Twee walvissoorten verwekken muildier van de zee

30 jaar lag er een mysterieuze schedel in een donkere kelder onder Kopenhagen. Nu hebben onderzoekers met DNA-tests de code van de eigenaar ervan gekraakt.

Mikkel Høegh Post/Natural History Museum of Denmark

Walvisjagers in Groenland vingen weleens witte dolfijnen met een bol voorhoofd. Ook vingen ze wel grijze, gevlekte narwals met een eenhoornachtige slagtand.

De doorgewinterde jagers wisten toen al dat narwals en witte dolfijnen zich verplaatsen aan de hand van de seizoenen en het komen en gaan van het ijs. Ze wisten dat de twee dolfijnsoorten 3 tot 5 meter lang worden en tussen de 800 en 1500 kilo wegen. En ze wisten precies waar ze op joegen: narwals en witte dolfijnen.

Maar op een dag in 1990 keken de jagers vreemd op toen ze drie dolfijnen in hun net hadden die ze nog nooit hadden gezien.

De dieren waren zo bijzonder dat een van de walvisjagers een schedel cadeau deed aan een onderzoeker van de universiteit van Kopenhagen. De wetenschappers vroegen zich af of het dier een kruising tussen twee soorten kon zijn, een zogeheten hybride. In die tijd waren ze echter nog niet ver genoeg met DNA-analyses van botten om de hypothese te kunnen testen.

Daardoor bleef het raadsel bijna 30 jaar onopgelost en raakte het in de vergetelheid. Maar nu is de herkomst van de dolfijn dan toch boven water gekomen.

Witte dolfijn, narwal en hybride

Witte dolfijn

De witte dolfijn heeft een gladde, witte huid en ongeveer 40 tanden, verdeeld over de boven- en onderkaak. Hij verblijft in de buurt van de kust en zwemt vaak aan de oppervlakte. Toch kan hij tot op 500 meter diep aan voedsel komen. De witte dolfijn wordt weleens ‘zeekanarie‘ genoemd omdat hij zo veel verschillende geluiden voortbrengt. De geluiden worden gevormd in de meloen van het dier – het bolle voorhoofd.

Narwal

De narwal heeft zwarte en bruine vlekken en grijze tinten. Hij heeft geen tanden, maar wel één of twee slagtanden die uit zijn bek steken en tot 2,5 meter lang kunnen worden. De narwal kan zijn voedsel vangen tot op 800 meter diepte.

Hybride

De hybride is in dit geval een mannetje, blijkt uit DNA-tests. Hij heeft een grotere kop dan de narwal of de witte dolfijn. De hybride zocht zijn voedsel voornamelijk op de bodem. Dat heeft mogelijk te maken met zijn naar buiten gerichte tanden, die afwijken van alles wat we kennen.

Vergeleken met 16 walvissen

Er is vrij weinig bekend over de paring van narwals en witte dolfijnen. Dat komt doordat de dieren vaak paren op grote diepte, onder grote ijsschotsen en gletsjers. Maar hier ligt wel de sleutel tot het geheim van de schedel.

We weten dat beide soorten hun jongen vrijwel tegelijkertijd en op dezelfde manier krijgen, zogen en grootbrengen.

Maar pas toen de onderzoekers van de universiteit van Kopenhagen het erfelijk materiaal – het genoom – van de 30 jaar oude walvisschedel onderzochten en het vergeleken met het DNA van acht narwals en acht witte dolfijnen die leven in de Groenlandse baai Qeqertarsuup tunua, werd er meer duidelijk.

De hybridehypothese uit de jaren 1990 hield steek. De schedel is van een dolfijn met een narwal als moeder en een witte dolfijn als vader. In het Engels wordt het dier narluga genoemd, een samentrekking van de Engelse aanduidingen beluga en narwhale.

Er is dus een kruising toegevoegd aan de evolutie- en geschiedenisboeken van het dierenrijk. En dat is opvallend als je bedenkt dat de twee soorten die met elkaar paarden, niet heel veel gemeen hebben.

De narwal leeft van scholenvissen, kreeftachtigen en inktvissen. Vaak krijgt alleen het mannetje de naar links gedraaide slagtand. Volgens schattingen van het WNF leven er wereldwijd ongeveer 80.000 narwals, waarvan 90 procent in de Baffinbaai tussen Canada en Groenland.

Mads Peter Heide Jørgensen/Natural History Museum of Denmark

De narwal kan 30 tot 40 jaar oud worden, als hij niet gespiest wordt bij een van de felle gevechten met rivaliserende mannetjes. De narwal verandert met de jaren van kleur. Als kalf is hij bruin en grijs. Dan wordt hij blauwzwart. En vlak voor hij sterft kan hij bijna helemaal wit zijn.

Mads Peter Heide Jørgensen/Natural History Museum of Denmark

De witte dolfijn eet heel gevarieerd: zalm, haring, garnalen, krabben en weekdieren staan op zijn menu. Wereldwijd komen er circa 150.000 witte dolfijnen voor. Het sociale dier is een zeenomade, die migreert naarmate het ijs zich uitbreidt of terugtrekt. Hij leeft bij riviermondingen in grote delen van de arctische vaarwateren.

Mads Peter Heide Jørgensen/Natural History Museum of Denmark

De witte dolfijn wordt 35 à 50 jaar oud. De grootste natuurlijke vijanden van de witte dolfijn zijn ijsberen en orka’s. Zijn marmerkleurige huid is echter een goede camouflage tussen de golvende ijsschotsen als hij boven water komt om adem te halen.

Mads Peter Heide Jørgensen/Natural History Museum of Denmark

Muildier van de zee

Zoals gezegd lijken de narwal en de witte dolfijn niet erg op elkaar. Maar door een biologische bril gezien zijn ze wel nauw verwant.

De narwal en de witte dolfijn horen namelijk allebei – als enige nog levende soorten – tot de familie van grondeldolfijnen.

De inmiddels minder mysterieuze schedel bevindt zich nu in het natuurhistorisch museum in Kopenhagen. Volgens de onderzoekers is het het enige gedocumenteerde bewijs dat de witte dolfijn en de narwal met elkaar paren.

Ze zijn er echter van overtuigd dat zich meer exemplaren onder het zeeoppervlak moeten bevinden die het daglicht nog niet hebben gezien.

Lees ook:

Zeedieren

Aseksuele dieren krijgen nageslacht met zichzelf

3 minuten
Walvissen

Witte dolfijn met tuigje is mogelijk Russisch geheim wapen

3 minuten
Haaien in de Noordzee, haringhaai
Haaien

Haaien jagen ook in de Noordzee

8 minuten

Log in

Fout: Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
ToonVerberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!