Deepwater Horizon explosion

Milieuramp bracht onderzoek op gang

Een jaar geleden ontplofte het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico, en de olie gulpte in zee. Maar met de instrumenten van nu zijn we beter voorbereid.

18 april 2011 door Ib Salomon

Vogels die onder de glinsterende olie zitten. Vissers die niet uit mogen varen. Toeristen die vluchten van stranden die met dikke, bruine olie zijn bedekt. De beelden uit de tijd na de ramp met boorplatform Deepwater Horizon zijn in het geheugen van veel mensen gegrift.

Na de explosiebrand van 20 april 2010 gulpte de olie in de Golf van Mexico uit het boorgat op 1500 meter diepte, en bijna drie maanden lang stroomde er naar schatting 780 miljoen liter olie weg. Daarmee is het de ergste lekkage in de geschiedenis van de olie-industrie en de grootste olieramp in vredestijd. Maar de ramp staat niet op zich. De laatste 50 jaar halen de olierampen achter elkaar de voorpagina’s van kranten wereldwijd.

Naast de grote, spectaculaire lekken zijn er veel kleine, die niet veel aandacht trekken maar toch ook enorme schade kunnen aanrichten aan lokale populaties vogels en vissen. Het kan om lekken van boorplatforms en gezonken tankers gaan, of om opzettelijke lozingen van schepen die op open zee hun tanks reinigen of olieafval uit de machinekamer dumpen. Alleen al in de vaarwateren van Europa komen er jaarlijks naar schatting 3000 illegale olielozingen voor.

Het risico is groot dat tankschepen de omgeving vervuilen, en naar schatting komt ongeveer een derde van alle door mensen veroorzaakte olievervuiling in de oceanen door vervoer op zee.

De circa 4000 tankschepen ter wereld vervoeren met elkaar 1,5 tot 1,8 miljard ton ruwe olie per jaar. Afgerond komt dat overeen met een derde van al het vervoer op zee, en daarbij komen de 400 tot 500 miljoen ton geraffineerde olieproducten, zoals benzine en diesel, die ook verscheept worden. De allerergste olievervuilingen worden echter nog steeds veroorzaakt door olieboringen, want daarbij komen hevige natuurkrachten kijken.

De druk in een olieholte in bedwang houden is op z’n zachtst gezegd een uitdaging, en zoals de Deepwater Horizon-ramp in alle duidelijkheid aantoonde is een op hol geslagen boring nauwelijks te stoppen. Als het fout gaat lijkt de olieboring wel een fles champagne waar de kurk van af is: de hoge druk spuit de olie in het water daarboven. Een deel ervan komt boven en gaat als een millimeterdunne oliefilm op het wateroppervlak liggen.

Schep en emmer zijn antiek

De Deepwater Horizon-lekkage was zo enorm dat de ramp een ‘wake-up call’ voor de hele oliebranche was. Tientallen jaren is er weinig ontwikkeling geweest in de aanpak van een olielek. De branche hield het in grote lijnen bij de bekende methoden voor oliereiniging, zoals het indammen van de olievlek met een oliescherm – een drijvende versperring – of met schep en emmer; daarmee wordt de olie, als die eenmaal is aangespoeld op stranden en rotsen, met veel moeite verzameld en verwijderd. Die methoden zijn echter niet bijster effectief.

Studenten van de Noorse technisch-natuurwetenschappelijke universiteit verbaasden zich over het gebruik van de verouderde methodes en begonnen met de ontwikkeling van een oliestofzuiger. Een van de studenten, Silje Rabben, zegt hierover:

‘De ontwikkeling op het gebied van reiniging stagneerde. Het is nogal ouderwets als mensen met emmers, scheppen en bezems in de weer gaan of rotsen met de hand schoonschrobben.’

Het resultaat is een oliestofzuiger die effectief en gebruiksvriendelijk is, en die is ontworpen om aangespoelde olie van stranden en rotsen te verwijderen.

De oliestofzuiger is nog maar één voorbeeld van de vindingrijkheid waar de ramp toe heeft geleid. Aan het MIT, Massachusetts Institute of Technology, is bijvoorbeeld een drijvende robot gemaakt die met zijn robotmaatjes op zee kan samenwerken. Zo’n zwerm robots kan een groot zeegebied volautomatisch uitkammen en van olie ontdoen.

Thema

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: