Coronavirusdeeltjes op celoppervlak

Daarom zijn coronavarianten niet alarmerend

Eerst wakkerde de Britse variant de vrees voor coronamutaties aan, en sindsdien leidden nieuwe mutaties tot bezorgdheid – maar wetenschappers stellen ons nu gerust.

Eerst wakkerde de Britse variant de vrees voor coronamutaties aan, en sindsdien leidden nieuwe mutaties tot bezorgdheid – maar wetenschappers stellen ons nu gerust.

NIH / Wikimedia Commons

Eerst stond de Britse, toen de Zuid-Afrikaanse en toen de Braziliaanse mutatie in de schijnwerpers. Nu houdt de wereld een Indiase variant van het coronavirus nauwlettend in de gaten.

De vrees bestaat dat een nieuwe variant de vaccins en de immuniteit die in de samenleving is opgebouwd, kan omzeilen en dat de pandemie van voren af aan begint.

Momenteel circuleren er vier SARS-CoV-2-mutaties op de lijst van de Wereldgezondheidsorganisatie van varianten die zorgen baren.

VIDEO: Angst in Brazilië slaat toe

Maar het onderzoek leidt tot één algemene conclusie: we hoeven niet zo bang te zijn voor de nieuwe varianten.

1. Vaccins bestrijden coronavarianten

De varianten op de WHO-lijst zijn zorgwekkend, want hun mutaties verzwakken het vermogen van het immuunsysteem om de virusdeeltjes te identificeren en aan te vallen. Daardoor verspreiden ze zich makkelijker, is het ziekteverloop ernstiger en neemt de besmettelijkheid van het virus toe.

Zodra het lichaam tegen COVID-19 is ingeënt, maakt het antistoffen aan die zich binden aan eventuele SARS-CoV-2-deeltjes, die vervolgens het lichaam binnendringen. Als het virus gemuteerd is, kunnen de antistoffen de deeltjes soms minder goed herkennen.

Maar volgens de WHO wijst geen enkel onderzoek erop dat mutaties van het coronavirus de algemene werking van vaccins verzwakken.

Uit vele onderzoeken blijkt juist dat de vaccins uitgebreide bescherming bieden tegen alle varianten, zoals:

  • De Britse variant: Het Pfizer-vaccin beschermt 97 procent van de ingeënten tegen symptomen en ziekenhuisopname.
  • De Zuid-Afrikaanse variant: Het Johnson & Johnson-vaccin biedt 85 procent bescherming.
  • De Braziliaanse variant: In laboratoriumproeven neutraliseren de vaccins van Pfizer en AstraZeneca drie keer zo weinig virusdeeltjes dan bij de oorspronkelijke variant, maar in veruit de meeste gevallen bestrijden ze het virus evengoed.
  • De Indiase variant: Het Indiase vaccin van Bharat Biotech lijkt te werken tegen de Indiase variant, net als de vaccins van Moderna en Pfizer.

Antistoffen zijn niet het enige wapen van het immuunsysteem. De zogeheten T-cellen werken naar het zich laat aanzien na de inenting tegen de Britse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse variant.

Dus al kunnen bepaalde mutaties antistoffen van het lichaam uitschakelen, andere delen van het immuunsysteem verzwakken of verslaan de infectie.

Spaanse vrouw krijgt vaccin tegen COVID-19 ingespoten

Wereldwijd lopen er vaccinatieprogramma’s tegen COVID-19 – hier in Spanje.

© Administración del Principado de Asturias / Wikimedia Commons

2. Immuunsoldaten passen de aanval aan

Uit onderzoek blijkt verder dat de T-cellen van het lichaam blijvend bescherming bieden tegen elke bekende coronavariant als je ermee besmet bent geweest. Die werken dus net als vaccins.

De geheugencellen van het immuunsysteem, zogeheten B-cellen, blijken bovendien mee te muteren in een poging de immuunrespons van het lichaam op meerdere varianten te richten.

VIDEO: Zo bestrijden voormalige coronapatiënten de ziekte

Als een eerder besmette of ingeënte persoon opnieuw met SARS-CoV-2 besmet zou raken, kan hij of zij anderen misschien niet besmetten.

3. Coronamutaties zijn beperkt

RNA-virussen zoals SARS-CoV-2 muteren voortdurend, maar alleen de gunstigste mutaties worden overgeërfd.

Artsen kijken vooral met argusogen naar mutaties in de spike-eiwitten die op het oppervlak van SARS-CoV-2-deeltjes zitten, want vaccins leren het lichaam om die eiwitten aan te vallen.

Coronavirus trænger ind i cellen med sin spikeproteine, der binder til receptoren
© Shutterstock/Lasse Alexander Lund-Andersen

1. Het virus dringt een cel binnen

Een virusdeeltje dringt via een receptor de lichaamscellen binnen. In het virus zit een codestreng die bestaat uit genetisch materiaal. Dit wordt ook wel het RNA genoemd.

Viruspartikel bliver kopieret i celle, der danner mutation undervejs
© Shutterstock/Lasse Alexander Lund-Andersen

2. Het deeltje wordt gekopieerd

Het virusdeeltje geeft zijn RNA-code af. De cel leest deze code en kopieert hem. Tijdens het kopiëren kunnen er kleine fouten in de code ontstaan. Dit noemen we mutaties.

Coronavirus er muteret og har fået nye egenskaber i receptorbindingsdomænet på overfladeproteiner
© Shutterstock/Lasse Alexander Lund-Andersen

3. Een nieuw virusdeeltje is gemuteerd

Deze mutatie wijzigt het oppervlak van nieuwe virusdeeltjes en het vermogen ervan om verbinding te maken met de receptoren. Wanneer het virusdeeltje zijn gang kan gaan en zich in een nieuwe cel reproduceert, verspreidt de mutatie zich.

Maar onderzoek toont aan dat dezelfde mutaties in zeer verschillende varianten voorkomen. Zo treedt een mutatie met de naam D614G zowel in de Britse als in de Indiase variant op.

Het feit dat dezelfde mutaties over de grenzen heen voorkomen – we spreken van convergente evolutie – betekent volgens onderzoekers dat het virus zich beperkt kan ontwikkelen en bijna geen nieuwe kant meer op kan.

Als de gezondheidszorg op aarde de infecties kan terugdringen, zal het virus nog moeilijker kunnen muteren.

4. Boosters werken tegen varianten

Onderzoekers schatten dat COVID-19-vaccins binnen een jaar minder effectief worden als gevolg van mutaties, maar dat wil niet zeggen dat we zo weer terug bij af zijn.

Wel kan het zijn dat we de vaccins en de boosters daarvan voortdurend moeten aanpassen. Maar dat is mogelijk, blijkt uit nieuw onderzoek.

Een nieuwe COVID-19-vaccinbooster van Moderna kan beschermen tegen de coronamutaties uit Brazilië en Zuid-Afrika, blijkt uit voorlopige proeven in een nieuwe studie.

Moderna heeft de booster getest op 40 mensen die zes tot acht maanden geleden volledig met het Moderna-vaccin zijn ingeënt. De helft van de groep had eerder antilichamen ontwikkeld tegen de Zuid-Afrikaanse B.1.351-mutatie en de Braziliaanse P1.

De proefpersonen kregen ofwel een nieuwe injectie met het oorspronkelijke vaccin, ofwel met de vaccinbooster. Uit de resultaten bleek dat beide groepen meer antilichamen hadden tegen de mutaties, maar degenen die de booster kregen, hadden 150 procent meer antilichamen dan degenen die het oorspronkelijke vaccin hadden gekregen.