Tegning af havvæsenet Typhloesus

Na 50 jaar is raadsel van ‘alien goudvis’ eindelijk opgelost

Een mysterieus visachtig fossiel maakt het wetenschappers al 50 jaar lastig. Maar nu heeft de ‘alien goudvis’ een plek gekregen in de evolutionaire stamboom.

Een mysterieus visachtig fossiel maakt het wetenschappers al 50 jaar lastig. Maar nu heeft de ‘alien goudvis’ een plek gekregen in de evolutionaire stamboom.

Wikimedia Commons

50 jaar lang kon niemand erachter komen waar het zeewezen Typhloesus in de evolutionaire stamboom thuishoort.

Het kleine fossiel van slechts enkele centimeters bezorgde wetenschappers zo veel problemen dat ze het dier ‘alien goudvis’ noemden, omdat het niet in een dierengeslacht op aarde leek te passen.

Maar nu suggereren nieuwe bevindingen dat de vreemde goudvis in feite een soort slakachtig weekdier is.

Staartvin en darm vol vis verwarren wetenschappers

In 1973 werden er voor het eerst fossielen van Typhloesus ontdekt. De overblijfselen zijn een paar centimeter lang en hebben duidelijk een staartvin.

Onderzoekers identificeerden ook al snel een darm, die de resten van kleine vissen bleek te bevatten.

Decennialang hebben die kenmerken wetenschappers bevreemd, omdat ze zouden kunnen wijzen op een voorouder van wormen, palingen of iets anders wat we niet kennen.

De Typhloesus-fossielen zijn gevonden in sedimenten van circa 330 miljoen jaar oud. Onlangs zijn er nieuwe Typhloesus-fossielen opgegraven bij de Bear Gulch Limestone in Montana, VS.

En in die nieuwe fossielen is iets gevonden wat het mysterie van de ongrijpbare Typhloesus lijkt te hebben opgelost.

Vreemde tong onthult weekdier

Een tong met spitse tanden, die het dier uit zijn bek kon schieten en weer kon intrekken, maakt namelijk duidelijk dat Typhloesus de vroegste versie is van de weekdieren die we nu nog kennen.

Hoewel de tong doet denken aan de buitenaardse wezens in de film Alien van Ridley Scott, laat hij juist zien waar de ‘alien goudvis’ op aarde thuishoort.

De rasptong of radula, zoals hij ook wel wordt genoemd, is namelijk een bepalend kenmerk van de weekdieren of mollusken. Alle weekdieren hebben een radula.

Twee paleontologen, Jean-Bernard Caron van het Royal Ontario Museum in Toronto en Simon Conway Morris van de universiteit van Cambridge, hebben het raadsel van Typhloesus opgelost.

Door een krachtige microscoop zagen ze een reeks vlijmscherpe tanden in het spijsverteringskanaal van Typhloesus. De rasptong – en de verwantschap van Typhloesus – was waarschijnlijk aan de aandacht ontsnapt, doordat hij in de keel zit en makkelijk kan worden verward met een spiergroep.

100 miljoen jaar tot de volgende slakkenvoorouder

Het is nog steeds moeilijk te achterhalen hoe Typhloesus er precies uitzag en zich gedroeg.

Doorzichtig weekdier Pterotrachea coronata

Pterotrachea coronata is een zeeslak die mogelijk afstamt van Typhloesus. Dit mysterieuze oerwezen had net als Pterotrachea coronata een staartvin en een rasptong of radula, die hij gebruikte bij het jagen op prooien.

© Kostas Aristeidou

De goed ontwikkelde staartvin suggereert dat het dier tot op zekere hoogte kon zwemmen – en niet alleen over de zeebodem kon kruipen zoals veel moderne weekdieren.

Typhloesus leek mogelijk op de Pterotrachea. Dit is een geleiachtige, transparante zeeslak met een staartvin en een radula, waarmee hij andere kleine dieren vangt en doodt in het plankton in de tropische zeeën waar hij leeft. Typhloesus had echter geen ogen, zoals zijn vermoede afstammeling.

Het is nog niet bekend of Typhloesus en Pterotrachea – of andere zeeslakken – echt verwant zijn, omdat er een gat van 100 miljoen jaar zit tussen Typhloesus en het volgende twijgje aan de evolutionaire tak van de zeeslakken.

Toch is het volgens de onderzoekers essentieel om iets te weten over mysterieuze oerwezens zoals Typhloesus.

‘De wendingen die het leven kan nemen zijn zichtbaar in deze vreemde fossielen,’ zegt Caron in The New York Times. ‘Ze zijn raadselachtig, maar ze onthullen veel belangrijke informatie over de evolutie.’