© IvanC7, Shutterstock

Zuurstof en evolutie gaan hand in hand

W at heeft de evolutionaire reuzensprongen mogelijk gemaakt, van het begin van alle leven op aarde – 3,8 miljard jaar geleden – tot en met nu?

1 september 2009 door Rolf Haugaard Nielsen

Verwoestende inslagen van asteroïden, vulkaanuitbarstingen en hevige klimaatschommelingen beïnvloedden de ontwikkeling van het leven, maar nu laat imposant paleontologisch speurwerk zien dat een onbeduidender factor – het kleine, maar levengevende molecuul O2 – de hoofdrol speelde.

In de kindertijd van de aarde, 4,5 miljard jaar geleden, zat er geen zuurstof in de zee of in de lucht. Maar zo’n twee miljard jaar later brachten fotosynthetische cyanobacteriën zuurstof in de atmosfeer, en kort daarop ontstonden onze directe voorouders: de meercellige algen. 

Vervolgens stagneerde de evolutie; tot een half miljard jaar geleden, want toen werden de oceanen voor het eerst tot op de bodem van zuurstof voorzien. Er ontstonden grote, complexe dieren. 

En door de zuurstof kon het dierenleven zich een paar miljoen jaar later ontwikkelen tot er een overvloed aan geavanceerde soorten was. Sindsdien gaan zuurstof en de evolutie hand in hand. 

Alle huidige hogere levensvormen hebben hun bestaan te danken aan het zuurstofmolecuul en de oerbacteriën.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: