Inca’s waren chirurgen

Schedeloperaties wijdverbreid in Zuid-Amerika, blijkt uit studies

1 september 2009

Duizend jaar geleden al boorden Inca’s in Zuid-Amerika gaten in de schedels om de druk van een bloedop-stuwing te verlichten. 

Archeologen van de Southern Connecticut State University en de Tulane University in New Orleans onderzochten 411 schedels van begraafplaatsen bij Cuzco in Peru en troffen verrassend veel schedels aan met meer dan een gat. 

De onderzochte schedels zijn behandeld in de periode van 1000 tot 1400 n.Chr. en de techniek is in die tijd aanzienlijk verbeterd. 

De oudste schedels vertonen geen tekenen van genezing: vermoedelijk stierf de patiënt bij de ingreep. 

Desalniettemin ondergingen veel mensen de operatie. 

Van de 411 onderzochte schedels bevatten er 66 gaten. 

In sommige zitten er meerdere, en in een van de schedels zijn er zelfs zeven gevonden. 

Rond het jaar 1400 kwamen er minder ontstekingen in de wond voor en steeg de kans om te overleven naar zo’n 90%. 

Planten met balsem en saponine konden de infectie voorkomen. 

De Inca’s kenden bovendien het verdovende en rustgevende effect van coca en wilde tabak. 

Ook werd de patiënt voor de ingreep dronken gevoerd met maïsbier. De chirurgen vermeden de plekken op de schedel met de meeste risico’s en leerden ook het bot weg te snijden in plaats van te boren. 

De patiënten waren waarschijnlijk krijgers. 

Het gat bevond zich vaak in het midden van de schedel of links, waar een rechtshandige tegenstander hem raakte.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: