Bijna de aarde: NASA ontdekt planeet in bewoonbare zone

NASA’s planetenjager, de TESS-telescoop, heeft voor het eerst een aardeachtige exoplaneet gevonden die in de bewoonbare zone van zijn ster staat. Wellicht komt er wel leven voor.

NASA’s planetenjager, de TESS-telescoop, heeft voor het eerst een aardeachtige exoplaneet gevonden die in de bewoonbare zone van zijn ster staat. Wellicht komt er wel leven voor.

NASA

In de nacht van 16 op 17 april 2018 lanceerde NASA een Falcon 9-raket met een bijzondere lading aan boord: de ruimtetelescoop TESS, die exoplaneten dicht bij de aarde met kans op leven moest gaan zoeken.

Afgelopen zomer vond de TESS-telescoop de planeet GJ 357 d, die op het randje van de bewoonbare zone om zijn ster draait – dat wil zeggen in het gebied waar de temperatuur vloeibaar water en leven zoals wij het kennen mogelijk maakt.

En nu heeft de TESS weer beet.

Deze keer heeft de supertelescoop een aardeachtige planeet gevonden binnen de bewoonbare zone van de rode dwerg TOI 700. Deze nieuwe planeet heeft dan ook de naam TOI 700 d gekregen.

Exoplaneten gevonden door NASA’s TESS-telescoop

De TESS-telescoop heeft voor het eerst een aardeachtige exoplaneet ontdekt, TOI 700 d, binnen de bewoonbare zone. Om de rode dwerg TOI 700 vond de TESS ook twee andere planeten: TOI 700 b, vermoedelijk een rotsplaneet, en TOI 700 c, die een gasplaneet zou zijn.

© NASA's Goddard Space Flight Center

De planeet is naar schatting 20 procent groter dan de aarde, en omdat hij op ‘slechts’ 105 lichtjaar afstand staat, willen astronomen hem graag nader onder de loep nemen.

Om te bepalen of TOI 700 d leven kan huisvesten, moet eerst worden vastgesteld hoe het oppervlak eruitziet en of de planeet een atmosfeer heeft.

Als het oppervlak uit gesteente bestaat en hij een dikke atmosfeer heeft die de temperatuur gelijkmatig kan houden, zijn we een heel stuk dichter bij het vinden van leven in de ruimte.

Sterrenlicht verraadt planeten

De TESS-telescoop bewaakt meer dan 200.000 sterren met zijn vier camera’s, die kleine schommelingen in de lichtsterkte registreren en zo exoplaneten aan het licht brengen.

Als een planeet voor zijn zon langs trekt, zal de lichtsterkte een tikje afnemen.

Als dat herhaaldelijk met dezelfde intensiteit en volgens een vast interval gebeurt, is dat een duidelijke aanwijzing dat er een planeet om de ster draait.

Als een planeet voor zijn ster langs trekt, daalt de lichtsterkte. Dat pikt de TESS-telescoop op, en zo kan NASA nieuwe exoplaneten ontdekken.

De ruimtetelescoop moet vooral planeten onderzoeken die om rode dwergsterren draaien. Die vormen driekwart van de sterren in het heelal en blijven het langst in stand.

Doordat de fusie van waterstof er een stuk langzamer verloopt dan in onze zon, is een rode dwerg ’slechts’ circa 3500 °C warm.

Rode dwergen kunnen biljoenen jaren leven, wat de kans verhoogt dat er op enig moment leven in de buurt ontstaat.

Supertelescopen ontsluieren exoplaneten

De komende jaren krijgt de TESS-telescoop gezelschap van andere supertelescopen, die zuurstof, methaan en kooldioxide gaan opsporen in de atmosfeer van exoplaneten: aanwijzingen voor het bestaan van leven.