Trist kvinde

Psychische stoornissen hebben genetisch veel overlap

De onderzoekers achter een nieuwe studie vragen zich af of het juist is om bijvoorbeeld een bipolaire stoornis anders te diagnosticeren dan schizofrenie.

De onderzoekers achter een nieuwe studie vragen zich af of het juist is om bijvoorbeeld een bipolaire stoornis anders te diagnosticeren dan schizofrenie.

Shutterstock

Wereldwijd leeft minstens één op de acht mensen met een psychische aandoening, en volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is depressie een van de belangrijkste oorzaken van invaliditeit.

Ook schat de WHO dat het aantal mensen met angst en depressie in het eerste coronajaar met wel 25 procent is toegenomen.

Daarom is er een grote behoefte om deze veelvoorkomende, ernstige aandoeningen te begrijpen en te behandelen.

Nu vragen onderzoekers van onder meer de universiteit van Oslo zich af of het klopt dat we bijvoorbeeld schizofrenie en een bipolaire stoornis als verschillende aandoeningen zien, aangezien de genetische overlap erg groot is.

Supercomputer berekent miljoenen varianten

Het onderzoek, dat is gepubliceerd in The American Journal of Psychiatry,, bestudeerde genetische gegevens van meer dan 200.000 mensen met een psychische stoornis.

In eerste instantie werd gekeken naar de genetische overlap tussen een bipolaire stoornis, ADHD, depressie en schizofrenie. Een team van 30 experts op het gebied van wiskunde, statistiek en informatica gebruikte geavanceerde wiskunde om miljoenen genetische variaties te analyseren.

Met een supercomputer, die duizenden malen krachtiger is dan gewone computers, bestudeerden de onderzoekers genetische varianten die in verband worden gebracht met een bipolaire stoornis en vergeleken die met varianten die in verband worden gebracht met schizofrenie.

Twee van de wetenschappers achter het onderzoek

‘Persoonlijk denk ik dat de beperkingen van onze manier van diagnosticeren mogelijk een van de redenen is dat we de afgelopen 10 tot 20 jaar niet veel vooruitgang hebben geboekt op dit gebied,’ zegt Guy Hindley (rechts), arts aan het Noorse centrum voor onderzoek naar psychische stoornissen (NORMENT) aan de universiteit van Oslo. Naast hem staat Olav Bjerkehagen Smeland, chef de clinique van de afdeling psychiatrie van het universiteitsziekenhuis van Oslo, die ook meewerkte aan het onderzoek.

© YNGVE VOGT/APOLLON-UIO

Een andere blik

Ze ontdekten 10.000 genetische varianten die verband houden met psychische stoornissen, waarvan een groot deel bij meerdere stoornissen voorkomt.

Een van de bevindingen was dat een bipolaire stoornis en schizofrenie een overlap hebben van 8500 genetische varianten, terwijl ADHD en depressie een overlap hebben van 4500 genetische varianten.

De kans op een depressie wordt beïnvloed door 14.500 genvarianten, waarvan er 7500 ook invloed kunnen hebben op de kans op een bipolaire stoornis. Hoofdauteur Guy Hindley legt uit:

‘De bevindingen kunnen een belangrijke verschuiving betekenen in ons beeld van de genetische basis van psychische stoornissen. Ons onderzoek laat zien dat waarschijnlijk duizenden genetische varianten een rol spelen bij de kans op schizofrenie, in plaats van dat een klein aantal genen die kans specifiek beïnvloedt,’ zegt hij.

Kan bijwerkingen voorkomen

Het is niet het eerste onderzoek dat aantoont dat veel psychische stoornissen vergelijkbare genetische oorzaken hebben. Eerder werden al monsters verzameld van meer dan 100.000 mensen, waarbij een aantal genvarianten werd gevonden dat de kans op een psychische stoornis kan vergroten.

Maar dit is een van de eerste studies die een ruwe schatting geven van het aantal genetische overeenkomsten tussen verschillende psychische stoornissen.

Hindley hoopt dat we dankzij deze ontdekking de stoornissen in de toekomst beter kunnen definiëren, het aantal oorzaken kunnen beperken en zo een behandeling op maat kunnen maken, zodat de grote groep mensen met bijvoorbeeld depressie niet zomaar in hetzelfde hokje terechtkomt.

‘De reden dat we nog steeds het huidige systeem hebben, met psychiatrische diagnosen, is dat er geen betere alternatieven zijn. Maar ik hoop dat we met deze meer biologische metingen patiënten kunnen indelen in groepen die meer op elkaar lijken. Zo kunnen we bijvoorbeeld ook voorkomen dat mensen die geen baat hebben bij medicatie met bijwerkingen moeten leven,’ zegt hij.