Kan DNA-test fout uitpakken?

Als de politie DNA van een misdadiger vindt die een bloedtransfusie heeft ondergaan, kan een DNA-test dan de verkeerde als dader aanwijzen?

1 september 2009

Als een moordenaar bloedsporen op de plaats delict achterlaat, kan de politie een DNA-test laten doen. En als het DNA van de moordenaar geregistreerd is, kan hij getraceerd worden. De politie kan echter niet op het verkeerde been gezet worden doordat de moordenaar vooraf een bloedtransfusie of orgaantransplantatie heeft ondergaan. Het zal niet veel uitmaken voor het opsporen van de schuldige. Forensisch genetici gebruiken voor een DNA-test het DNA van de witte bloedlichaampjes. Als een dader de genetici overuren wil bezorgen, moet hij zich haasten, want al een paar uur – een etmaal hooguit – na een bloedtransfusie zijn de witte bloedlichaampjes van de donor afgebroken, en heeft de misdadiger alleen nog zijn eigen bloedlichaampjes. Als de dader een moord pleegt voordat de vreemde bloedlichaampjes afgebroken zijn, resulteert dat in een mengeling van twee DNA-profielen, maar omdat hij na een bloedtransfusie nog steeds vooral zijn eigen bloed in zijn lijf heeft, zal zijn eigen DNA-profiel duidelijker te zien zijn. Dat nekt hem. Als de moordenaar toevallig een levertransplantatie achter de rug heeft, is daar weinig van te merken; levercellen mengen zich niet met het bloed. Forensisch genetici kunnen wel om de tuin geleid worden als de dader een beenmergtransplantatie heeft gehad. In een heel enkel geval kan het vreemde beenmerg de productie van nieuwe witte bloedlichaampjes namelijk geheel overnemen, dus dan zal de DNA-test een ander als dader aanwijzen. Als deze persoon in een DNA-register te vinden is, moet hij maar hopen dat hij een goed alibi heeft. Maar in het criminele milieu kijkt men wel uit voor dit soort praktijken. Een beenmergtransplantatie is een riskante aangelegenheid en kan ernstige bijwerkingen hebben.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: