De wolharige mammoet graasde veel langer op de vlakten van Noord-Amerika dan we dachten. Dat blijkt uit moleculen van erfelijk materiaal (DNA) die in de permafrost van Alaska zijn gevonden.
Het is nieuwe munitie in de ruim 100 jaar oude strijd over de vraag waarom grote dieren zoals de mammoet aan het eind van de ijstijd uitstierven.
In vrij korte tijd verdween circa een derde van alle grote zoogdieren in Noord- en Zuid-Amerika, waaronder de sabeltandkat, de reuzenluiaard en de wolharige neushoorn. Tot nu toe dachten we dat de mens de grote schuldige was.
De vroegste sporen van mensen in Noord-Amerika (de Cloviscultuur) zijn circa 14.000 jaar oud, en slechts 1000 jaar later is er al geen mammoetbot meer te vinden. Dus het lijkt alsof we de mammoet voorgoed massaal de dood in hebben gejaagd.
Moderne DNA-methoden zijn echter niet afhankelijk van botten of tanden. DNA kan ook in urine en uitwerpselen zitten, en daarin heeft een onderzoeksteam onder leiding van professor Eske Willerslev van de universiteit van Kopenhagen gezocht. In monsters van de permanent bevroren grond – permafrost – in Alaska zat mammoet-DNA, waaruit blijkt dat de dieren zeker 2600 jaar langer bestonden dan gedacht. Daarmee is de hypothese dat hij uitstierf door toedoen van jagers ontkracht.
Dan moet het de klimaatverandering zijn geweest. Mammoeten waren kennelijk niet in staat zich in te stellen op het andere weer dat het einde van de ijstijd met zich meebracht.
Abonnement: In dit nummer kun je onder meer lezen over de wedloop om het aidsvaccin en lichten we een tipje van de sluier op over de auto's van de toekomst.
Abonnement: Download een complete uitgave van Wetenschap in Beeld. Helemaal gratis. Je hoeft alleen maar in te loggen als gebruiker van wibnet.nl.
Lees wat de journalisten Helle en Henrik Stub van Wetenschap in Beeld over het heelal te melden hebben.
Verdiep je in de grootste gebeurtenissen van de 2. Wereldoorlog.