Moeten we allemaal gevaccineerd worden tegen apenpokken? Dit zegt de expert

Moeten we ons voorbereiden op nog een prik? Wij vroegen het een hoogleraar volksgezondheid.

Moeten we ons voorbereiden op nog een prik? Wij vroegen het een hoogleraar volksgezondheid.

Shutterstock

In Nederland zijn er de afgelopen maanden bij bijna 1000 mensen apenpokken vastgesteld.

Door het aantal besmettingen met het apenpokkenvirus zijn de Nederlandse en Europese gezondheidsautoriteiten in opperste paraatheid.

Dit nadat de WHO onlangs heeft gewaarschuwd dat de situatie uit de hand dreigt te lopen.

Er is in Nederland een vaccin beschikbaar voor mensen uit de zogeheten risicogroep – in dit geval mannen die seks hebben met mannen.

Wetenschap in Beeld heeft Christian Morberg Wejse, hoogleraar volksgezondheid aan de universiteit van Aarhus, gevraagd of we een nieuw vaccinatieprogramma kunnen verwachten.

LEES OOK: Expert: Daarom zijn apenpokken mogelijk besmettelijker geworden.

Kosten en mortaliteit bepalen of je gevaccineerd moet worden

Bij de beslissing van onderzoekers en artsen of een vaccinatie in het vaste vaccinatieschema thuishoort, spelen meerdere factoren een rol.

Christian Morberg Wejse was in 2012 betrokken bij de vraag of er een vaccin tegen het rotavirus in het vaste vaccinatieprogramma voor Deense kinderen moest komen.

Christian Morberg Wejse vertelt dat onderzoekers de voor- en nadelen van een vaccin tegen apenpokken op dezelfde manier zullen beoordelen als in 2012, toen het zogeheten rotavirus beoordeeld werd.

‘Hoewel het economisch gezien logisch was om te vaccineren tegen het rotavirus, kwam het uiteindelijk niet in het vaccinatieprogramma. De reden daarvoor is dat het virus een relatief mild ziekteverloop heeft en een zeer lage mortaliteit – en hetzelfde geldt voor apenpokken.’

FEITENBOX: WELKE SYMPTOMEN HOREN BIJ APENPOKKEN?

  • Apenpokken veroorzaken symptomen die lijken op de verwante, maar ernstigere, ziekte pokken. De symptomen zijn gezwollen lymfeklieren, spierpijn, koorts, hoofdpijn, moeheid en blaren die op een gegeven moment barsten en wondjes of heel soms littekens achterlaten.

Apenpokken zijn meestal niet dodelijk

Op 20 juli waren er wereldwijd nog maar 5 mensen overleden aan apenpokken, en er waren wel 14.000 besmettingen. Dat komt neer op een mortaliteit van 0,04 procent.

Ter vergelijking: een van de gevaarlijkste virussen, het marbergvirus, heeft een mortaliteit van 50 procent.

De onderzoekers kijken naar besmettelijkheid, mortaliteit en economische nadelen van de ziekte, maar ook naar de bijwerkingen van het vaccin en hoe duur het vaccineren zou zijn.

‘Dat zijn de factoren die we onderzoeken voor elke ziekte waar een goed vaccin voor bestaat. Soms is de conclusie dat we ernaar streven om de hele bevolking te vaccineren – zoals bij COVID – en soms niet, zoals bij pneumokokken. Dat laatste vaccin wordt alleen aan risicogroepen aangeboden.’

Apenpokken zijn half zo besmettelijk als COVID-19

Het zogeheten reproductiegetal (R0) van apenpokken ligt tussen 1 en 2, wat betekent dat een persoon met apenpokken gemiddeld een tot twee andere mensen besmet.

Ter vergelijking: de deltavariant van COVID-19 had een reproductiegetal van 5, en de omikronvariant die later in grote delen van de wereld dominant was, was waarschijnlijk drie tot vier keer zo besmettelijk als de deltavariant.

Maar ondanks het relatief lage reproductiegetal is Nederland toch alvast begonnen met een vaccin tegen apenpokken, dat zich vooral verspreidt via seks.

Professor: We gaan nog lang niet iedereen vaccineren

Hoewel apenpokken een relatief mild ziekteverloop hebben, bieden de GGD Amsterdam en GGD Haaglanden wel een vaccin aan aan mensen die een verhoogd risico lopen.

Dat heeft volgens Christian Morberg Wejse drie belangrijke redenen.

‘De meeste besmettingen komen in deze groep voor, dus het is hopelijk heel effectief om het vaccinatieprogramma hier uit te rollen.’

‘Bovendien wordt het vaccin al gebruikt in Nigeria, waar sommige oliearbeiders zijn gevaccineerd tegen apenpokken. Dat bleek in ongeveer 85 procent van de gevallen te werken, dus we weten dat het vaccin voldoende effectief is.’

We zijn nog lang niet zo ver dat de hele bevolking een vaccin tegen apenpokken moet krijgen. Christian Morberg Wejse

‘Daarnaast hebben we een sterk preventieprogramma voor de groep mannen die seks heeft met veel andere mannen, want het risico op andere ziekten die ook seksueel overdraagbaar zijn, zoals hiv, is ook hoog.’

In Nederland is er een beperkt aantal vaccins beschikbaar, dus het duurt nog wel even voordat de hele bevolking gevaccineerd zou kunnen worden, mocht dat al nodig zijn.

Wat moet er gebeuren voordat iedereen een vaccin krijgt?

Als er een ziekte uitbreekt, en we hebben een effectief vaccin, bepalen veel factoren wie er gevaccineerd moet worden.

  • Als een ziekte een mild ziekteverloop geeft, zoals apenpokken, krijgen alleen mensen in risicogroepen een vaccin.
  • Als het aantal besmettingen stijgt, kunnen de gezondheidsautoriteiten gaan ‘ringvaccineren’: een methode waarbij naaste contacten van de besmette persoon het vaccin krijgen.
  • Als het aantal gevallen blijft stijgen, onderzoeken de gezondheidsautoriteiten welke delen van de bevolking vooral worden besmet.
  • Als de verspreiding vooral binnen een bepaald demografisch of geografisch gebied plaatsvindt, kan gekozen worden voor verbreiding van het vaccinatieaanbod.
  • Pas als de ziekte heel besmettelijk, dodelijk, ernstig en verspreid is, wordt het vaccin beschikbaar gemaakt voor de hele bevolking.

Apenpokken muteren bijna niet

Een andere factor die een rol speelt in de vraag of een ziekte gevaarlijk genoeg is voor een massaal vaccinatieprogramma, is of de ziekte veel muteert of niet.

‘Maar zijn geen tekenen dat apenpokken echt noemenswaardig zijn gemuteerd sinds de eerste uitbraak in 1970. Er is wel sprake van kleine veranderingen, maar niets drastisch’, zegt Christian Morberg Wejse. Hij legt uit dat de gehele huidige uitbraak terug te leiden is naar een reiziger die in West-Afrika is geweest.

‘De belangrijkste factor in de verspreiding van het virus – dat vooral overspringt via seks – is dat de ziekte terecht is gekomen bij een nieuwe groep mensen die seksueel actief zijn. Daarom is het logisch om voor verdere preventie te focussen op die groep.’