X-prize racercars

Autorace naar de toekomst

Over een paar jaar rijden we in een auto die bijna niet vervuilt, muisstil is en die we één keer per week volgooien. Dat blijkt uit de laatste editie van de X Prize. De auto van de jaren 2010 is gestroomlijnd, licht en rijdt op alcohol en stroom.

10 maart 2011 door Henrik Bendix

De gezinsauto van de toekomst ziet er gaaf uit. Compact, gestroomlijnd en met wielen ver uit het midden. De auto is gemaakt van lichtgewichtmaterialen en weegt nog geen 400 kilo. De futuristische wagen rijdt op ethanol, beter bekend als alcohol, dat uit CO2-neutrale biomassa gehaald wordt. En het belangrijkste: hij rijdt zeker 43 kilometer op een hoeveelheid biobrandstof vergelijkbaar met 1 liter benzine.

The Very Light Car van het bedrijf Edison2 is de allerbeste opvolger van de vervuilende auto’s waar we nu in rondrijden. Hij is al klaar om het verkeer in te gaan. The Very Light Car is niet zomaar een willekeurige toekomstvisie die alleen te zien is op autotentoonstellingen en dan meteen in het vergeetboek raakt. De auto is klaar voor productie en voldoet aan de hoge eisen van veiligheid en comfort.

Daarom heeft The Very Light Car ook de eerste prijs van 5 miljoen dollar gewonnen in de race die onlangs gehouden werd door een organisatie met de naam X Prize. De mensen van die organisatie proberen allerlei technologische doorbraken mogelijk te maken die ten goede komen aan de mensheid, en nu is de auto dus aan de beurt.

Extreme auto’s moeten klaar zijn voor de markt

De volledige naam van de race is The Progressive Automotive X Prize, want de hoofdsponsor is de Amerikaanse verzekeringsgigant Progressive. De race wil een geheel nieuwe generatie van supereffectieve rijtuigen inspireren, die ons minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen en die de uitstoot van broeikasgassen terugdringen. De organisatoren stelden een aantal harde eisen aan de deelnemers. Het ging er namelijk niet alleen om een technische wonderauto te creëren, die heel ver komt op een druppel brandstof of een kleine hoeveelheid stroom.

De ambities waren groter dan dat. De auto’s moesten ook in de handel kunnen komen. Ze zouden geschikt moeten zijn om de gewone weg op te gaan. Ze moesten veilig zijn, ze mochten nauwelijks vervuilen en ze moesten voor een redelijke prijs in massaproductie genomen kunnen worden. De deelnemers moesten bovendien een bedrijfsplan presenteren, waarin ze aannemelijk moesten maken dat ze vanaf 2014 minstens 10.000 voertuigen per jaar konden vervaardigen en verkopen. De belangrijkste eis was echter dat de voertuigen minstens 100 mijl konden rijden op de hoeveelheid energie van een gallon benzine. Dat komt overeen met 42,5 kilometer op een liter – ongeveer twee keer zo veel als de zuinigste gewone auto’s van nu. Alleen lichte hybrides komen daarbij in de buurt.

Slechts één auto voldeed aan alle eisen

Begin 2009 hadden 111 teams uit 11 landen zich voor de race aangemeld. De personenauto van de toekomst nam vele vormen aan, en veel teams hadden bestaande auto’s, zoals de Toyota Prius, aangepast. Na de eerste afvalronde in april 2010 waren er 22 teams met 27 rijtuigen over. In de volgende race, eind juni, vielen er nog meer af, en 12 teams deden mee aan de finale in september. De eerste prijs van 5 miljoen dollar ging naar de enige gezinsauto die aan alle eisen voldeed.

The Very Light Car met plek voor vier personen en bagage bewees dat hij de vereiste 322 kilometer (200 mijl) gemengd stads- en snelwegverkeer na één keer tanken makkelijk haalde – bij 1 : 42,5. Maar er waren ook geldprijzen voor twee andere teams, want de scheidsrechters zochten niet alleen naar de beste gezinsauto maar ook naar het beste alternatieve voertuig: een kleine tweepersoonsstadsauto (of -pendelauto) voor de korte ritten tot 161 kilometer. Het moest wel gaan om ‘echte’ auto’s met een gesloten cabine, plek voor twee volwassen mannen, lampen, claxon, ruitenwissers en wat er verder nog bij een auto hoort.

Twee elektrische auto's nummer 2

Net als de gezinsauto’s moesten ze goed optrekken en met meer dan 100 km/h heuvelop kunnen rijden. Dus geen zeepkistwagens met zonnepanelen op het dak. Twee elektrische tweepersoonsauto’s wonnen elk 2,5 miljoen dollar. In de bijzondere, vierwielige Wave II van Li-ion Motors kunnen twee personen naast elkaar zitten; in de andere winnaar, de verkapte motor E-Tracer 7009 van X-Tracer Team Switzerland, zitten twee personen achter elkaar.

De twee elektrische auto’s komen stukken verder dan 42,5 kilometer op de hoeveelheid energie van 1 liter benzine. Je kunt je afvragen waarom de hoofdprijs van 5 miljoen dollar niet ook naar een elektrische auto is gegaan, maar dat heeft te maken met het feit dat er grenzen zijn aan de hoeveelheid zware accu’s die zo’n auto kwijt kan. Een elektrische auto kan ook maar een beperkte afstand rijden op één keer opladen; dat is zijn achilleshiel.

De elektrische auto heeft de toekomst

Niet één elektrische vierpersoonsauto voldeed aan de eis van X Prize om meer dan 322 kilometer te rijden in combinatie met de eis om in minder dan 15 seconden op te trekken van 0 tot 97 km/h. De elektrische auto’s met plek voor het hele gezin waren gewoon te zwaar om zo ver te komen – al kwam één auto in de buurt van de eis.

De supereffectieve verbrandingsmotor haalde de prijs binnen voor de ultralichte, aerodynamische The Very Light Car, maar dat neemt niet weg dat de elektrische auto de toekomst heeft. Tijdens de race is wel gebleken dat elektrische auto’s op de meeste gebieden uitstekend presteren, maar ook dat de accu’s een hogere energiedichtheid en een lager gewicht moeten krijgen, zodat de stroom niet voortijdig op is.

We hebben dus al een prima auto voor de toekomst. Straks rijden we twee keer zo lang op een liter dan we nu doen. De vraag is alleen of we bereid zijn om te accepteren dat een auto er heel anders uit kan zien – van binnen en van buiten.

Thema

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: