Hoe vinden zeezoogdieren de weg?

Ik vraag me af hoe zeehonden en walvissen elk jaar weer dezelfde plek terugvinden waar ze zich voortplanten en paren.

Ik vraag me af hoe zeehonden en walvissen elk jaar weer dezelfde plek terugvinden waar ze zich voortplanten en paren.

Shutterstock

Zeezoogdieren kunnen trajecten van duizenden kilometers afleggen over de oceaan. Dat doen ze om zich voort te planten of om gebieden te zoeken waar op een bepaalde tijd van het jaar genoeg voedsel is.

De extreem lange reizen op open zee stellen hoge eisen aan het vermogen van de dieren om zich te oriënteren en te navigeren.

Biologen weten niet precies hoe ze dit doen, maar er zijn een paar theorieën.

Zo navigeren zeezoogdieren boven en onder water:

/ 6

Navigeren op het aardmagnetisch veld

Zeezoogdieren hebben mogelijk een magnetisch zintuig, waarmee ze het aardmagnetisch veld registreren. Zo hebben biologen bultruggen geobserveerd die van Hawaï naar Alaska zwommen via een route die slechts één graad afweek van het magnetische noorden.

Rivierwater proeven

Waarschijnlijk kunnen zeezoogdieren verschillen proeven in het zoutgehalte van het water. Onderzoekers denken dat de dieren het zoete water dat uit grote rivieren komt, registreren en dit gebruiken als herkenningsteken bij de navigatie.

Meedrijven met zeestromen

De wereldwijde zeestromen kunnen voor sommige zeezoogdieren een spoor zijn, in de zin dat ze mogelijk hebben geleerd om een bepaalde stroom een tijdlang in een bepaalde richting te volgen.

Bergen als wegwijzers

Zeehonden en walvissen kijken vaak boven het wateroppervlak uit. Daardoor kunnen ze visuele tekenen op het land, zoals bergtoppen, gebruiken op het gedeelte van de route dat langs de kust gaat.

De zon in het oog houden

Zeezoogdieren gebruiken ook hemellichamen om de weg te vinden. Ze zouden bijvoorbeeld de eenvoudige regel kunnen hanteren dat de zon altijd links van hen opkomt als ze naar de voortplantingslocatie zwemmen en rechts van hen als ze teruggaan naar het voedselgebied.

Sterren wijzen de weg

Uit diverse onderzoeken blijkt dat zeehonden navigeren op de sterren. Biologen denken dat walvissen dit ook kunnen.

© Claus Lunau

Om op de plek van bestemming te komen moet een zeehond of walvis weten waar hij op een bepaald moment is (oriëntatie) en in welke richting hij moet gaan (navigatie).

Voor beide doeleinden hebben de intelligente, alerte dieren tekenen of ijkpunten van buiten nodig.

Zo vermoeden biologen dat walvissen en zeehonden kunnen proeven dat bij een riviermonding het water minder zout is, bergen of andere landschappelijke kenmerken gebruiken als referentiepunten of zich net als trekvogels oriënteren op het magnetisch veld van de aarde.