Richter magnitude scale

Zo werkt de schaal van Richter

De kracht van een aardbeving wordt vaak aangeduid met een cijfer op de schaal van Richter. Hoe moet je dat interpreteren?

27 april 2015

Wereldwijd wordt de schaal van Richter gebruikt om de kracht van een aardbeving aan te duiden. Met deze schaal, die in 1935 is opgesteld, worden aardbevingen geclassificeerd op basis van hun 'magnitude' – hun sterkte in verhouding tot andere aardbevingen.

1000 keer zo krachtig

De schaal van Richter is een logaritmische schaal met het grondtal 10. Dat betekent dat een aardbeving met een kracht van 6 op de schaal van Richter 10 keer zo sterk is als een aardbeving met een kracht van 5. Een aardbeving van 7 is 100 keer zo krachtig als een aardbeving van 5, een beving van 8 is 1000 keer zo sterk, enzovoort.

Het cijfer op de schaal van Richter wordt bepaald door op een seismograaf de maximale uitslag af te lezen en die om te rekenen naar het cijfer dat een tweede seismograaf op 100 kilometer afstand van het epicentrum van de aardbeving zou aangeven.

Hoewel de schaal in de hele wereld bekend is, wordt voor onderzoek een nieuwere schaal gebruikt: de momentmagnitudeschaal. Deze meet de kracht van de aardbeving op basis van de energie die bij een aardbeving vrijkomt.

Schaal van Richter heeft geen maximum

De sterkteaanduidingen lijken op die van de schaal van Richter, waardoor er voor leken weinig verschil is. De kracht van een aardbeving kent geen theoretisch maximum. Aardbevingen boven 9,5 worden echter als geofysisch onmogelijk beschouwd, omdat de spanningen al tot een ontlading komen voordat ze zo krachtig kunnen worden.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: