Jacques Cousteau

Cousteau opende een nieuwe wereld

Met evenveel enthousiasme als technisch vernuft stortte de jonge Jacques Cousteau zich op zijn levenswerk: leken en wetenschappers inzicht geven in het veelzijdige zeeleven. Dat hij hierin zo goed slaagde kwam deels door een aantal baanbrekende uitvindingen, deels door zijn unieke vermogen om door te geven wat hij door zijn duikbril zag.

11 juni 2010 door Majken S. Eliasen

Op een mooie junimorgen in 1943 maakte Jacques Cousteau zich op om de zuurstoffles waar hij al zeven jaar aan had gesleuteld, uit te proberen. Deze bestond uit drie kleine cilinders met gecomprimeerde lucht, die hem moest helpen met het ademen onder water. Zijn vriend Frédéric Dumas, een uitstekend duiker, stond klaar op het strand, terwijl Cousteaus vrouw Simone snorkelde om haar man in het oog te houden. Als er iets misging, zou zij Dumas een teken geven, die Cousteau dan onmiddellijk te hulp zou schieten.

Cousteau nam de fles op zijn rug, zette de duikbril op, deed het mondstuk in en dook in het water bij Bandol aan de Franse Rivièra. Door het mondstuk haalde hij regelmatig adem en hij dook moeiteloos tot tien meter diepte. Aan de waterspiegel waren belletjes te zien, wat erop duidde dat de zuurstoffles werkte, en dat de zeebiologie en -archeologie in een stroomversnelling terecht waren gekomen.

Met zijn uitvinding had Jacques-Yves Cousteau een nieuwe wereld geopend voor wetenschappers en leken. En de rest van zijn leven bracht hij al zwemmend door in zeeën, meren en rivieren.

Dat was opmerkelijk, want als kind lag Cousteau vaak op bed vanwege bloedarmoede en maagklachten. Een actief leven lag dus niet bepaald voor de hand. De vele uren die de kleine Jacques door moest zien te komen, gingen heen met het lezen van piratenavonturen en de klassiekers van Jules Verne. Zijn favoriet was Twintigduizend mijlen onder zee.

Toen hij tien werd besloten zijn ouders het advies van de arts naast zich neer te leggen, en in plaats van het bed te houden ging de ziekelijke Jacques nu naar zwemles. De jongen was dol op het water en ontwikkelde zich algauw tot een snelle, geoefende zwemmer.

Toen hij later in Vermont in de VS op een zomerkamp ging, kwamen zijn zwemlessen hem goed van pas. Hij kreeg het met de begeleider van het kamp aan de stok en moest voor straf takken van de bodem van een meertje in de buurt halen. Na drie weken in het zomerkamp wist de jonge Jacques hoe hij onder water het beste zijn adem in kon houden. Jacques Cousteau had leren duiken.

Oude duikpakken zitten in de weg

Op zijn twintigste meldde Cousteau zich aan bij de Franse marine omdat hij meer van de wereld wilde zien.

Toen hij later in Toulon woonde, ontmoette hij commandant Philippe Tailliez, een enthousiaste duiker. Hij deed Cousteau een duikbril cadeau, en toen Cousteau de waterwereld voor het eerst door glas zag, wist hij welke kant zijn leven op moest.

Duiken in zee was een hele klus, en er waren maar twee methoden. Je kon vrij duiken, waarbij je zo lang mogelijk je adem inhield, of je kon je in een duikuitrusting hijsen, die toen nog van zuurstof werd voorzien via een pomp vanaf het scheepsdek. De uitrusting, die in gebruik was sinds de 18e eeuw, was zwaar en onhandig, en je moest er een metalen helm bij dragen. In tegenstelling tot vrije duikers konden duikers in een duikpak lang onder water blijven, maar hun bewegingsvrijheid was beperkt. En veel zeeleven kreeg je daardoor niet te zien.

De aqualong die Cousteau en ingenieur Émile Gagnan ontwikkelden, was dan ook revolutionair: zuurstofflessen met slangen en een mondstuk. De duiker was daarmee niet langer afhankelijk van luchttoevoer vanaf het wateroppervlak. De vinding opende de deur naar het eigenlijke onderzoek van de zee, zowel voor biologen als voor archeologen. Voor Cousteau was vrij duiken de vervulling van een droom. Na de oorlog richtte hij zijn eigen onderzoeksafdeling bij de marine in Frankrijk op, de Groupe de Recherches Sous-Marines, maar het werk was hem toch niet avontuurlijk genoeg en hij ging dan ook in zijn vrije tijd onder water op ontdekking.

In 1946 moest Cousteau zijn grote nieuwsgierigheid bijna met de dood bekopen, toen hij met Frédéric Dumas in de Fontaine de Vaucluse in Zuid-Frankrijk dook. Dit is met 90 kubieke meter water per seconde een van de krachtigste bronnen ter wereld. Een groot deel van het jaar is het een stil meertje, maar in de lente welt het zo sterk op dat de rivier de Sorgue buiten zijn oevers treedt. Niemand kon dit verklaren – dus Cousteau en Dumas besloten in de bron te duiken om de bodem ervan in kaart te brengen.

Cousteau Documentary

Net als bergbeklimmers moesten de duikers met z’n tweeën zijn, en samen vastzitten aan een touw, dat hun enige verbinding was met het team aan land. Cousteau sprak een paar simpele signalen af met zijn mannen. Eén ruk aan het touw betekende dat ze het touw moesten ophalen, bij drie rukken moesten ze het laten vieren. En zes rukken was een noodsignaal: dan moesten ze zo snel mogelijk naar het oppervlak worden gehesen. Samen met Frédéric Dumas begaf Cousteau zich in de tunnel onder het meer. Al had hij een zaklamp mee, hij zag bijna geen hand voor ogen in de donkere, smalle gang.

Toen Cousteau 30 meter in de tunnel was, kreeg hij concentratieproblemen, en hij verloor het extra touw dat hij over zijn arm had. Toch ging hij verder in de donkere tunnel, en toen ze eindelijk de bodem bereikten, zag hij op zijn meter dat ze zich 130 meter onder het wateroppervlak bevonden.

Ineens merkte hij dat Dumas’ duikpak vol water zat en dat zijn ogen uitpuilden. Cousteau moest hem zo snel mogelijk boven zien te krijgen, en rukte aan het touw. Aan het oppervlak telden de helpers drie rukken en lieten de lijn dus vieren; Cousteau rukte nog eens zes keer, maar weer telden ze er drie en gaven hem daarom nog meer touw. Uitgeput en wanhopig zocht Cousteau zijn duikersmes om Dumas los van het touw te snijden.

Hij had niet de kracht om hem helemaal naar boven te dragen uit de lange, bochtige tunnel; een poging daartoe zou zijn eigen dood kunnen betekenen. In de tijd waarin hij met zijn duikersmes bezig was, werd het team aan land echter zenuwachtig, en in een impuls hesen ze de twee op. Cousteau en Dumas waren akelig dicht bij de dood geweest in de onderaardse bron, waarvan de oorsprong tot op de dag van vandaag een raadsel is.

Thema

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: