‘Iedereen moet kinderen kunnen krijgen,’ zegt de onderzoeker van de studie, Antonia Christodoulaki van de Universiteit Gent in België.

Met ‘drie-oudertechniek’ kunnen transmannen makkelijker kinderen krijgen

Door twee methoden van kunstmatige inseminatie te combineren, kunnen transgendermannen zwanger worden zonder gebruik van vrouwelijke geslachtshormonen.

Door twee methoden van kunstmatige inseminatie te combineren, kunnen transgendermannen zwanger worden zonder gebruik van vrouwelijke geslachtshormonen.

Shutterstock

Als je je een man voelt, kan het vervelend zijn om het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen te moeten innemen als vruchtbaarheidsbehandeling.

Oestrogeen vervrouwelijkt het lichaam namelijk in hormonaal opzicht, wat niet wenselijk is voor mensen die zich als man identificeren.

Maar een nieuwe combinatie van twee kunstmatige-inseminatiemethoden zou transmannen kunnen helpen zwanger te worden zonder dat ze hormoonsupplementen als oestrogeen hoeven innemen.

Transmannen hoeven geen vrouwelijk geslachtshormoon

De eerste stap in de vruchtbaarheidsbehandeling is het wegnemen van een deel van de eierstok van een transman en het laten rijpen van de eicellen in het lab.

Zo hoeven transmannen die een kind willen dat biologisch van hen is geen hormonen in te nemen, die vaak bestaan uit een oestrogeenkuur.

Dankzij oestrogenen rijpen de eicellen makkelijker in het lichaam. Maar door een deel van de eierstokken te verwijderen en de eicellen in het lab te laten rijpen, kan worden voorkomen dat het lichaam van de transman hormonaal vervrouwelijkt.

In een experiment nam Antonia Christodoulaki van de Universiteit Gent eicellen af uit eierstokken die geschonken waren door 14 transmannen tussen de 18 en 24 jaar die gemiddeld 26 maanden het mannelijk geslachtshormoon testosteron hadden gebruikt.

Als controlegroep onderzocht Antonia Christodoulaki eicellen van 14 cisvrouwen, ook genomen uit chirurgisch verwijderde eierstokken en gerijpt in het laboratorium.

Toen de eitjes rijp waren, werden ze bevrucht met sperma. Maar toen ze na vijf dagen in een baarmoeder ingebracht konden worden, was nog maar 2 procent van de bevruchte eitjes van de transmannen in leven, tegen 25 procent van de eitjes uit de eierstokken van de cisvrouwen.

Daarom onderzocht Antonia Christodoulaki waar in het proces de problemen ontstonden voor de eitjes van de transmannen.

Ze ontdekte dat de kern van het eitje met het DNA het goed deed, maar het cytoplasma – de massa in het eivlies behalve de kern – niet.

Overlevingskans van eitjes steeg van 2 tot 20 procent

Door de kern uit een eicel van een transman te halen en in te brengen in een eicel van een cisvrouw, steeg het succespercentage vijf dagen na de bevruchting van 2 naar 20 procent.

De twee procedures – het rijpen van eicellen uit een chirurgisch verwijderde eierstok en het inbrengen van een nieuwe kern uit een eicel in een andere eicel – zijn goed getest. Maar tot de eerste mensen die uit de behandeling geboren worden zonder schade zijn opgegroeid, raden deskundigen af om de behandeling in vruchtbaarheidsklinieken aan de brede bevolking aan te bieden.