Hoe werkt een elektronenmicroscoop?

1 september 2009

Met een optische microscoop bekijk je een object bij zichtbaar licht, met een golflengte tussen 400 en 700 nanometer. Objecten mogen dus niet te klein zijn, anders zie je ze niet. Het licht wordt namelijk gespreid als het door het gaatje in de microscoop gaat – een fenomeen dat diffractie heet. Dat betekent dat de kleinste structuur die je nog met een lichtmicroscoop kunt zien, circa half zo groot is als de golflengte van zichtbaar licht: rond de 200 nanometer. In elektronenmicroscopen is de lichtstraal vervangen door een straal elektronen. Hun golflengte is ongelofelijk klein, waardoor de resolutie wel tot 0,07 nanometer kan oplopen. Daardoor kun je een object een paar miljoen keer vergroten, terwijl een lichtmicroscoop maar zo’n 1000 keer haalt. De lenzen in een traditionele microscoop zijn van glas; en in een elektronenmicroscoop zijn het magnetische spoelen, die de bundel elektronen heel sterk concentreren en afbuigen voor deze het object raakt.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: