1. Vlinders behoren tot een insectensoort met wereldwijd zeker 20.000 soorten en hebben een groot verspreidingsgebied. De wetenschappelijke naam van de vlinder is Lepidoptera, wat van het Grieks afstamt. Wat betekent het?
a. Schubvleugeligen – de naam verwijst naar de piepkleine gekleurde schubben die alle vlinders op hun vleugels hebben.
b. Regenboogdieren – de naam verwijst naar de heldere kleuren die je bij veel dagvlinders aantreft.
c. Zomervlinders – de naam verwijst naar het feit dat je voornamelijk vlinders in de zomer ziet.
2. Veel vlinders, in het bijzonder in de tropen, hebben bonte kleuren. Hierdoor zijn ze voor insecten van dezelfde soort herkenbaar. Maar bij sommige soorten hebben ze ook een hele andere functie – welke?
a. Ze waarschuwen vogels en andere insecteneters dat vlinders giftig of niet lekker zijn, en het de moeite niet waard is om ze te eten.
b. Ze weerkaatsen het licht op een manier dat ze onzichtbaar zijn voor vogels.
c. Ze vertellen andere insecten dat vlinders klaar zijn om te gaan paren. Hoe bonter de kleuren, des te meer zin om te paren.
3. Mimicry is een verschijnsel dat vaak bij vlinders voorkomt. Wat houdt dit in?
a. Het betekent dat vlinders krakende geluiden kunnen maken die de vijand afschrikt.
b. Het betekent onder meer dat een ongevaarlijke vlinder het uiterlijk van een giftige vlinder nabootst zodat zijn vijanden hem met rust laten.
c. Het betekent dat een vlinder zich klein maakt als hij zich bedreigd voelt, in de hoop dat de vijand hem met rust laat.