1. Het is algemeen bekend dat spinnenvrouwtjes het mannetje na de paring soms opvreten. Dat proberen de mannetjes natuurlijk met allerlei trucjes te voorkomen. Welke van deze drie technieken kan het mannetje, ondanks zijn vindingrijkheid, NIET toepassen?
a. Hij vangt een insect dat hij goed in spinrag verpakt en doet het zijn vrouwtje cadeau. Terwijl zij het uitpakt, paart hij met haar.
b. Hij klimt stiekem op haar en bindt haar vast met spinrag. Pas als ze goed vast zit, paart hij met haar.
c. Hij spuit het vrouwtje een verdovende stof in en paart met haar terwijl ze bedwelmd is.
2. Spinnen maken rag voor verschillende doelen, maar waar bestaat spinrag eigenlijk uit?
a. Het bestaat uit lange eiwitmoleculen.
b. Het bestaat uit cellulosevezels die de spin tot zich neemt door aan dood hout te knagen.
c. Het bestaat uit mineraalvezels die de spin binnenkrijgt via de prooidieren die hij eet.
3. Als er ergens een nieuw eiland ontstaat, bijvoorbeeld door een vulkaanuitbarsting, zijn spinnen vaak als eerste ter plekke, zelfs als ze van een land honderden kilometers daarvandaan komen. Hoe geraken ze op het eiland?
a. Ze klimmen aan boord van een vogel en kunnen op die manier meeliften.
b. Ze vliegen zelf – ze gaan op een hooggelegen plek zitten en spinnen losjes een draad. Als de draad lang genoeg is, wordt deze met spin en al door de wind gegrepen. Op die manier kan de spin een heel eind zweven.
c. Ze leggen speciale eitjes, heel klein en licht, die over lange afstanden worden meegevoerd door de wind.