Kryptoniet van het beerdiertje is gevonden: slakkenslijm

De piepkleine beerdiertjes kunnen vrijwel overal tegen – maar blijkbaar niet tegen slakkenslijm, blijkt nu. Wel kunnen ze met slakken meeliften naar nieuwe, ideale leefgebieden.

De piepkleine beerdiertjes kunnen vrijwel overal tegen – maar blijkbaar niet tegen slakkenslijm, blijkt nu. Wel kunnen ze met slakken meeliften naar nieuwe, ideale leefgebieden.

Shutterstock / 3Dstock

De piepkleine diertjes kunnen tot 1,5 millimeter lang worden en jaren zonder water overleven, en ze staan bekend als de meest taaie wezens op aarde.

Bovendien kan het beerdiertje overleven bij -272 tot +151 °C, bij een druk die 6000 maal groter is dan op het land en bij een radioactieve straling die 1000 maal krachtiger is dan wat mensen kunnen verdragen.

Deze supergaven komen voort uit het feit dat beerdiertjes in een extreme winterslaap kunnen gaan die anhydrobiose heet, een vorm van cryptobiose waarin de levensprocessen tot stilstand komen.

Bij anhydrobiose drogen ze op tot een soort levende doden. Daarom kunnen ze zowel in de ruimte als in de diepzee overleven.

Maar nu hebben onderzoekers van de Adam Mickiewicz-universiteit in Polen de zwakke plek van het piepkleine superdiertje gevonden in slakkenslijm.

Slijm bedriegt de winterslaap

De onderzoekers plaatsten beerdiertjes van de soort Milnesium inceptum in petrischaaltjes. Daar droogden ze uit en raakten ze in hun sluimertoestand.

Na zeven dagen voegden de twee onderzoekers duinslakken (Cepaea nemoralis) toe.

De slakken trokken een minuut lang een slijmspoor, ook over de beerdiertjes heen, waarna ze weer weggehaald werden.

Beerdiertje gevangen in opgedroogd slakkenslijm. In het experiment was 61 procent van de beerdiertjes na 24 uur gestorven door het slijm.

© Zofia Książkiewicz & Milena Roszkowska

Daarna kregen de beerdiertjes weer water om wakker te worden. De onderzoekers controleerden na drie uur en een etmaal of er tekenen van leven waren.

Van de beerdiertjes in de controlegroep, die niet aan slakkenslijm waren blootgesteld, overleefde 98 procent, maar dat was slechts 34 procent bij de beslijmde beerdiertjes.

Slakkenslijm bestaat grotendeels uit water, maar het droogt snel. De onderzoekers denken dat de beerdiertjes werden gewekt door het water uit het slakkenslijm, maar niet snel genoeg weer in hun sluimerstand belandden terwijl het slijm opdroogde.

Dodelijk slijm

30 minuten na blootstelling

ACTIEF: 13%

LEVENLOOS: 74%

DOOD: 11%

Na 3 uur in water

ACTIEF: 31%

LEVENLOOS: 34%

DOOD: 35%

Na 24 uur in water

ACTIEF: 34%

LEVENLOOS: 5%

DOOD: 61%

Daarom zagen de onderzoekers ook dat de beerdiertjes verstijfd waren in een paar ’vreemde houdingen.’

Gastheren zijn veilig vervoermiddel

In hetzelfde experiment testten de onderzoekers ook of beerdiertjes de slakken als vervoermiddel konden gebruiken om nieuwe leefgebieden te bereiken.

Hoewel beerdiertjes acht poten met vier tot acht klauwen aan elke poot hebben, kunnen de piepkleine wezentjes geen lange afstanden afleggen.

Ze zijn van de stam Tardigrada, van het Latijnse tardigradum, wat iets als ’langzaam bewegend’ betekent.

Voor het experiment werd de wijdverspreide duinslak gebruikt. Hij leeft in vochtige gebieden in grote delen van Europa.

© Zofia Książkiewicz & Milena Roszkowska

Vaak worden beerdiertjes over lange afstanden meegevoerd door water of wind – soms wel 1000 kilometer.

Het nadeel is dat de beerdiertjes het risico lopen te belanden in gebieden die minder bewoonbaar voor ze kunnen zijn als ze actief zijn. Daarom kunnen ze beter meeliften met gastheerdieren.

Levensbedreigende lift

Duinslakken zijn voor de hand liggende gastheren, want ze leven in de soorten vochtige ecosystemen waarin ook beerdiertjes gedijen. Bovendien is het slakkenhuis iets meer dan 22 millimeter in doorsnee – een perfecte maat voor beerdiertjes.

De onderzoekers stuurden slakken door waterdruppels en stukjes mos met beerdiertjes om te zien hoeveel er op het slakkenhuis zouden springen.

Actieve beerdiertjes bleken zich goed aan het lichaam van de slakken vast te kunnen klampen om een eindje mee te liften. Bij sommige experimenten hadden de onderzoekers barrières opgeworpen, en alleen de beerdiertjes die door een slak gedragen werden kwamen daar overheen.

De onderzoekers willen nu nagaan of beerdiertjes in het wild ook door slakken vervoerd worden. De reis zou echter fataal kunnen aflopen als de piepkleine diertjes vast komen te zitten in het slakkenslijm.