Sinds het jaar 2000 is de Polarstern, een Duitse ijsbreker voor onderzoek van het Alfred Wegener-instituut in Bremerhaven, een van de belangrijkste, actiefste onderdelen van het wereldwijde onderzoeksproject Census of Marine Life. Ruim 2000 wetenschappers uit zeker 80 landen nemen deel aan een experiment om het dierenleven in de wereldzeeën in cijfers om te zetten en vier simpele, maar belangrijke vragen te beantwoorden: Hoeveel soorten zijn er? Waar leven ze? Hoe groot zijn de populaties? En wat voor belang hebben ze voor het zeemilieu?
Tijdens een reeks wetenschappelijke tochten in het noordelijke en zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan helpen de onderzoekers van het schip uitzoeken hoe leven zich voortplant in een altijd donkere en koude omgeving, waar de druk vele malen groter is dan op het land. Het is niet makkelijk om een diepzeedier te zijn. Met 4000 tot 5000 meter water zit er een flinke afstand tussen soortgenoten, prooidieren en potentiële partners. Diepzeedieren moeten hun kans dus absoluut grijpen als die zich voordoet. Als er eindelijk een prooidier opduikt mag het niet ontkomen, ook niet als het groter is dan het roofdier zelf.
Veel diepzeevissen hebben daarom niet alleen een dodelijke rij tanden en een enorme bek waar ze zo’n beetje elk prooidier mee kunnen vangen, maar ook een maag waar dieren in passen die nog groter zijn dan zijzelf. Veel dieren eten waarschijnlijk slechts één keer in hun leven. De afstandsproblemen doen zich ook voor als de dieren partners zoeken, en daarbij hebben de vissen weer de meest radicale oplossingen: als een mannetje en een vrouwtje van de diepzeehengelvis elkaar vinden, laten ze niet meer los. Het mannetje is veel kleiner dan het vrouwtje, hij bijt zich in haar zij vast en is na een paar dagen voorgoed met haar vergroeid. Voor de rest van zijn leven is hij gedegradeerd tot spermabank, die gevoed wordt met haar bloed.
Het vangen van diepzeedieren is geen makkelijke klus, dus de onderzoekers op de Polarstern hebben gespecialiseerde instrumenten ontwikkeld. Het meest geavanceerde is het zogeheten MOCNESS-apparaat: een serie van vijf op afstand bestuurde netten op een groot frame. De MOCNESS wordt bijvoorbeeld tot 5000 meter neergelaten, de maximale diepte waarop het verzamelen kan beginnen. Hier openen de onderzoekers het eerste net en hijsen ze het vangstapparaat op tot 4000 meter diepte. Een tweede op afstand gegeven besturingssignaal sluit dan het eerste net en opent het volgende, en zo gaat het door tot de MOCNESS weer boven water is. Op die manier weten de onderzoekers op welke diepte de diverse diepzeedieren zijn gevangen.
Op het schip moet het vervolgens snel gaan. De dieren zijn gewend aan heel andere omstandigheden dan rond de zeespiegel, dus vele zijn al dood als ze boven komen of sterven alsnog snel. Als ze echter meteen in zeer koud zeewater komen, is er een kans dat ze het een tijd kunnen redden. Dan neemt fotograaf Solvin Zankl de dieren over. Met zijn techniek is het mogelijk de dieren zonder glas ertussen op de foto te zetten, zodat ze tot in de kleinste details te zien zijn. Deze veeleisende klus verloopt in een verduisterde koelcontainer op het schip.
Abonnement: In dit nummer kun je onder meer lezen over de wedloop om het aidsvaccin en lichten we een tipje van de sluier op over de auto's van de toekomst.
Abonnement: Download een complete uitgave van Wetenschap in Beeld. Helemaal gratis. Je hoeft alleen maar in te loggen als gebruiker van wibnet.nl.
Lees wat de journalisten Helle en Henrik Stub van Wetenschap in Beeld over het heelal te melden hebben.
Verdiep je in de grootste gebeurtenissen van de 2. Wereldoorlog.