wordt door hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratieproblemen, komt de laatste decennia veel vaker voor, en de verklaring is – althans gedeeltelijk – dat artsen nu kinderen en volwassenen diagnosticeren waar ze dat vroeger niet deden.

Tegelijk worden er, omdat de stoornis vaak medisch behandeld wordt, veel meer geneesmiddelen tegen gebruikt – vooral methylfenidaat, ook bekend onder de merknaam Ritalin – door zowel kinderen als volwassenen.

Maar is die toename van diagnose en behandeling goed of slecht voor de gezondheid van kinderen en volwassenen? Na jaren van verhit debat geeft nieuw onderzoek het antwoord, wat kinderen kan behoeden voor een leven vol misdaad, misbruik en financiële problemen.

366 miljoen ADHD’ers

Artsen verdelen ADHD veelal in drie typen. Twee ervan worden gekenmerkt door ofwel hyperactiviteit ofwel concentratieproblemen, maar niet beide tegelijk. Het laatste type, vaak ADHD-C genoemd, komt het meest voor en kent beide symptomen tegelijk.

ADHD kan zich al op de kleuterschool voordoen, maar de diagnose wordt vaak pas bij pubers of volwassenen gesteld. Bij mensen die zich moeilijk kunnen concentreren maar niet hyperactief zijn – vooral meisjes – kunnen de symptomen moeilijk op te merken zijn en wordt de stoornis vaak laat of helemaal niet gediagnosticeerd.

Artsen diagnosticeren ADHD aan de hand van 18 criteria
© Shutterstock

18 vragen bepalen de diagnose

In Europa wordt de diagnose ADHD bij kinderen gesteld aan de hand van drie groepen criteria. Aan een bepaald aantal criteria in elke groep moet worden voldaan, en die moeten zeker zes maanden van toepassing zijn.

Omdat veel kinderen ADHD-symptomen hebben zonder gediagnosticeerd te worden, kunnen onderzoekers moeilijk bepalen hoe wijdverbreid de stoornis is. Een grote studie uit 2021 schatte echter dat 6,8 procent van de volwassen wereldbevolking – of 366 miljoen mensen – de stoornis heeft.

Van de gediagnosticeerden is circa 75 procent mannelijk, maar het cijfer geeft waarschijnlijk niet de werkelijke verdeling van mannen en vrouwen weer. Onderzoeken duiden erop dat ADHD gelijkmatiger verdeeld is over jongens en meisjes, maar dat de symptomen van jongens vaak zichtbaarder zijn en dat leraren en ouders de stoornis bij jongens eerder opmerken.

Diagnosticering slaat op hol

Het is misschien onzeker hoe vaak ADHD voorkomt, maar wel is duidelijk dat het aantal diagnoses van ADHD toeneemt. Zo bleek uit een studie uit 2018 dat het aantal kinderen in de VS met de diagnose ADHD tussen 1997 en 2016 steeg van 6,1 tot 10,2 procent.

Tegelijkertijd is het gebruik van ADHD-medicijnen sterk toegenomen; in Nederland bijvoorbeeld is het gebruik van het medicijn Ritalin tussen 2007 en 2016 ruim verdubbeld.

De toename is waarschijnlijk voor een deel te wijten aan het feit dat ouders, leerkrachten en artsen zich meer bewust zijn van de symptomen, maar volgens sommige onderzoekers is er ook een echte toename van het aantal kinderen dat de symptomen vertoont.

Het gebruik van smartphones, tablets en computers kan het risico op ADHD verhogen. Zo bleek uit een Canadese studie uit 2019 dat kinderen die meer dan twee uur per dag achter een beeldscherm doorbrachten 7,7 keer zo veel kans hadden om aan de criteria voor ADHD te voldoen dan kinderen die minder dan een half uur achter een scherm zaten.

Critici stellen echter dat het ook andersom kan zijn – dat kinderen met ADHD meer dan andere kinderen gebruikmaken van elektronische schermen omdat ze dan minder last hebben van hun symptomen.

Kinderen met ADHD brengen meer tijd voor het scherm door dan andere kinderen

Onderzoekers zijn het er nog niet over eens in hoeverre het gebruik van smartphones, tablets en computers het risico op ADHD vergroot.

© Shutterstock

Een Deens onderzoek uit 2019 duidt erop dat pesticiden een belangrijke rol spelen. Het onderzoek begon toen de kinderen nog in de baarmoeder van hun moeder zaten, en de onderzoekers maten de concentratie van drie pesticiden in de urine van de moeder. Later, toen de kinderen opgroeiden, werden ze gescreend op ADHD.

Het risico op de stoornis bleek bijna twee keer zo groot te zijn bij kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap hoge concentraties van de bestrijdingsmiddelen 3-PBA of trans-DCCA in de urine had.

ADHD’ers tussen wal en schip

Het verband tussen pesticiden en ADHD komt waarschijnlijk doordat pesticiden de ontwikkeling van de hersenen beïnvloeden. In elk geval tonen onderzoeken aan dat ADHD-hersenen in diverse opzichten verschillen van andere.

Het belangrijkste verschil zit ’m in de manier waarop de hersenen schakelen tussen netwerken van hersencellen. Eén netwerk, dat het defaultnetwerk wordt genoemd, verbindt een aantal hersencentra die op volle toeren werken als we ons nergens op concentreren en we gewoon wat mijmeren.

Wanneer we ons op een taak moeten concentreren, schakelen de hersenen over op een ander netwerk, het aandachtsnetwerk. Hierdoor kunnen we onze aandacht richten op bijvoorbeeld een schoolopdracht of iets wat de leraar zegt. En juist die omschakeling kunnen ADHD-hersenen niet adequaat uitvoeren.

ADHD veroorzaakt concentratieproblemen
© Shutterstock

We kunnen ons alleen concentreren als we kunnen schakelen tussen twee hersennetwerken. Bij mensen met ADHD kunnen de hersenen deze omschakeling niet volledig maken.

ADHD verstoort de hersennetwerken
© Shutterstock

Hersenen draaien stationair

De hersenen besteden circa 80 procent van hun energie aan het zogeheten defaultnetwerk (rood) met zijn stroom van losse, ongerichte gedachten. Als je niets onverwachts meemaakt en geen taak moet uitvoeren, overheerst dit netwerk totaal.

ADHD verstoort de hersennetwerken
© Shutterstock

Taak wekt de hersenen

Wanneer iemand zonder ADHD een taak moet oplossen of iets onverwachts meemaakt, schakelt het defaultnetwerk zich uit en wordt het aandachtsnetwerk (geel) geactiveerd. Daardoor verdwijnen de losse gedachten en concentreer je je.

ADHD verstoort de hersennetwerken
© Shutterstock

ADHD laat losse gedachten de vrije loop

Bij iemand met ADHD zal een taak of zintuiglijke input het inactieve netwerk slechts gedeeltelijk sluiten, en het aandachtsnetwerk zal niet volledig geactiveerd worden. Losse gedachten blijven komen en de concentratie is halfslachtig.

In een studie uit 2018 maakte de Amerikaanse hersenwetenschapper Vinod Menon een hersenscan van 140 schoolkinderen, van wie de helft ADHD had. De kinderen werden eerst gescand terwijl ze dagdroomden, en daarna terwijl ze een concrete taak uitvoerden.

De gezonde kinderen bleken makkelijk te kunnen schakelen tussen het default- en het aandachtsnetwerk, maar de kinderen met ADHD hadden er moeite mee. Hun defaultnetwerk was niet volledig uitgeschakeld en hun aandachtsnetwerk niet volledig geactiveerd.

De kinderen raken zo tussen wal en schip – tussen aandacht en losse gedachten. Misschien hebben veel mensen met ADHD daarom wel het gevoel dat hun hoofd continu gonst, of dat hun hersenen voortdurend een storend intern gesprek voeren.

Symptomen ruïneren levens

De hersenproblemen van ADHD’ers zijn onzichtbaar voor de buitenwereld, en velen zullen op onbegrip stuiten. In een Deens onderzoek gaf 77 procent van de volwassenen met ADHD aan dat er mensen in hun omgeving waren die eraan twijfelden of ADHD wel een functiebeperking was.

In het algemeen vinden veel mensen dat de aandacht voor ADHD en de toename van het aantal diagnoses uit de hand loopt. Sommigen zien ADHD–symptomen eerder als persoonlijkheidskenmerken dan als een stoornis. Anderen menen dat veel kinderen schade lijden doordat ze gediagnosticeerd worden en een medische behandeling krijgen, terwijl hun gedrag ook op een meer traditionele manier kan worden aangepakt.

Het debat was lang gebaseerd op gissingen, maar wetenschappelijke studies helderen nu veel op.

ADHD-behandeling kan een grote hulp zijn voor het kind

De diagnose en behandeling kunnen een voordeel zijn voor het kind – maar het ligt eraan hoe ernstig de symptomen zijn.

© Shutterstock

Een grote review van het onderzoek op dit gebied in 2021 belichtte een aantal voor- en nadelen van diagnose en behandeling. Vaak zal de diagnose zelf iemand begrip voor zijn of haar symptomen, meer zelfvertrouwen en minder schuldgevoelens en boosheid geven. Voor anderen gaat de diagnose echter gepaard met een gevoel van hopeloosheid of meer veroordeling door de buitenwereld.

Diagnose en medische behandeling helpen niet altijd bij de mildste gevallen van ADHD, zo blijkt uit het overzicht. Hierbij kunnen de nadelen groter zijn dan de voordelen – maar het onderzoek op dit gebied is nog zeer beperkt. Het toegenomen aantal diagnoses wordt deels verklaard doordat ook vrij milde gevallen worden meegenomen, en dus raden de onderzoekers artsen aan hierin voorzichtiger te zijn.

Aan de andere kant bevestigt de review dat medische behandeling een grote winst is voor mensen met ernstiger symptomen. Zonder behandeling kunnen de symptomen zeer beperkend zijn.

Mensen met ADHD lopen 12 keer zo veel kans veroordeeld te worden voor persoonsgerichte misdaden.

Sommige studies tonen bijvoorbeeld aan dat volwassenen met ADHD een grotere kans hebben op werkloosheid. Het risico dat ze een hogere opleiding afmaken is zeven keer kleiner, en volgens een Deense studie zal iemand met ADHD 15.000 euro per jaar minder verdienen dan de doorsneeburger.

Mensen met ADHD lopen ook 12 keer meer kans om veroordeeld te worden voor een persoonsgericht misdrijf en 12 keer meer kans om veroordeeld te worden voor rijden onder invloed, deels omdat ze twee keer zo veel kans lopen om alcohol, cannabis of andere drugs te gebruiken.

Medische behandeling vermindert het risico op veel van deze gevolgen.

ADHD kan uit de genen gewist worden

ADHD is dus niet ongevaarlijk, en de toegenomen diagnose en behandeling betekent waarschijnlijk dat veel kinderen en volwassenen nu een beter leven hebben dan ze anders zouden hebben. De onderzoekers richten hun aandacht dus niet op de vraag of ADHD een echte stoornis is of niet, maar op de vraag hoe ze ADHD het beste kunnen behandelen.

Soms zijn medicijnen niet nodig. Onderwijs of begeleiding kunnen bijvoorbeeld leer- en gedragsmoeilijkheden aanpakken. Maar medische behandeling is het meest effectieve middel als het gaat om de kernsymptomen van de stoornis.

Circa 70 procent van de volwassenen met ADHD heeft baat bij een medische behandeling, en in de meeste gevallen is het geneesmiddel van keuze methylfenidaat, ook bekend als Ritalin.

Veel hersencellen gebruiken dopamine om signalen naar hun buren te sturen, maar bij mensen met ADHD wordt het signaal niet goed doorgegeven. Het medicijn Ritalin verhelpt het probleem.

Dopamine zendt signalen tussen zenuwcellen
© Shutterstock & Malene Vinther

Cellen signaleren en ruimen op

Sommige hersencellen (rood) gebruiken dopamine (geel) om andere hersencellen een signaal te geven. Als het bericht verzonden is, zuigt de cel de stof weer op via zogeheten dopaminetransporters. De cel is dan weer klaar om te seinen.

ADHD verlaagt het dopaminegehalte
© Shutterstock & Malene Vinther

ADHD-hersenen ruimen te snel op

Mensen met ADHD hebben extra dopaminetransporters op hun neuronen. Wanneer de cellen proberen een bericht met dopamine te versturen, zuigen de transporters de stof op voordat het bericht bij de naburige cel is aangekomen.

Ritalin verhoogt het dopaminegehalte
© Shutterstock & Malene Vinther

Ritalin vertraagt de opruiming

Het geneesmiddel Ritalin (blauw) zorgt voor verstopping van de dopaminetransporters en vertraagt het opruimen van dopamine. Daardoor ontvangt de buurcel meer dopamine en komt de boodschap duidelijk door, net als bij iemand zonder ADHD.

Ritalin corrigeert een tekort aan de neurotransmitter dopamine in het contactvlak tussen hersencellen. Dit verbetert waarschijnlijk de communicatie tussen de hersennetwerken.

Ritalin en andere medicijnen werken goed, maar ze hebben bijwerkingen en moeten in de meeste gevallen meerdere malen per dag worden ingenomen. Daarom zoeken onderzoekers naar nieuwe manieren om ADHD te behandelen, onder meer door de genen aan te pakken.

Genen bepalen circa 80 procent van het risico op het ontwikkelen van ADHD, en onderzoekers hebben een aantal genen geïdentificeerd die tot de stoornis bijdragen. Tot nu toe was de opvatting dat elk gen maar een klein beetje bijdraagt, en dat een behandeling die zich op één gen richt dus niet erg effectief zou zijn.

Maar een ontdekking uit 2021 geeft nieuwe inzichten.

De Israëlische arts Ohad Birk bestudeerde het gen CDH2, dat verband houdt met ADHD. Om uit te zoeken hoeveel invloed het gen heeft op het ontstaan van de stoornis, manipuleerde hij met de techniek CRISPR de genen van muizen zodanig dat ze dezelfde variant van CDH2 kregen als mensen met ADHD.

De kleine verandering in de genen maakte de muizen op slag hyperactief. Nu blijkt dus dat zo’n kleine verandering in CDH2 al ADHD kan geven. Dus moet het ook mogelijk zijn het omgekeerde te doen.

De ADHD-behandeling van de toekomst kan daarom bestaan uit een injectie die de genen verandert en de stoornis voorgoed geneest.