Iemand met corona steekt een wattenstaafje in de neus

Zelftests voor corona: Zo werken ze – en zo betrouwbaar zijn ze

De coronatest komt bij je thuis. Een zelftest kan een belangrijk werktuig zijn om toekomstige besmettingsgolven plat te drukken. Dit is alles wat je moet weten over zelftests.

De coronatest komt bij je thuis. Een zelftest kan een belangrijk werktuig zijn om toekomstige besmettingsgolven plat te drukken. Dit is alles wat je moet weten over zelftests.

Shutterstock

De zelftests die we nu gebruiken bevatten een wattenstaafje dat je in je neus moet stoppen. Maar er gaan steeds meer stemmen op om in plaats daarvan in je keel te testen.

Die methode werd geopperd toen verschillende mensen berichtten dat ze positief getest waren bij een wattenstaafje in de keel, maar negatief in de neus.

De wetenschappelijke onderbouwing is te vinden in een nog niet gepeerreviewed onderzoek dat laat zien dat omikron eerder in de keel zit dan in de neus. Een ander onderzoek wijst erop dat speeksel een omikronbesmetting beter laat zien dan bijvoorbeeld neusslijm.

Voorlopig houden zelftestfabrikanten vast aan het testen in de neus, want de test is niet gemaakt voor speeksel. Bovendien laat een onderzoek zien dat correct uitgevoerde zelftests net zo nauwkeurig zijn als PCR-tests.

In de VS onderzoeken de gezondheidsautoriteiten of we van strategie moeten veranderen en in Groot-Brittannië raadt de overheid al aan om zowel de neus als de keel te testen.

Er zijn sterke aanwijzingen dat de coronapandemie nu een nieuwe fase in gaat. De vaccinatiegraad en immuniteit nemen toe en de omikronvariant lijkt minder gevaarlijk.

Eén indicatie dat de pandemie beheersbaarder wordt is dat meer landen mensen stimuleren om zich thuis te testen.

Maar bieden zelftests of thuistests meer dan schijnveiligheid? Dit is wat de wetenschap zegt over wattenstaafjes en teststrips.

Hoe werkt een zelftest?

Een coronatest spoort – ongeacht het type test – de aanwezigheid of sporen van virusdeeltjes op.

Corona wordt in kaart gebracht met drie wapens:

  • PCR-tests, waarbij een slijmmonster uit neus of keel wordt genomen
  • Serologische tests, waarbij met behulp van een bloedmonster een eerdere COVID-19-infectie wordt aangetoond.
  • Antigeentests, waarbij een wattenstaafje in de neus wordt gestoken en een actuele besmetting wordt aangetoond.

Een zelftest is een antigeentest die werkt zoals de sneltests die de GGD en andere partijen afnemen. Het enige verschil is dat de uitslag van het ‘thuislaboratorium’ niet officieel als testresultaat wordt geregistreerd.

VIDEO: Zo werkt een zelftest

Eventuele antigenen in het monster – zoals het spike-eiwit op het oppervlak van het coronavirus – binden zich aan moleculen in de teststrip, die dan met de vloeistof doorstromen.

Deze moleculen zijn zo ontworpen dat ze reageren met twee lijnen aan het eind van de strip en die kunnen laten kleuren: een controlelijn (C) en een testlijn (T).

Zo lees je de uitslag van je zelftest af:

  • Twee zichtbare lijnen bij T en C: de uitslag is positief. Blijf thuis en laat een PCR-test doen om de uitslag te bevestigen.
  • Een zichtbare lijn bij C: de uitslag is negatief.
  • Een zichtbare lijn bij T of helemaal geen lijnen: de test is ongeldig.

Wanneer moet je een zelftest doen?

De richtlijnen verschillen van land tot land, maar over het algemeen is het aan te bevelen om een zelftest te doen als je wilt weten of je besmet bent, maar:

  • Geen coronasymptomen hebt
  • Geen isolatieadvies hebt gekregen
  • Je niet kunt laten testen op je werk, op school of bij een testlocatie.

In Nederland wordt leerlingen vanaf groep 6 geadviseerd om twee keer per week een zelftest te doen, maar bijvoorbeeld in Groot-Brittannië worden zelftests alleen toegepast bij kinderen boven de 11.

Hoe betrouwbaar is een zelftest?

Zelftests worden wel bekritiseerd omdat de teststrips niet alle besmettingen eruit pikken.

Onderzoekers schatten dat ongeveer 60 procent van de besmette mensen de ziekte via een zelftest kunnen ontdekken. Maar de uitslag is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de test.

Een studie toont aan dat tot 15 procent van de resultaten van een testkit vals negatief is en dus geen infectie aantoont bij mensen die wel ziek zijn. In werkelijkheid ligt dat percentage naar verwachting nog hoger.

Ondanks deze tegenvallende betrouwbaarheid is het argument voor zelftests dat je er de meest besmettelijke patiënten, die de meeste virusdeeltjes uitscheiden, mee opspoort.

Daarnaast tonen onderzoeken aan dat de valse negatieven er uitgefilterd kunnen worden door meer te testen. Bij drie tests per week is nog maar 5 procent vals negatief, wat vergelijkbaar is met PCR-tests.

Later, als de coronapandemie op zijn einde loopt en de meeste testcentra gesloten zijn, kunnen zelftests ook ingezet worden als maatregel om besmetting tegen te gaan.

Let erop dat je zelftest een CE-merk heeft, gevolgd door vier cijfers, en dus voldoet aan de huidige EU-wetgeving. Het etiket en de gebruiksaanwijzing moeten ook in de taal van het betreffende land gesteld zijn.

Hoe doe je een zelftest?

Een cruciale factor om een nauwkeurige uitslag van een zelftest te krijgen is dat de test correct wordt uitgevoerd.

Zo doe je een zelftest

Een zelftest is een antigeentest of lateral flow test, die een momentopname geeft van je besmettingsstatus en kan zeggen of je corona hebt of niet.

Een zelftest werkt in veel opzichten hetzelfde als een zwangerschapstest.

Testvloeistof gaat in het buisje
© Shutterstock

Prepareer het buisje met testvloeistof

Je begint door het buisje met de testvloeistof rechtop op een schone, vlakke ondergrond te zetten.

Open het buisje met testvloeistof door aan het lipje te trekken. De vloeistof maakt het monster vloeibaar en houdt de pH-waarde constant.

Met een wattenstaafje wordt een monster genomen in de neus van een coronapatiënt
© Shutterstock

Steek het wattenstaafje in je neus

Snuit eerst je neus en was je handen. Doe vervolgens je hoofd naar achteren.

Je neemt het monster met het bijgeleverde wattenstaafje, dat je zo’n 2,5 centimeter in je neus steekt. Draai het gedurende 15 seconden circa vijf keer rond tegen de wand van beide neusgaten.

Als je besmet bent, blijven er deeltjes van het coronavirus uit het slijm achter op het wattenstaafje.

Het coronamonster wordt in een buisje gedaan, dat wordt verzegeld
© Shutterstock

Doe het monster in het buisje

Steek het wattenstaafje met het monster in het buisje en draai het minimaal zes keer rond.

Knijp in de onderkant van het buisje en laat het een minuut staan. Verwijder het wattenstaafje terwijl je in de zijkanten van het buisje knijpt. Vervolgens sluit je het buisje af met een druppeldop.

Het monster wordt in de teststrip gedruppeld
© Shutterstock

Test het monster

Laat vier druppels op het testvlak van de strip vallen. De vloeistof loopt via microscopisch kleine groeven de teststrip in.

Na een kwartier kun je de uitslag aflezen.