Daarom zuigen videovergaderingen energie

Vind jij videovergaderen vermoeiender dan vergaderen in levenden lijve? Je bent niet de enige. Ons brein is expert in het lezen van gezichten, en de virtuele spelregels zetten je innerlijke oermens onder druk.

Vind jij videovergaderen vermoeiender dan vergaderen in levenden lijve? Je bent niet de enige. Ons brein is expert in het lezen van gezichten, en de virtuele spelregels zetten je innerlijke oermens onder druk.

Shutterstock

Een slechte verbinding, een beeld dat blijft stilstaan en blikkerig geluid. De COVID-19-pandemie dwingt mensen wereldwijd tot nieuwe communicatiemethoden en dat betekent voor velen dat videovergaderingen bij het dagelijks leven zijn gaan horen

Misschien ben jij zo iemand die videovergaderen vermoeiend vindt, en daar is een goede verklaring voor. Je hersenen hebben het er moeilijk mee als een heleboel gezichten je elk vanuit hun eigen vierkantje op het scherm aankijken.

1: Je mist de lichaamstaal

Onze communicatie zit vol kleine, niet-talige codes die continu door je hersenen worden ontcijferd: handgebaren, snel inademen om aan te geven dat je iets wilt zeggen, veranderingen in toonhoogte, gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen.

Als je live contact met iemand hebt, vangen je hersenen die kleine tekenen automatisch op terwijl ze luisteren naar dat wat er wordt gezegd. En bij een telefoongesprek kun je je op één stem concentreren terwijl je zelfs rondloopt en zo tegelijkertijd je creativiteit verhoogt.

Maar een videovergadering, waarbij je je vaak ook nog eens tot een heleboel gezichten tegelijk moet verhouden, vergt veel meer energie van de hersenen. Dat zegt Gianpiero Petriglieri, die bij de Insead Business School onderzoek doet naar de werkomgeving, tegen BBC. Je hersenen weten simpelweg niet waarop ze zich moeten richten of hoe ze de kleine tekens moeten opsporen.

Een complex samenspel zorgt ervoor dat je de emoties van andere mensen kunt aflezen. Meerdere onderzoeken duiden erop dat onze gezichtsspieren een belangrijke rol spelen bij de interpretatie van de gezichtsuitdrukkingen van anderen.

© Oliver Larsen

Je gezicht spiegelt de blijdschap en woede van anderen

Als je iemand ziet die boos is, ontstaat er activiteit in de musculus corrugator supercilii, de spier die je wenkbrauwen omlaag trekt.

© Oliver Larsen

Je gezicht spiegelt de blijdschap en woede van anderen

Zie je iemand die blij is, dan wordt de musculus zygomaticus major geactiveerd, die betrokken is bij het optrekken van de mondhoeken.

2: Vertraagde reacties maken je ongemakkelijk

Ben je er nog? Tijdens een videovergadering komen de reactie van je collega’s vaak wat langzamer door dan in het echte leven.

En kleine vertragingen kunnen je al ongemakkelijk maken en je indruk van de overige deelnemers aan de vergadering beïnvloeden. Dat blijkt uit een onderzoek uit 2014 van Duitse wetenschappers van de Bergische Universität Wuppertal.

De conclusie was dat de proefpersonen tijdens een telefoon- of videogesprek de andere deelnemers al bij een vertraging van 1,2 seconden als afwezig en minder vriendelijk ervoeren.

3: Je wordt er gestrest van om je eigen gezicht te zien

Je eigen gezicht zien terwijl je praat, kan een stressfactor zijn. Ten eerste herinnert de webcamera je er volgens onderzoekers voortdurend aan dat je bekeken wordt en daarmee ook dat je moet presteren.

Ten tweede kan het zien van je eigen gezichtsuitdrukkingen je stressniveau verhogen. Dat blijk uit een in 2020 gepubliceerd Italiaans onderzoek.

De wetenschappers ontdekten dat negatieve gevoelens als boosheid en afschuw werden versterkt als de proefpersonen tegelijkertijd hun eigen gezicht zagen. Dat was niet het geval als ze dezelfde gezichtsuitdrukkingen zagen bij andere mensen.

Door natuurlijke selectie is het menselijk gezicht gemakkelijk herkenbaar geworden – en is het brein expert geworden in het onthouden en herkennen ervan.

© Oliver Larsen

Gezicht komt in achterhoofd terecht

Als je een gezicht ziet, sturen 100 miljoen fotoreceptoren in je oog het beeld naar het gezichtscentrum achter in je hersenen.

© Oliver Larsen

Hersencentrum zoekt naar ogen en mond

De Occipital Face Area in de occipitale kwab zoekt in de visuele indruk naar ogen, neus en mond en bepaalt of het een gezicht is.

© Oliver Larsen

Zenuwcellen maken gedetailleerde kaart

In een gebied onder in de temporale cortex reageert elke zenuwcel op een bepaalde eigenschap in het gezicht, zoals de huidskleur of de afstand tussen de ogen. Aan de hand daarvan wordt een kaart gemaakt van elk detail van het gezicht tegenover je.

© Oliver Larsen

Hersenen slaan het gezicht op

De informatie wordt opgeslagen. Vooral de hippocampus en de frontale kwabben spelen hierbij een belangrijke rol.