5 ideeën over spinnen

De nazomer is het seizoen voor paringsrijpe spinnen, die massaal uit hun holletje komen. Wij bereiden je voor op de invasie met 5 hardnekkige ideeën over het miskende dier.

De nazomer is het seizoen voor paringsrijpe spinnen, die massaal uit hun holletje komen. Wij bereiden je voor op de invasie met 5 hardnekkige ideeën over het miskende dier.

shutterstock

Mythe 1: ‘Spinnen kunnen overleven in de stofzuigerzak’

De stofzuiger is een snelle oplossing voor de wriemelende gast in de hoek van het plafond, maar de spin kan de turbulente rit door de stofzuiger best overleven en er even later weer uit komen kruipen.

Om te beginnen moet de geleedpotige bestand zijn tegen de lage druk die de stofzuiger creëert om vuil door de slang te zuigen. En dat is ie.

NASA heeft meermaals spinnen op een geslaagde expeditie gestuurd door de atmosfeer van de aarde met zijn lage druk. In 2011 wisten twee zogeheten reuzenwielspinnen zich tijdens een 45-daagse ruimte-expeditie zo goed te redden dat ze een web gingen weven.

© NASA

Door de vlucht in de stofzuigerslang kunnen spinnen poten verliezen, maar ook daar weten ze raad op. Dankzij een speciaal genezingsproces, autotomie geheten, kan de spin nieuwe poten laten groeien op de plek waar hij ze is kwijtgeraakt.

De spin stoot een poot af door de bloedtoevoer af te sluiten met speciale spieren. Wanneer de poot is afgestorven en eraf is gevallen, wacht het dier gewoon tot zijn volgende vervelling. In tegenstelling tot mensen draagt de spin zijn skelet op zijn lichaam, waardoor hij als hij groeit zijn hele skelet moet afwerpen om een nieuw exemplaar te kunnen vormen.

Overleeft de spin de rit naar de stofzuigerzak, dan vertraagt hij zijn stofwisseling en kan hij 200 dagen zonder voedsel.

De mythe over de stofzuigerzak is: DEELS WAAR

Lees hier ook alles over spinnen in Nederland en België

Mythe 2: ‘Alle spinnen weven een web’

De spin staat bekend om zijn web, maar sommige soorten gebruiken heel andere methoden om hun prooi te vangen.

Niet alle spinnen weven ingewikkelde webben om hun prooi te vangen. Een voorbeeld is de springspin die op meer dan 6 kilometer hoogte tussen de bergtoppen van de Himalaya woont.

De springspin werpt zich op zijn beoogde prooi.

© Shutterstock

Wanneer insecten door de wind worden meegevoerd en langs de berg omhoog zweven, schiet de spin vanaf de bergwand weg om ze uit de lucht te vangen – slechts gezekerd door een dun draadje.

De gewaagde sprong kan wel 50 keer de lichaamslengte van de spin bedragen. Een ander voorbeeld is de wolfsspin, die geen vangnet weeft maar zijn prooi op de bosbodem achternazit.

Dankzij een aantal klieren kan een spin wel zeven verschillende dunne draden spinnen, elk met zijn eigen doel.

Sådan spinder edderkoppen sit spind
© Oliver Larsen

Tubiliformklier:

Levert zeer stevige draden waarmee de cocon wordt ingepakt.

Sådan spinder edderkoppen sit spind
© Oliver Larsen

Flagelliformklier:

Vormt de meest elastische, binnenste draad om de prooi mee te vangen.

Sådan spinder edderkoppen sit spind
© Oliver Larsen

Aggregaatklier:

Vormt een zeer kleverige draad, die de prooi vasthoudt in het web.

Sådan spinder edderkoppen sit spind
© Oliver Larsen

Kleine ampulklier:

Vormt een stevig spinsel voor de loopdraden in het web.

Sådan spinder edderkoppen sit spind
© Oliver Larsen

Grote ampulklier:

Vormt een zekeringslijn, waarmee de spin zich kan laten vieren.

Sådan spinder edderkoppen sit spind
© Oliver Larsen

Pyriform-klier:

Vormt de draden die het spinnenweb op zijn plek vasthoudt.

Sådan spinder edderkoppen sit spind
© Oliver Larsen

Aciniform- klier:

Vormt draad om de prooi in te kunnen pakken als een lunchpakketje.

De mythe over spinnenwebben is: NIET WAAR

Mythe 3: ‘Spinnen zijn agressief’

Afgerukte geslachtsorganen, lange gifhaken en dodelijke liefdesbeten – dankzij hun bizarre paringsdaad en hun kannibalistische neigingen hebben spinnen de reputatie kille, agressieve wezens te zijn.

Maar recente onderzoeken hebben ook voorbeelden gevonden van precies het tegenovergestelde.

Amerikaanse wetenschappers van de Cornell University in New York hebben bijvoorbeeld twee soorten zweepspinnen bestudeerd, die maar zes in plaats van acht poten hebben.

Bepaalde spinnensoorten leven in grote families en helpen elkaar met voedsel vangen.

© Virginia Settepani/Spiderlab Aarhus Uni

De laatste twee poten zijn ontwikkeld tot een soort voelsprieten, die de spinachtigen ook kunnen gebruiken om elkaar te strelen en om hun liefde mee te tonen.

Andere wetenschappers hebben ontdekt dat een bepaalde spinnensoort in de familie van de koepelspinnen complexe familierelaties kent met soms wel 100 leden in één nest. Ze helpen elkaar met voedsel vangen en jongen opvoeden.

De mythe over agressie is: DEELS WAAR

Mythe 4: ‘Je eet wel acht spinnen per jaar’

Slaapgeluiden en bewegingen schrikken spinnen meestal af.

© Shutterstock

‘Terwijl je argeloos in dromenland verblijft, kruipen spinnen en ander ongedierte in je mond.’

Of niet?

Een van de meest hardnekkige ideeën over spinnen is dat je er minstens acht per jaar doorslikt.

Waar de mythe vandaan komt is niet bekend. Maar waarschijnlijk is het niet. Spinnen zitten meestal in hun web of in gebieden waar ze in alle rust op hun prooi kunnen jagen.

Bovendien is het verschil in grootte tussen mensen en spinnen zo enorm dat we voor hen slechts deel van het landschap uitmaken, en daarom zoeken ze ons niet actief op.

Mocht een spin verdwalen en per ongeluk toch in een slapende persoon belanden, dan is hij nog lang niet doorgeslikt.

Slaapgeluiden, gesnurk en bewegingen zouden de achtpoter waarschijnlijk tijdig afschrikken, en van het gekriebel in hun gezicht worden de meeste mensen wel wakker. Dat alles in aanmerking genomen is het risico dat je een spin doorslikt, eigenlijk verwaarloosbaar.

De mythe is: NIET WAAR

Mythe 5: ‘Spinrag is sterk als staal’

Staal en kevlar zijn sterker dan spinrag. Maar door de combinatie can elasticiteit en kracht is spinrag moeilijk te evenaren.

Uit spinklieren in het achterwerk van de spin komen de draden die samen het sterke spinrag vormen.

© Stephen Dalton/NaturePL

Ondanks het fijne uiterlijk is spinrag enorm sterk, maar niet sterker dan materialen als staal en kevlar. Spinrag heeft een treksterkte van 1 gigapascal – tegen respectievelijk 1,6 en 3,6 gigapascal voor staal en kevlar.

Aan de andere kant is spinrag veel elastischer, en dat is een van de redenen waarom wetenschappers over de hele wereld proberen om de sterke vezeldraden in het laboratorium na te maken.

Als ze daarin slagen, hopen ze kunstspinrag toe te kunnen passen in van alles en nog wat, van bumpers tot kogelvrije vesten, omdat juist de combinatie van elasticiteit en kracht het materiaal zo geschikt maakt om energie te absorberen en objecten te vertragen.

De onderzoekers hopen ook dat kunstrag in de toekomst kan worden gebruikt als een groener en beter afbreekbaar alternatief voor plastic op oliebasis.

© Oliver Larsen

Elastisch en sterk

De eiwitten in de vezels van het rag zien eruit als spiralen en plaatjes. En dat verklaart deels waarom spinrag zo sterk en elastisch is: de spiralen zorgen ervoor dat de vezels kunnen worden uitgetrokken en de plaatjes behouden de sterkte in zowel ontspannen als uitgerekte toestand.

De mythe over supersterk spinrag is: DEELS WAAR