Handskeklædt hånd doserer en kanyle med vaccine.

De wetenschap beantwoordt de beste vragen van vaccinsceptici

Bijwerkingen? Veiligheid? Dwang? Vaccinsceptici hebben veel opvattingen, maar die berusten meestal niet op de werkelijkheid. Lees hier de feiten.

Bijwerkingen? Veiligheid? Dwang? Vaccinsceptici hebben veel opvattingen, maar die berusten meestal niet op de werkelijkheid. Lees hier de feiten.

Shutterstock

Scepsis jegens coronavaccins krijgt veel aandacht sinds farmaceutische bedrijven voor het eerst meldden dat hun vaccin bijna klaar was om goedgekeurd te worden.

Maar nu blijkt uit enquêtes dat steeds meer mensen graag bereid zijn een prik te halen zodra ze die kans zouden krijgen.

Halverwege november wilde nog geen 30 procent van de Nederlandse bevolking heel graag gevaccineerd worden, maar eind januari was dat al gestegen tot 51 procent. (België ontbreekt in het onderzoek.)

Hetzelfde beeld is zichtbaar bij onze buurlanden:

  • Duitsland: Toename van 26 naar 41 procent
  • Frankrijk: Toename van 15 naar 29 procent
  • Groot-Brittannië: Toename van 28 naar 51 procent

Maar de scepsis is her en der nog wel aanzienlijk. In Frankrijk wil 44 procent het vaccin nog steeds beslist niet hebben, terwijl 66 procent van de Japanners de coronavaccins niet vertrouwt.

Bij Wetenschap in Beeld vinden we scepsis gezond – vooral als die gebaseerd is op feiten feiten. Daarom geven we hier antwoord op een aantal terugkerende vragen van vaccintwijfelaars:

1. ‘Als een vaccin ongevaarlijk is, hoe kan het dan virusinfecties bestrijden?’

Het vaccin bestrijdt op zichzelf de infectie niet, maar leert het lichaam om de infectie te bestrijden.

Met onschadelijk wordt niet bedoeld dat een vaccin zo onschadelijk is als een slok water. Vaccins bevatten een actief ingrediënt: een verzwakte of inactieve versie van het virus, dat het lichaam moet leren herkennen en doden.

Daarom krijgt de ontvanger een microscopisch kleine en zorgvuldig afgestemde dosis van de ziekte in het lichaam. Een dosis van 0,5 milliliter bevat meestal maar een paar microgram – miljoenste van een gram – van het actieve ingrediënt.

Zo bevatten de vaccins van Pfizer en Moderna respectievelijk 30 en 100 microgram van het actieve ingrediënt RNA. Ter vergelijking: pijnstillers kunnen wel 500 microgram van het actieve ingrediënt, zoals paracetamol, bevatten.

Een vaccin bereidt het immuunsysteem voor op de ontmoeting met een virus of bacterie.

© Oliver Larsen

Eerste immuunrespons

Een vaccin bestaat uit dode of levende delen van een virus of bacterie. Het immuunsysteem reageert erop door antistoffen tegen de ziekte op te bouwen, plus geheugencellen, die de ziekte onthouden voor een volgende keer.

© Oliver Larsen

Tweede immuunrespons

Als het lichaam het virus of de bacterie nogmaals tegenkomt, herkent het immuunsysteem de indringer meteen en worden de antistoffen aangemaakt die hem bestrijden.

2. ‘Waarom moet ik ernstige bijwerkingen riskeren?’

De wetenschappelijke literatuur maakt onderscheid tussen twee soorten bijwerkingen na inentingen:

  • Gewone bijwerkingen, zoals koorts of pijn.
  • Ernstige bijwerkingen, zoals allergische reacties.

Een vaccin zal altijd bijwerkingen hebben. Zo krijgt 5-15 procent van de mensen die zich laten inenten tegen mazelen, koorts.

Onder de bijwerkingen vallen ook blijvende jeukende bobbeltjes, granulomen.

Ernstiger bijwerkingen, waarbij je in het ziekenhuis moet worden opgenomen, komen volgens de WHO voor bij één op de duizend tot een miljoen mensen. Zeer ernstige bijwerkingen en sterfgevallen zijn zo zeldzaam dat het moeilijk is om er statistisch onderzoek naar te doen.

De WHO schat dat er 2-3 miljoen sterfgevallen per jaar worden vermeden dankzij inentingsprogramma's. We kiezen voor vaccineren omdat het beter is dan besmet te raken met de ziekte.

Autoriteiten beoordelen bijwerkingen

Tot dusver hebben de ontwikkelaars van de vaccins zelf gegevens gepubliceerd over de bijwerkingen van hun producten. Maar nu komen de Britse autoriteiten met hun beoordeling van het Pfizer-vaccin.

3. ‘Hoe kunnen ze het coronavaccin zo snel af hebben?’

Hætteglas med coronavirusvacciner på transportbåndet hos en medicinalvirksomhed
© Shutterstock

Doorgaans duurt het 10-15 jaar om een vaccin te ontwikkelen. Maar in de jaren 1960 was het vaccin tegen de bof al na vier jaar klaar. Dat ging zo snel omdat er al wat wetenschappelijk voorbereidend werk was gedaan – en dat geldt ook voor COVID-19.

Het AstraZeneca-vaccin is bijvoorbeeld gebaseerd op een zogeheten virusvector, die fungeert als een sjabloon. Dat sjabloon hoeft alleen maar te worden voorzien van eiwitten van het virus dat het vaccin moet bestrijden.

Vaccinfabrikanten hebben ook de ontwikkelingsduur kunnen verkorten dankzij eerder onderzoek naar vaccins na de uitbraak van SARS in 2002. Het virus daarvan is circa 80 procent genetisch identiek aan het huidige coronavirus SARS-CoV-2.

Zo weten we door de ervaringen met SARS dat het lichaam het spike-eiwit – de sleutel van het virus om het lichaam binnen te komen – moet leren gebruiken om het virus aan te vallen. Al in maart publiceerden Chinese onderzoekers het genetische materiaal van het virus, inclusief het spike-eiwit.

Ten slotte komen Moderna en Pfizer met RNA-vaccins, die kunstmatig in het lab en dus snel worden geproduceerd. Andere soorten vaccins moeten bijvoorbeeld levende virusdeeltjes opnemen, laten groeien en oogsten, wat langer duurt.

4. ‘Hoe weten we dat de coronavaccins op termijn niet tot ziekten leiden?’

Er zijn geen garanties tegen bijwerkingen op lange termijn, maar er is ook geen reden om aan te nemen dat de vaccins wel verborgen langetermijngevolgen zullen hebben.

Ten eerste leert de ervaring met eerdere vaccins dat ernstige bijwerkingen – zoals allergische reacties – meestal kort na de inenting optreden.

Ten tweede zijn er zeer weinig moderne vaccins waarvan wordt vermoed dat ze ernstige bijwerkingen op de lange termijn hebben.

Het meestbesproken voorbeeld is Pandemrix, dat in 2009 werd ingezet tegen varkensgriep. In Zweden en Finland werd Pandemrix ervan verdacht het risico op narcolepsie bij kinderen en jongeren vier respectievelijk negen keer te verhogen. Uit een onderzoek van Stanford University uit 2011 bleek echter dat narcolepsie méér voorkwam door virusinfecties in de bovenste luchtwegen – zoals na besmetting met de varkensgriep – en dus niet door het vaccin.

Beweringen dat het BMR-vaccin leidt tot autisme en dat het HPV-vaccin onverklaarbare pijn veroorzaakt, zijn ook niet onderbouwd.

Desalniettemin zullen inentingen tegen het coronavirus nauwlettend worden gevolgd in de zogeheten fase 4: een testfase die begint na goedkeuring van het vaccin, met als doel eventuele bijwerkingen buiten de laboratoriumproeven op te sporen.

5. ‘Waarom moeten we tot inenting worden gedwongen?’

© Shutterstock

Een politieke drijfveer van het verzet tegen vaccins is dat burgers worden gedwongen. Maar ‘medische behandeling zonder toestemming’ wordt beschreven in de mensenrechtenverdragen. Hoewel er een wettelijke bevoegdheid toe bestaat, zijn verplichte vaccinaties voor alle bevolkingsgroepen op het randje van de mensenrechten.

Collectieve dwang lijkt op dit moment hoe dan ook geen realistische oplossing.

Vaccintegenstanders hebben het ook over indirecte dwang: dat niet-ingeënte mensen bijvoorbeeld niet mogen vliegen of niet naar een concert mogen gaan. Ook in landen als Groot-Brittannië en Australië was er sprake van iets dergelijks.

Juridisch gezien hebben particuliere bedrijven zoals luchtvaartmaatschappijen en concertorganisatoren het recht om zelf te beslissen wie ze uitsluiten, inclusief mensen zonder kleren aan, erg dronken mensen – of mensen die niet zijn ingeënt.