De stemming is een stuk positiever als de Apollo 8 een paar maanden later, op 21 december 1968, de lucht in gaat met de indrukwekkende Saturnus V als stuwraket.
Eigenlijk zou de Apollo 8 de maanlander testen in een baan rond de aarde, maar omdat dit voertuig nog niet af was en omdat de VS bang waren dat Rusland op het punt stond om een bemande maanreis te maken, zet de NASA hoog in: de Apollo 8 zal als eerste bemande ruimtevaartuig in een baan rond de maan worden gebracht – een missie die eigenlijk bedoeld was voor de Apollo 9.
‘Apollo 8, you are GO for TLI.’ Deze historische mededeling klinkt vanuit het controlecentrum in Houston, drie uur na de lancering. TLI staat voor Translunar Injection en betekent dat de derde trap van de Saturnus V-raket gestart wordt om het ruimteschip een laatste zet te geven op weg naar de maan, 384.400 kilometer ver.
De astronauten, die met 40.000 km/h de ruimte in schieten, zien de aarde steeds kleiner worden. Drie dagen na de lift-off voeren ze de laatste, beslissende raketmanoeuvre uit die het ruimteschip op 112 kilometer hoogte in een baan om de maan zal brengen.
Dit zal gebeuren aan de achterkant van de maan, waar geen radiocontact met de aarde is. Als hun ruimteschip na 48 zenuwslopende minuten weer tevoorschijn komt en de radiostilte is doorbroken, juicht iedereen van opluchting: ze vliegen in een baan om de maan. De Apollo 8 is niet neergestort of verdwenen, zoals gevreesd werd. En hij is niet tegen een berg van 113 kilometer gevlogen, die, zo werd bij de training gegrapt, aan de achterkant van de maan zit.
‘This is Apollo 8, coming live to you from the Moon.’ Zo begint Frank Borman zijn kerstwens aan de 500 miljoen kijkers die over de hele wereld aan de buis gekluisterd zitten om deze historische reis op de voet te volgen. Ruim twintig minuten lang nemen de astronauten de kijkers mee op hun vlucht langs de maan, die volgens Borman ‘een weidse, eenzame en desolate leegte’ is, ‘met alleen wolken van puimsteen’.
Later lezen de astronauten om de beurt voor uit de bijbel, terwijl het barre kraterlandschap van de maan over het scherm rolt: ‘In het begin schiep God hemel en aarde ...’ Als eerste mensen zien ze de aarde opkomen boven het maanoppervlak, en hun foto’s van deze blauw-witte planeet, een kleine oase in een pikzwart heelal, zijn meteen legendarisch.
Na tien rondjes om de maan zet de Apollo koers terug naar aarde en landt daar, zes dagen na de lancering, volgens plan in de Stille Oceaan. Vóór zijn vertrek had Borman tegen zijn vrouw gezegd dat de kans dat hij levend zou terugkeren fiftyfifty was.
Terug op zijn eigen planeet ontdekt hij echter dat de ruimtereis niet het ergste was: op de woeste golven wordt hij zeeziek, en hij braakt zijn collega’s onder. Pas nadat hij is opgepikt door een helikopter krijgt hij weer een beetje kleur in zijn gezicht.
Op 25 januari 1969, veel later dan gepland, wordt de maanlander uiteindelijk goedgekeurd en vijf weken daarna, op 3 maart, vertrekt de Apollo 9 voor de eerste, volledig uitgeruste Apollomissie, compleet met besturingsmodule en een maanlander.
Dit keer gaan de astronauten echter niet naar de maan. Op de tiendaagse missie zullen ze in een baan rond de aarde vliegen, twee maanvoertuigen testen en het vast- en loskoppelen van de maanlander oefenen. Zes uur lang vliegen gezagvoerder James McDivitt en Russell Schweickart alleen met de maanlander, die ze vanwege het spichtige uiterlijk en de lange poten ‘Spider’ (spin) noemen.
Om het gewicht laag te houden heeft de Spider dunne wanden, en voor het eerst zitten mensen in een ruimtevaartuig dat niet terug kan naar de aarde. De Spider bereikt een afstand van 178 kilometer ten opzichte van de besturingsmodule. Schweickart maakt – net hersteld nadat hij last had van ruimteziekte – een geslaagde ruimtewandeling van 38 minuten, gekleed in een nieuw ruimtepak met een geïntegreerde rugzak.
De missie verloopt vlekkeloos, en als de Apollo 9 op 13 maart 1969 landt, is er nog maar één missie nodig voordat de maanlanding in zicht komt.
Als sinds het begin van het ruimtevaartprogramma worden astronauten in Amerika beschouwd als een soort helden. Ze zijn de trots van de natie en er gaat zelden een dag voorbij zonder dat er een astronaut op televisie, radio of in een krant of een tijdschrift verschijnt.
Je ziet hem dan met een brede glimlach, kamperen met de kinderen, pianospelen met zijn vrouw, de rozen in de tuin snoeien of thuis pizza’s bakken. Maar achter dit idyllische plaatje gaat een andere werkelijkheid schuil: het leven als astronaut is bikkelhard en in de dagen, weken en maanden vóór een lancering bestaat het leven van deze mannen uit training, training en nog eens training.
Eugene Cernan is eraan gewend geraakt dat hij en zijn collega’s een sterrenstatus hebben. Maar in een live televisie-uitzending vanuit de Apollo 10 op 19 mei 1969 laat hij de kijkers zien dat er achter alle glitter en glamour mannen verborgen gaan die ook maar gewoon hun werk doen.
‘Als jullie willen weten wat voor mensen er naar de maan gaan, kijk dan maar eens naar hem,’ zegt Cernan lachend terwijl hij de camera richt op zijn kauwgum kauwende gezagvoerder Thomas Stafford, wiens kale kop schuilgaat onder een lelijke helm.
‘Could you believe it?’ vraagt Cernan grijnzend. Even later klinkt Sinatra’s ‘Fly me to the Moon’ uit de luidsprekers – een grapje van de drie astronauten die aan boord van de tweede bemande ruimtemissie Amerikaanse geschiedenis schrijven.
De missie van de Apollo 10 is de generale repetitie voor de maanlanding, en de verwachtingen zijn hooggespannen. De geroutineerde bemanning kan die druk echter wel aan. Maar als Stafford en Cernan vanuit maanlander ‘Snoopy’ de besturingsmodule ‘Charlie Brown’ met John Young aan boord in het duister zien verdwijnen, doet Cernan toch een schietgebedje:
‘Nu geen TEI-data binnenkrijgen hoor’ (instructies om terug te keren naar aarde). Young antwoordt: ‘Maak je geen zorgen.’
Cernan en Stafford vliegen met de Snoopy tot 16 kilometer boven het maanoppervlak, waar ze de landingsradar testen en foto’s maken van de Mare Tranquillitatis, de woestijnvlakte waar de Apollo 11 later zal landen.
Zo dicht bij het doel moeten de astronauten zich inhouden om niet ook de laatste 16 kilometer af te leggen – maar zoals Cernan later vertelde, had de NASA ze daar niet genoeg brandstof voor meegegeven. ‘Je moest ons ook geen kans geven om te landen,’ bekent hij later. In de Snoopy voelt het maanoppervlak zo dichtbij dat hij onbewust zijn voeten optrekt als de capsule over een berg vliegt. Ze koppelen het onderste deel van de Snoopy los en keren dan terug naar de besturingsmodule.
Na een geslaagde generale repetitie landt de ruimtecapsule op 26 mei 1969 in de Stille Oceaan: alles is gelukt, de maan kan veroverd worden, maar er is nog maar weinig tijd: nog zeven maanden voor de deadline van president Kennedy is verstreken.
Diversen: Lees over Toetanchamon en hoe het met hem afliep. Het nieuwe DNA-onderzoek brengt ons dichter bij het antwoord.
De Russen beweren dat een schedelfragment in hun staatsarchief van Adolf Hitler is.
Diversen: Download of print hier de pdf's uit de serie 'In cijfers' en ontdek de bronnen erachter.