Mammuth

Verandering van klimaat werd mammoet fataal

Mammoet-DNA uit permafrost in Alaska pleit ons vrij van uitroeiing van de reuzen.

26 april 2010

De wolharige mammoet graasde veel langer op de vlakten van Noord-Amerika dan we dachten. Dat blijkt uit moleculen van erfelijk materiaal (DNA) die in de permafrost van Alaska zijn gevonden. Het is nieuwe munitie in de ruim 100 jaar oude strijd over de vraag waarom grote dieren zoals de mammoet aan het eind van de ijstijd uitstierven.

In vrij korte tijd verdween circa een derde van alle grote zoogdieren in Noord- en Zuid-Amerika, waaronder de sabeltandkat, de reuzenluiaard en de wolharige neushoorn. Tot nu toe dachten we dat de mens de grote schuldige was.

De vroegste sporen van mensen in Noord-Amerika (de Cloviscultuur) zijn circa 14.000 jaar oud, en slechts 1000 jaar later is er al geen mammoetbot meer te vinden. Dus het lijkt alsof we de mammoet voorgoed massaal de dood in hebben gejaagd.

Moderne DNA-methoden zijn echter niet afhankelijk van botten of tanden. DNA kan ook in urine en uitwerpselen zitten, en daarin heeft een onderzoeksteam onder leiding van professor Eske Willerslev van de universiteit van Kopenhagen gezocht. In monsters van de permanent bevroren grond – permafrost – in Alaska zat mammoet-DNA, waaruit blijkt dat de dieren zeker 2600 jaar langer bestonden dan gedacht. Daarmee is de hypothese dat hij uitstierf door toedoen van jagers ontkracht.

Dan moet het de klimaatverandering zijn geweest. Mammoeten waren kennelijk niet in staat zich in te stellen op het andere weer dat het einde van de ijstijd met zich meebracht.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: